RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie en Jeugd locatie Alkmaar adoptie zaak-/rekestnr.: C/15/306025 / FA RK 20-4127 beschikking van de meervoudige kamer voor familiezaken van 11 mei 2021 in de zaak van: [verzoeker] , wonende te [plaats] (NH), hierna mede te noemen: verzoeker, advocaat: mr. M.S. van Gaalen, kantoorhoudende te Amsterdam, -tegen- [de vader] , wonende te [plaats] , hierna mede te noemen: de vader, strekkende tot de adoptie van- [kind 1], geboren op [geboortedatum] te [plaats] , hierna te noemen: [kind 1] , en - [kind 2], geboren op [geboortedatum] te [plaats] , hierna te noemen: [kind 2] , in welke zaak (tevens) als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder] , wonende te [plaats] (NH), hierna mede te noemen: de moeder, advocaat: mr. M.S. van Gaalen, kantoorhoudende te Amsterdam, en [kind 1] , wonende te [plaats] , zoals voornoemd. In verband met het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure opgeroepen: de Raad voor de Kinderbescherming te Haarlem, hierna te noemen: de Raad. 1Procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, met bijlagen, van verzoeker van 16 juli 2020, ingekomen op 21 juli 2020; - de brief, met bijlagen, van de advocaat van verzoeker van 27 augustus 2020, ingekomen op 31 augustus 2020; - het gewijzigd verzoekschrift van verzoeker van 27 augustus 2020, ingekomen op 31 augustus 2020; - het rapport van de Raad van 26 januari 2021, ingekomen op 27 januari 2021. 1.2. De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 13 april 2021 in aanwezigheid van verzoeker, bijgestaan door mr. M.S. van Gaalen, de moeder, eveneens bijgestaan door mr. M.S. van Gaalen en [kind 1] . Namens de Raad is verschenen [vertegenwoordiger van de raad] . De vader is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. 1.3. [kind 2] is, gelet op haar leeftijd, voorafgaand aan de zitting apart door de voorzitter gehoord. 2Feiten en omstandigheden 2.1. De moeder en de vader zijn op [datum] te [plaats] met elkaar gehuwd, welk huwelijk op [datum] is ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank van 14 februari 2008. 2.2. Uit dit huwelijk zijn geboren: - [kind 1] , op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ; - [kind 2] , op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] . 2.3. Bij beschikking van deze rechtbank van 23 oktober 2019 is het gezamenlijk gezag van de ouders beëindigd waardoor de moeder het eenhoofdig gezag verkreeg, en is het recht van de man op omgang met [kind 1] en [kind 2] ontzegd. 2.4. [kind 1] is, na indiening van het verzoekschrift, meerderjarig geworden. 2.5. Verzoeker woont sinds 2008 met de moeder en de kinderen samen. Op [datum] zijn verzoeker en de moeder gehuwd. Uit het huwelijk van verzoeker en de moeder zijn twee kinderen geboren: [kind 3] en [kind 4] . 3Verzoek 3.1. Verzoeker heeft verzocht, naar de rechtbank begrijpt: - de adoptie door hem van [kind 1] en [kind 2] uit te spreken; - te bepalen dat hij mede wordt belast met het gezag over [kind 2] ; - te bepalen dat de geslachtsnaam van [kind 1] [geslachtsnaam] zal zijn en van [kind 2] [geslachtsnaam] zal zijn; - de ambtenaar van de burgerlijke stand te gelasten een latere vermelding van de adoptie en de geslachtsnaamwijziging op te maken en aan de geboorteakte van [kind 1] en [kind 2] te voegen. 3.2. Ter onderbouwing van zijn verzoeken heeft verzoeker onder meer het volgende naar voren gebracht. Verzoeker en de moeder zijn sinds [datum] met elkaar gehuwd en wonen sinds 2008 met [kind 1] en [kind 2] in gezinsverband samen, waar in 2010 dochter [kind 3] en in 2016 dochter [kind 4] zijn bijgekomen. [kind 1] en [kind 2] hebben sinds februari 2018 geen contact meer met hun biologische vader en dat willen zij ook niet. Verzoeker wenst de kinderen als zijn eigen kinderen te adopteren en mede het gezag over [kind 2] te verkrijgen. De moeder heeft zowel met de adoptie als met het gezag ingestemd. 4Verweer 4.1. De vader heeft het verzoek niet weersproken. 5Standpunt van de kinderen en de moeder 5.1. [kind 1] heeft ter zitting aangegeven dat het veel voor haar betekent als verzoeker haar vader wordt en zij voortaan de achternaam van haar moeder mag gaan dragen. Verzoeker voelt vanaf het begin als een vader voor haar. Met haar biologische vader, [de vader] , is het contact niet goed en er is sprake geweest van misbruik. De associatie die haar huidige achternaam oproept is niet prettig. [kind 1] heeft hulpverlening gehad en het gaat nu heel goed. [kind 1] heeft aangegeven niets meer te verwachten van haar biologische vader en dat hij ook geen moeite doet om met haar in contact te komen, met uitzondering van enkele kwetsende berichten via Instagram. 