RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8909765 CV 20-10236 Uitspraakdatum: 12 mei 2021 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] wonende te [woonplaats] eiser verder te noemen: [eiser] gemachtigde: mr. T.A. Heemstra tegen Pied a Terre Reizen & Lezingen B.V. gevestigd te Overveen gedaagde verder te noemen: Pied a Terre gemachtigde: mr. D. Simons Samenvatting van de zaak en het vonnis Deze zaak gaat over de vraag of [eiser] recht heeft op terugbetaling van Pied a Terre van de reissom van € 7.531,50 nadat [eiser] de reis vanwege de ontwikkeling van het corona-virus heeft geannuleerd. Volgens Pied a Terre is dit niet het geval, omdat [eiser] blijkens de toepasselijke algemene voorwaarden op het moment van annuleren 100% van de reissom verschuldigd was. Omdat [eiser] kan worden aangemerkt als consument, dient de kantonrechter ambtshalve te toetsen of is voldaan aan de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht. Een van die regels houdt in dat Pied a Terre [eiser] op een begrijpelijke, duidelijke en in het oog springende wijze moet informeren over (onder meer) de annuleringsvoorwaarden. Aangezien Pied a Terre deze niet in het boekingsformulier, maar enkel in haar algemene voorwaarden heeft vermeld – en bovendien drie sets van algemene voorwaarden met verschillende annuleringsvoorwaarden van toepassing heeft verklaard – heeft zij niet aan deze wettelijke plicht voldaan. De kantonrechter vernietigt daarom de overeenkomst en wijst [eiser] vordering toe. 1Het procesverloop 1.1. [eiser] heeft bij dagvaarding van 30 november 2020 een vordering tegen Pied a Terre ingesteld. Pied a Terre heeft op 13 januari 2021 schriftelijk geantwoord. 1.2. Op 20 april 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft Pied a Terre bij brieven van 12 april 2021 en 19 april 2021 nog aanvullende stukken toegezonden. 2Feiten 2.1. [eiser] heeft op 22 juli 2019 een twaalfdaagse cruise voor twee personen naar Egypte, Israël, Griekenland en Italië geboekt bij Pied a Terre. De reissom betrof € 7.531,50, die [eiser] volledig aan Pied a Terre heeft voldaan. Bovenaan het boekingsformulier stond over de toepasselijkheid van algemene voorwaarden het volgende vermeld: “Door te boeken gaat u akkoord met de Algemene Voorwaarden van Pied a Terre Reizen. Daarnaast gaat u akkoord met de aanvullende voorwaarden zoals deze gelden voor deze NRC-Bootreis.” 2.2. Verder is onderaan het boekingsformulier vermeld: “Door te boeken gaat u akkoord met de Algemene Voorwaarden van Pied a Terre Reizen. Daarnaast gaat u akkoord met de aanvullende voorwaarden zoals deze gelden voor deze NRC-Bootreis. Deze voorwaarden kunt u bovenaan deze pagina nalezen.” 2.3. De Algemene Voorwaarden van Pied a Terre (hierna: Pied a Terre AV) bepalen onder meer: “Tenzij anders vermeld zijn op al onze reizen de ANVR reizigersvoorwaarden van toepassing. Klik hier om deze voorwaarden te lezen.” 2.4. Op 2 maart 2020, te weten 34 dagen voor vertrek, heeft [eiser] de cruise geannuleerd vanwege zorgen over (de ontwikkeling van) het corona-virus. Acht dagen later, op 10 maart 2020, heeft Pied a Terre de cruise zelf geannuleerd. 2.5. [eiser] heeft op 30 september 2020 Pied a Terre verzocht 35% van de reissom terug te betalen, waartoe Pied a Terre niet is overgegaan. Op 27 oktober 2020 heeft [eiser] verzocht tot terugbetaling van de gehele reissom. Ook hier is Pied a Terre niet toe overgegaan. 3De vordering 3.1. [eiser] vordert dat de kantonrechter Pied a Terre veroordeelt tot betaling van € 7.531,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 september 2020. Daarnaast vordert [eiser] betaling van buitengerechtelijke incassokosten van € 743,60, evenals de proces- en nakosten. 3.2. [eiser] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat hij recht heeft op terugbetaling van de reissom, omdat hij de cruise heeft geannuleerd vanwege het uitbreken van het corona-virus. Volgens [eiser] mocht hij de overeenkomst kosteloos ontbinden, omdat het uitbreken van het corona-virus een onvoorziene en onvermijdelijke omstandigheid is, die aanzienlijke gevolgen voor zijn reis had. Zo konden cruiseschepen niet meer overal aanmeren en was het besmettingsrisico op schepen hoog. Daarnaast stelt [eiser] dat de redelijkheid en billijkheid meebrengen dat Pied a Terre de reissom geheel aan [eiser] dient terug te betalen. Verder zijn de verschillende sets van algemene voorwaarden volgens [eiser] niet op de juiste manier digitaal ter hand gesteld, omdat hij de link niet kon openen vanwege een veiligheidsmelding. Ook waren de annuleringsvoorwaarden steeds verschillend. [eiser] heeft alleen willen ontbinden in de veronderstelling dat hij (in ieder geval een gedeelte van) de reissom terug zou krijgen. Tot slot stelt [eiser] buitengerechtelijke kosten te hebben gemaakt. 4Het verweer 4.1. Pied a Terre betwist de vordering. Zij voert aan – samengevat – dat [eiser] op grond van de aanvullende voorwaarden voor de NRC-Bootreis (hierna: NRC-Bootreis AV) de gehele reissom is verschuldigd bij een annulering korter dan 65 dagen voorafgaand aan vertrek. Verder had volgens Pied a Terre het corona-virus op de dag dat [eiser] annuleerde, te weten op 2 maart 2020, nog geen grote gevolgen voor de uitvoering van de cruise. De door de Rijksoverheid afgegeven reisadviezen (“code geel”) noopten toen nog niet tot (ingrijpende) aanpassingen van de reis en de geplande excursies konden (grotendeels) doorgaan. Dit was volgens Pied a Terre geheel anders op 10 maart 2020, toen zij de cruise annuleerde. 5De beoordeling 5.1. Tussen partijen is in geschil of Pied a Terre de reissom die [eiser] voor de cruise heeft betaald, aan [eiser] dient terug te betalen. 5.2. De door [eiser] geboekte cruise betreft een pakketreis in de zin van artikel 7:500 sub b van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Omdat [eiser] niet heeft gehandeld in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf is hij aan te merken als consument. Dit betekent dat voordat aan de vraag wordt toegekomen of [eiser] bij beëindiging van de overeenkomst al dan niet een vergoeding verschuldigd is, ambtshalve moet worden getoetst of Pied a Terre (ten aanzien van de annuleringsvoorwaarden) aan haar precontractuele informatieverplichtingen heeft voldaan. Deze informatieverplichtingen brengen onder andere mee dat Pied a Terre [eiser] dient te informeren dat hij de overeenkomst vóór het begin van de pakketreis te allen tijde kan beëindigen tegen een redelijke beëindigingsvergoeding, of, indien van toepassing, tegen een gestandaardiseerde beëindigingsvergoeding. Pied a Terre dient deze informatie zowel voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst (artikel 7:502 lid 1 sub g BW) als in de pakketovereenkomst zelf (artikel 7:504 lid 3 BW) te verstrekken. Dit moet Pied a Terre bovendien op een duidelijke, begrijpelijke en in het oog springende manier doen (artikel 7:502 lid 4 en 7:504 lid 5 BW). 5.3. De mogelijkheid van ontbinding van de pakketreisovereenkomst en (de hoogte van) de beëindigingsvergoeding vormen een essentieel onderdeel van de precontractuele informatie. Ter zitting heeft Pied a Terre bevestigd dat zij, voorafgaand aan het tot stand komen van de overeenkomst, [eiser] niet op een andere manier dan in de (verschillende sets) algemene voorwaarden over de toepasselijke beëindigingsvergoedingen heeft geïnformeerd. Pied a Terre voert in dit verband aan dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.