RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8286085 \ CV EXPL 20-897 Uitspraakdatum: 9 juni 2021 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [passagier sub 1] 2. [passagier sub 2] beiden wonende te [woonplaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. A.Y. Lai (Ticketclaim B.V.) tegen de commanditaire vennootschap Transavia Airlines C.V. gevestigd te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. Reevers 1Het procesverloop 1.1. De passagiers hebben bij dagvaarding van 15 januari 2020 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord. 1.2. De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. 2De feiten 2.1. De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van Ibiza (Spanje) naar Eindhoven op 22 juni 2019, hierna: de vlucht. 2.2. De vlucht heeft meer dan drie uur vertraging opgelopen. 2.3. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging. 2.4. De vervoerder heeft op 17 oktober 2019 de compensatie voldaan 3De vordering 3.1. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 91,85 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 10 januari 2020;- de proceskosten en de nakosten. 3.2. De passagiers stellen dat de vervoerder reeds de vordering tot compensatie op grond van de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) heeft voldaan. De vervoerder heeft echter nagelaten de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente daarover te voldoen. Door het verzuim van de vervoerder waren de passagiers genoodzaakt hun vordering uit handen te geven aan hun incassogemachtigde. 3.3. Gemachtigde van de passagiers heeft de vervoerder meerdere malen aangeschreven voor de vordering van de passagiers en diverse pogingen verricht om voldoening buiten rechte te verkrijgen. Deze buitengerechtelijk werkzaamheden hebben buitengerechtelijke kosten met zich mee gebracht, die vermogensschade voor de passagiers opleveren. 4Het verweer 4.1. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt in de beoordeling ingegaan. 5De beoordeling 5.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 5.2. De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De vervoerder heeft deze vordering (gemotiveerd) betwist. De passagiers hebben hiertegenover voldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De passagiers hebben meerdere brieven verstuurd, te weten op 11 juli 2019, 29 augustus 2019, 23 september 2019, 8 en 15 oktober 2019, en daarbij schikkingsvoorstellingen gedaan en dus een combinatie van handelingen verricht. 5.3. Volgens vaste rechtspraak is voor vergoeding van kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid als bedoeld in artikel 6:96 lid 2, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), vereist dat:(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.