5.2. [kind 2] heeft in het gesprek met de voorzitter verteld dat zij de adoptie een lastig onderwerp vindt om over te praten. Zij heeft aangegeven dat haar moeder en haar zus er wat anders in staan dan zijzelf, omdat zij vroeger een goede band had met haar vader. De laatste twee jaar is dit helemaal anders geworden en voelt zij zich gedumpt door haar vader. Zij is in hem teleurgesteld en worstelt met zijn opstelling en houding. Zij heeft nu geen contact met hem en heeft hier ook geen behoefte aan. Wel zou ze graag nog eens haar oma (vaderszijde) zien. [kind 2] heeft daarnaast verteld dat zij een goede band heeft met verzoeker en dat hij er altijd voor haar is. Ze staat achter het verzoek om door hem geadopteerd te worden en wenst, in tegenstelling tot hetgeen in het verzoekschrift is opgenomen, de achternaam van haar moeder aan te nemen. Het is voor haar belangrijk om dezelfde naam te hebben als haar zus en haar moeder. 5.3. De moeder heeft ter zitting aangegeven dat adoptie een afsluiting zou zijn voor de kinderen en hen een gevoel van veiligheid kan bieden, na alle nare dingen die er zijn gebeurd. Volgens de moeder is de wens bij de kinderen om geadopteerd te worden door verzoeker natuurlijk ontstaan en staat dit symbool voor de liefde en de band die er tussen de kinderen en verzoeker is. 6Standpunt van de Raad 6.1. De Raad heeft onderzoek verricht en een adviesrapport uitgebracht naar aanleiding van het adoptieverzoek en concludeert daarin het volgende. 6.2. De Raad geeft aan dat verzoeker en de moeder al ruim 12 jaar samen voor de kinderen zorgen en een hecht gezin vormen met elkaar. Verzoeker voelt zich verantwoordelijk voor de kinderen en neemt zijn vaderrol serieus. De kinderen willen graag door hem worden geadopteerd en verzoeker en de moeder staan daar volledig achter. De vader is sinds enkele jaren geheel uit beeld. Hij is meerdere keren veroordeeld, onder andere voor huiselijk geweld. Hoewel de band met hun vader vroeger wel goed was, is dat later veranderd. Zijn boosheid en agressie en het grensoverschrijdende gedrag dat daarmee samenging hebben gemaakt dat de kinderen niet meer naar hun vader wilden. [kind 1] heeft aangegeven dat zij is misbruikt door haar vader. Zij heeft hiervan melding gedaan bij de politie, maar uit angst voor mogelijke represailles van haar vader nog geen aangifte gedaan. [kind 2] heeft later nog twee berichten op haar telefoon ontvangen waarvan het vermoeden is dat die van haar vader afkomstig zijn met daarin de suggestie dat [kind 1] niet zijn dochter zou zijn. De kinderen ontvangen hulpverlening en hebben daar veel baat bij. 6.3. De vader heeft geen persoonlijk gesprek gevoerd met de raadsonderzoeker. De vader heeft per e-mail laten weten dat hij met verbazing en ongeloof kennis heeft genomen van het verzoek. De vader stelt dat hij door de kinderen zo vaak is gekwetst, voorgelogen en in de maling is genomen dat contact met hen opnemen zinloos is, omdat ze volledig in de ban zijn van het gezin in [plaats] . De vader wil niet verder in de strijd, is altijd een goede vader geweest, terwijl hij altijd twijfel heeft gehad over de vraag of [kind 1] wel zijn biologische dochter is. De vader is gelukkig met zijn vrouw en dochter, er is veel verdriet geweest over de situatie, maar nu is het mooi geweest. De vader wil niet meewerken aan procedures en met rust worden gelaten. De Raad is van mening dat de kinderen niets meer van hun vader hebben te verwachten in zijn rol als ouder. De vader heeft niet aangegeven bezwaar te hebben tegen de adoptie. De Raad concludeert dat adoptie van de kinderen door verzoeker in het kennelijk belang van de kinderen is. De Raad concludeert tevens dat de naamswijziging in het belang van de kinderen is. De Raad adviseert om de verzoeken inzake de adoptie toe te wijzen. 6.4. De Raad heeft ter zitting nog het volgende aangevuld. De Raad ziet enerzijds een diepe wens bij de kinderen en verzoeker om de belangrijke rol die stiefvader al langere tijd vervult te formaliseren en de juridische positie overeen te laten stemmen met de feitelijke positie die hij als vaderfiguur ten aanzien van [kind 1] en [kind 2] inneemt. Anderzijds dient dit verzoek wat betreft de Raad niet als een afsluiting van de band met de vader te worden beschouwd, nu dit in ieder geval voor [kind 2] nog een open wond en een actuele worsteling is. De Raad acht het daarom van belang dat de kinderen van de moeder en verzoeker de ruimte en de gelegenheid krijgen om, eventueel met behulp van hulpverlening, te onderzoeken of zij met de vader in het reine willen komen en om eventueel hun beeld van hem in de loop der tijd bij te stellen. 7Beoordeling 7.1. De rechtbank dient te beoordelen of is voldaan aan de gronden en voorwaarden voor stiefouderadoptie als bepaald in de artikelen 1:227 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Kort gezegd is stiefouderadoptie mogelijk als verzoeker en de moeder onafgebroken drie jaar onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het verzoek hebben samengeleefd en als de adoptie in het kennelijk belang van het kind is en redelijkerwijs is te voorzien dat het kind niets meer van de vader in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft (artikel 1:227 BW). Daarnaast dient te worden voldaan aan de volgende (formele) voorwaarden (artikel 1:228 BW): a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.