RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9248251 \ VV EXPL 21-81 Uitspraakdatum: 13 juli 2021 Vonnis van de kantonrechter in kort geding in de zaak van: de stichting Stichting GTSE Beheer gevestigd te Haarlem eiseres verder te noemen: GTSE gemachtigde: mr. D.J. Posthuma tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid McDonald's Nederland B.V. gevestigd te Amsterdam gedaagde verder te noemen: McDonald’s gemachtigde: mr. A. Scholten 1Het procesverloop 1.1. GTSE heeft McDonald’s op 3 juni 2021 gedagvaard. Op 28 juni 2021 heeft McDonald’s een akte houdende uiteenzetting feitelijke achtergronden overgelegd. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 29 juni 2021. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten, mede aan de hand van pleitaantekeningen, naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft McDonald’s bij brief van 25 juni 2021 en GTSE bij brief van 28 juni 2021 nog stukken toegezonden. 2Feiten 2.1. Op 30 september 2020 hebben GTSE als verhuurder en McDonald’s als huurder een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot een bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW aan [adres] (hierna: het gehuurde). 2.2. In artikel 1.3 van de huurovereenkomst staat: Het Gehuurde mag door of vanwege Huurder worden gebruikt als horecaruimte in de ruimste zin des woords als bedoeld in artikel 7:290 BW, volgens een van de door McDonald’s gevoerde formules. Voorgaande onder de voorwaarde dat huurder dit gebruik onherroepelijk vergund krijgt. 2.3. In artikel 14.20 van de huurovereenkomst staat:Deze Huurovereenkomst kan door Huurder worden ontbonden indien niet uiterlijk op 1 januari 2021 een onherroepelijke omgevingsvergunning en eventueel andere benodigde publiekrechtelijke medewerking, in eveneens een onherroepelijke vorm, is verkregen van de daartoe bevoegde (overheids)instanties, voor het in het Gehuurde realiseren en exploiteren volgens de bestemming opgenomen in artikel 1.3. Huurder dient hiertoe tijdig alle aanvragen in te dienen zodat die datum haalbaar is gezien de wettelijke termijnen en zich tot uiterste in te spannen een onherroepelijke omgevingsvergunning te hebben verkregen voor bovenvermelde datum. Huurder zal verhuurder een kopie van de aanvraag toesturen binnen een week na de indienen daarvan. 2.4. In artikel 14.21 van de huurovereenkomst staat:Deze huurovereenkomst kan door Huurder worden ontbonden indien niet uiterlijk op 1 januari 2021 de benodigde privaatrechtelijke medewerking is verleend, in de breedste zin des woords, waaronder de medewerking van de VVE, voor het in het Gehuurde realiseren en exploiteren volgens de bestemming opgenomen in artikel 1.3. 2.5. Op 4 februari 2021 heeft McDonalds bij de gemeente een verzoek voor een omgevingsvergunning ingediend voor het realiseren van een McDonald’s restaurant in het gehuurde en het plaatsen van gevelreclame. 2.6. Bij brief van 4 maart 2021 heeft McDonald’s aan GTSE geschreven:(…) Tijdens een gesprek op 2 maart 2021 tussen u en mijn collega de heer [B] heeft u bevestigd dat de benodigde VvE toestemming niet voor 1 maart 2021 is verkregen. Om die reden maakt McDonald’s gebruik van ontbindingsmogelijkheid en ontbindt zij door middel van de onderhavige brief de huurovereenkomst tussen partijen op grond van artikel 14.21. 2.7. Bij brief van 8 maart 2021 heeft GTSE aan McDonald’s geschreven:Met verbazing nam ik kennis van uw brief d.d. 4 maart 2021 (…) Het informeren van en het in gang zetten van het (formeel) verkrijgen van de medewerking van de VVE voor het realiseren van het gehuurde conform de bestemming zou op aangeven van de heer [B] plaats gaan vinden, dit pas ná het indienen van de vergunning door McDonald’s. (…) In het telefoongesprek van 2 maart jl. vroeg ik de heer [B] dan ook of ik dat traject nu moest gaan inzetten en hij bevestigde dat. Alleen al vanuit deze bevestiging begrijpen wij niet waarom er dan vervolgens twee dagen later een beroep op deze grond wordt gedaan. In het vervolg van het telefoongesprek gaf hij ook aan dat uit het vooroverleg met de gemeente voor de recent ingediende vergunning zijns inziens geen problemen meer zouden voortvloeien en dat de energievoorziening, hoewel een lastig hoofdstuk gebleken, inmiddels getackeld was. Ook daaruit maakten wij op dat de onzekerheid die eind vorig jaar nog speelde, nu opgelost was. (…) Het verkrijgen van medewerking van de VVE voor het realiseren van het gehuurde conform de bestemming, is naar het zich laat aanzien een formaliteit, daarbij speelt mee dat wij 55% van de stemmen in de VVE hebben en wij gewoonweg conform het bestemde gebruik verhuren aan u. Het is zodoende zeer onwaarschijnlijk dat deze medewerking niet tot stand komt. 2.8. Bij brief van 12 maart 2021 heeft McDonald’s geantwoord:In de brief geeft GTSE aan dat partijen op initiatief van de heer [B] overeengekomen zouden zijn dat verkrijging van de VvE toestemming gekoppeld zou worden aan de aanvraag van de omgevingsvergunning. Hoewel partijen die afspraak wel gemaakt hebben, is die afspraak in gemeenschappelijk overleg tot stand gekomen en niet op initiatief van de heer [B] . GTSE had daar weldegelijk een eigen belang bij. Daarbij komt dat het verkrijgen van de benodigde toestemming van de VvE – gezien het lidmaatschap van GTSE van de VvE – altijd uitsluitend een verantwoordelijkheid is gebleven van GTSE. (…) Met betrekking tot hetgeen GTSE stelt aangaande het telefoongesprek van 2 maart jl. schetst zij een onjuiste weergave van de feiten. De heer [B] heeft u niet medegedeeld dat het VvE traject gestart kon worden en evenmin dat de problemen rondom de energievoorziening thans opgelost zouden zijn (…) Hoe het ook zij, de benodigde VvE toestemming is niet tijdig verkregen. Aangezien het, volgens GTSE haar eigen woorden, slechts een formaliteit betrof, (…) valt niet in te zien, waarom die toestemming niet reeds in februari 2021 verkregen had kunnen worden, althans waarom toen niet direct om deze toestemming is verzocht. GTSE heeft pas actie ondernomen toen op 2 maart jl. de heer [B] verzocht om opheldering over de status van die VvE toestemming. Bovendien heeft GTSE geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid in artikel 14.22 van de huurovereenkomst om voorafgaand aan 1 maart 2021 in overleg te treden met McDonald’s over een verlenging van die termijn. Die mogelijkheid staat na 1 maart 2021 niet meer open. McDonald’s heeft de huurovereenkomst rechtsgeldig en op juiste wijze ontbonden (…) 3De vordering en het verweer 3.1. GTSE vordert dat de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening McDonald’s veroordeelt tot (kort gezegd) nakoming van de huurovereenkomst. Concreet wil GTSE dat McDonald’s meewerkt aan de oplevering van het gehuurde en sloop- en bouwwerkzaamheden uitvoert zodra de vergunningen daarvoor zijn verleend en dat McDonald’s de maandelijkse huurprijs betaalt. 3.2. GTSE legt aan de vordering ten grondslag dat zij met McDonald’s een huurovereenkomst heeft waaruit deze verplichtingen voortvloeien. McDonald’s komt deze verplichtingen echter niet na. 3.3. McDonald’s betwist de vordering. Zij voert aan dat zij de huurovereenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden. Er bestaat voor haar dan ook geen verplichting om mee te werken aan oplevering van het gehuurde of het betalen van huurpenningen. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hieronder nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. De vordering in kort geding kan alleen worden toegewezen als GTSE daarbij een spoedeisend belang heeft. Vast staat dat het gehuurde al langere tijd leegstaat. Volgens GTSE brengt leegstand een verhoogd risico voor het gehuurde met zich mee, zoals vandalisme, en heeft leegstand ook een negatief effect op de beleggingswaarde. McDonald’s heeft dat laatste weliswaar betwist maar de kantonrechter acht dat in zijn algemeenheid wel aannemelijk. GTSE heeft naar het oordeel van de kantonrechter dan ook belang bij een spoedig oordeel over de vraag of McDonald’s het gehuurde in gebruik moet nemen. Daarnaast zal de gestelde huurachterstand verder oplopen. Van GTSE kan ook om die reden niet worden gevergd dat zij een bodemprocedure afwacht. Hiermee is ook het spoedeisend belang voor de overige vorderingen gegeven. 4.2. Verder is voor toewijzing van de vordering in dit kort geding vereist dat de aan die vordering ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden voldoende aannemelijk zijn en dat het ook in voldoende mate waarschijnlijk is dat die vordering in een nog te voeren bodemprocedure zal worden toegewezen. Voor nader onderzoek naar bepaalde feiten en omstandigheden of voor bewijslevering door bijvoorbeeld getuigen is in dit kort geding in beginsel geen plaats. Dat moet gebeuren in een eventuele bodemprocedure. De beoordeling in dit kort geding is dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.Heeft McDonald’s de huurovereenkomst rechtsgeldig ontbonden? 4.3. Het gaat in deze zaak om de vraag of McDonald’s het gehuurde in gebruik moet nemen en huurpenningen moet betalen. Volgens GTSE is dit wel het geval. Zij beroept zich op de door partijen op 30 september 2020 ondertekende huurovereenkomst. McDonald’s betwist dat deze huurovereenkomst nog tussen partijen geldt vanwege de buitengerechtelijke ontbinding en beroept zich daarbij op de artikelen 14.20 en 14.21 van de huurovereenkomst. De kantonrechter merkt in dat verband op dat uit de correspondentie tussen partijen volgt dat de in die artikelen genoemde termijn van 1 januari 2021 is verschoven naar 1 maart 2021. McDonald’s voert aan dat er op 1 maart 2021 vier redenen waren om de huurovereenkomst tot ontbinden. Ten eerste beschikte zij niet over een onherroepelijke omgevingsvergunning ter realisatie en exploitatie van het gehuurde. Ten tweede beschikte zij niet over de privaatrechtelijke toestemming van de gemeente voor het plaatsen van de vetvangput. Ten derde ontbrak de (privaatrechtelijke) medewerking van Liander voor de levering van de benodigde elektriciteit. En ten vierde ontbrak de toestemming van de VvE met betrekking tot het zichtbaar aanbrengen van o.a. de luchtbehandelingsinstallaties, naamborden, reclame-uitingen, uithangborden en (voor zover vereist) de exploitatie. 4.4. Beoordeeld moet worden of dit beroep van McDonald’s kan slagen. GTSE heeft er terecht op gewezen dat McDonalds in haar brief van 4 maart 2021 alleen de laatste grond (het ontbreken van toestemming van de VvE) heeft genoemd. Ook in haar brief van 12 maart 2021 gaat McDonald’s alleen inhoudelijk in op het ontbreken van toestemming van de VvE. Pas in de brief van 12 mei 2021 noemt McDonald’s ook de andere hiervoor genoemde gronden als onderbouwing van haar beroep op ontbinding. De kantonrechter is met GTSE van oordeel dat dit te laat is en dat McDonald’s zich niet met recht kan beroepen op meer ontbindingsgronden. In artikel 14.23 van de huurovereenkomst staat immers dat als McDonald’s een beroep doet op een van de ontbindende voorwaarden zij dat zo spoedig mogelijk bij aangetekende brief aan GTSE moet mededelen. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is daaraan alleen voldaan ten aanzien van het ontbreken van toestemming van de VvE. Dat McDonald’s op 4 maart 2021 mogelijk ook andere redenen had om de overeenkomst te ontbinden blijkt niet uit de brief en GTSE hoefde daar geen rekening mee te houden. McDonald’s voert in dat verband nog aan dat in het geheel geen motivering van het beroep op ontbinding was vereist. De kantonrechter deelt dit standpunt niet. Een redelijke uitleg van artikel 14.20 en 14.21 brengt mee dat McDonald’s aan GTSE in elk geval de reden meedeelt van een beroep op een van deze ontbindende voorwaarden cq toelicht dat sprake is van een situatie waarin ontbinding op grond van die artikelen mogelijk is. McDonald’s heeft dit kennelijk zelf ook zo gezien door in de brief van 4 maart 2021 wel een grond te noemen voor de ontbinding. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de overige gronden zoals genoemd in de brief van 12 mei 2021 niet alsnog aan de ontbinding ten grondslag kunnen worden gelegd. 4.5. Vervolgens moet worden beoordeeld of het beroep van McDonalds op artikel 14.21 van de huurovereenkomst wegens het ontbreken van toestemming van de VvE kan slagen. Volgens GTSE ziet deze ontbindende voorwaarde uitsluitend op het verkrijgen van medewerking van de VvE voor het realiseren van het bouwplan en is die medewerking altijd al een gegeven geweest omdat GTSE de meerderheid in de vergadering van de VvE heeft. McDonald’s heeft dat betwist. Naar het oordeel van de kantonrechter is het enkele feit dat GTSE de meerderheid van de stemmen heeft in de VvE onvoldoende om zonder meer ‘medewerking’ van de VvE aan te nemen zoals bedoeld in artikel 14.21 van de huurovereenkomst. Verwacht mag worden dat die medewerking blijkt uit een concrete handeling van de VvE zodat McDonald’s verzekerd is van de benodigde toestemming. Dit zal in het algemeen een besluit door de vergadering van de VvE zijn waarin de benodigde toestemming wordt verleend. 4.6. Vast staat dat er op 2 maart 2021 geen besluit/toestemming van de VvE lag. Daarmee is in beginsel voldaan aan de voorwaarde voor ontbinding die in artikel 14.21 in de huurovereenkomst is opgenomen. GTSE heeft aangevoerd dat een beroep op deze ontbindingsgrond in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Volgens GTSE is de toestemming van de VvE nooit een issue geweest voor McDonald’s omdat haar bekend was dat het slechts om een formaliteit zou gaan. Bovendien hadden partijen afgesproken dat McDonald’s eerst een omgevingsvergunning zou aanvragen. Volgens GTSE zou McDonald’s aangeven wanneer de VvE zou moeten worden ingelicht. Dit is volgens GTSE pas gebeurd in een telefoongesprek tussen de heer [A] (GTSE) en de heer [B] (McDonald’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.