RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8987102 \ CV EXPL 21-458 Uitspraakdatum: 26 mei 2021 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [opposant] wonende te [woonplaats] eisende partij in het verzet verder te noemen: [opposant] gemachtigde: mr. J.L. Scheltens tegen [geopposeerde] wonende te [woonplaats] gedaagde partij in het verzet verder te noemen: [geopposeerde] gemachtigde: mr. M. Raaijmakers 1Het procesverloop 1.
- [geopposeerde] heeft bij inleidende dagvaarding van 29 september 2020 een vordering ingesteld tegen [opposant] . 1.
- [opposant] is niet verschenen, waarna [opposant] bij verstekvonnis van 2 december 2020 is veroordeeld. 1.
- Bij dagvaarding van 4 januari 2021 is [opposant] in verzet gekomen van dat verstekvonnis. 1.
- Op 29 april 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft [geopposeerde] bij fax van 28 april 2021 een eis vermeerdering en nadere stukken toegezonden. 2De feiten 2.
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad gedurende zeven jaar. Vanaf 2015 zijn partijen gaan samenwonen tot en met augustus/september
- 2.
- Partijen hebben geen samenlevingsovereenkomst gesloten. 3De vordering en het verweer 3.
- [geopposeerde] heeft bij inleidende dagvaarding van [opposant] betaling gevorderd van € 3.940,32 te vermeerderen met de wettelijke rente. [geopposeerde] heeft aan de vordering ten grondslag gelegd dat partijen een geldleenovereenkomst zijn overeengekomen om diverse kosten te betalen waaronder de huur en jaarrekeningen van water- energie en afval van de woning waar partijen hebben samengewoond. Ook hebben partijen afgesproken dat [opposant] haar eigen telefoonabonnement zou betalen. [opposant] zou maandelijks een bedrag van € 50,00 aflossen. 3.
- [opposant] is door de kantonrechter bij verstek veroordeeld tot betaling van € 3.472,82 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.422,70 vanaf 29 september
- 3.
- [opposant] vordert, in de verzetdagvaarding, ontheffing van de veroordeling en afwijzing van de oorspronkelijke vordering. Daartoe voert [opposant] aan dat zij niets meer verschuldigd is aan [geopposeerde] . Er is geen sprake van een geldleenovereenkomst tussen partijen. [opposant] heeft niet ingeschreven gestaan in de woning van [geopposeerde] , noch is zij met hem gehuwd geweest noch is zij met hem een geregistreerd partnerschap aangegaan. Zowel de huurwoning als de overeenkomsten voor de levering van gas, licht en water staan op naam van [geopposeerde] . Voor haar deel van de kosten tijdens de samenleving heeft zij genoeg betaald door maandelijks de boodschappen te betalen en de gezamenlijke uitjes. Daarnaast heeft [opposant] , zelfs nadat de relatie was beëindigd, nog geld betaald aan [geopposeerde] om hem te helpen. 4De beoordeling 4.
- [geopposeerde] stelt zich op het standpunt dat [geopposeerde] en [opposant] een geldleenovereenkomst hebben gesloten. Ter onderbouwing van zijn stelling verwijst [geopposeerde] naar overzichten van een telefoonabonnement, energierekeningen, huurbetalingen, ontvangen huurtoeslag, correspondentie tussen [geopposeerde] en [opposant] en een handgeschreven optelling van de kosten. De kantonrechter oordeelt als volgt. [opposant] heeft betwist dat er een geldleenovereenkomst tussen partijen is gesloten. Ter zitting heeft [opposant] aangevoerd dat zij [geopposeerde] hielp met enkele betalingen nadat hij had aangegeven dat hij niet rondkwam. Deze stelling wordt ondersteund door de correspondentie tussen partijen waarin [opposant] aangeeft dat de kosten [geopposeerde] eigen verantwoording is. [geopposeerde] heeft – na de gemotiveerde betwisting van [opposant] – niets in het geding gebracht om zijn stelling nader te onderbouwen. Uit hetgeen [geopposeerde] heeft overgelegd blijkt niet dat er tussen partijen een geldleningsovereenkomst is gesloten. 4.
- De conclusie is dat het verzet gegrond is. Het verstekvonnis kan dan ook niet in stand blijven. De oorspronkelijke vordering zal alsnog worden afgewezen. 4.
- [geopposeerde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van zowel de verstek- als de verzetprocedure, met dien verstande dat de kosten van de verzetdagvaarding door [opposant] zelf gedragen moeten worden. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- verklaart het verzet gegrond en vernietigt het verstekvonnis van 2 december 2020; 5.
- wijst de oorspronkelijke vordering alsnog af; 5.
- veroordeelt [geopposeerde] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [opposant] worden vastgesteld op een bedrag van € 436,00 aan salaris van de gemachtigde van [opposant] ; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter