Rechtbank noord-holland Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 19/1230 uitspraak van de meervoudige douanekamer van 10 juni 2021 in de zaak tussen [X] B.V., voorheen [A] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres (gemachtigde: mr. J.A.G. Winkels), en de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Eindhoven, verweerder. Procesverloop Verweerder heeft het verzoek van eiseres om terugbetaling van een bedrag van € 88.312,82 afgewezen. Eiseres heeft daartegen bezwaar gemaakt. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar het bezwaar ongegrond verklaard. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 maart 2021 te Haarlem. Namens eiseres is verschenen [B] en [C] , haar gemachtigde voornoemd en [D] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [E] , mr. [F] en mr. [G] . Deze zaak is ter zitting gelijktijdig behandeld met de zaken van eiseres met zaaknummers HAA 19/2426, HAA 19/2427 en HAA 19/2429. Overwegingen Feiten 1. De activiteiten van eiseres bestaan, voor zover hier van belang, uit het exploiteren van een handelsonderneming in het produceren, verkopen, inkopen, import en export van duurzame promotieartikelen en andere handelswaren. 2. In naam en voor rekening van eiseres zijn in de periode 6 augustus 2013 tot en met 3 september 2015 in totaal 130 douaneaangiften ingediend voor het plaatsen van goederen onder de douaneregeling ‘in het vrije verkeer brengen’. Het gaat om nog te monteren presentatiesystemen (hierna: presentatiesystemen), bergingsmiddelen en verpakkingsmiddelen. De presentatiesystemen zijn aangegeven onder goederencode 7616 99 90 99. De bergingsmiddelen en verpakkingsmiddelen zijn aangegeven onder goederencodes 4202 92 98 90, 4202 99 0090, 4819 10 00, dan wel 4819 20 00. 3. Tijdens een controle in 2016 is door verweerder geconstateerd dat de bergings- en verpakkingsmiddelen in strijd met algemene regel 5 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur (hierna: GN) niet zijn aangegeven onder dezelfde post als de presentatiesystemen waarmee ze zijn aangegeven. De bergings- en verpakkingsmiddelen hadden, evenals de presentatiesystemen, ingediend moeten worden onder GN-code 7616 99 90 99. Als gevolg daarvan was € 94.446,55 te weinig aan douanerechten geheven. Verweerder heeft met dagtekening 2 augustus 2016 een uitnodiging tot betaling (hierna: utb) opgelegd van € 94.446,55 aan eiseres. Eiseres heeft hiertegen geen rechtsmiddelen aangewend. 4. In het controlerapport is, voor zover hier van belang, onder meer het volgende opgenomen: “2.2Goederenassortiment Het goederenassortiment bestaat uit onder meer: werken ten behoeve van presentatiesystemen van aluminium, zoals roll-banners en mobiele balies; bergingsmiddelen van textiel, bestemd om de roll-banners en mobiele balies in te vervoeren; tassen en trolleys van textiel; vouwdozen van karton; hardcases (…) 3.1 De juistheid van de indeling in de gecombineerde nomenclatuur Vastgesteld is dat de aangiften genoemd in bijlage 1 betrekking hebben op zogenaamde werken ten behoeve van presentatiesystemen van aluminium, zoals roll-banners en mobiele balies; bergingsmiddelen, zoals tassen, trolleys en hardcases, bestemd om de roll-banners en mobiele balies in te vervoeren; vouwdozen van karton. De gecontroleerde aangiften zijn aangegeven onder de GN-codes: 7616999099000000000000; 4202929890000000000000; 4819200000000000000000; 4202990090000000000000. Met diverse goederenomschrijvingen zoals: aluminium presentatie systemen; aluminium presentation and flagsystems; tassen en trolleys van textiel; vouwdozen van karton; hardcases.” 5. De presentatiesystemen kunnen, voor zover nu relevant, worden ingedeeld in drie categorieën, namelijk Pop-up stands (PU-serie), L-banners (LB-serie) en Roll-up banners (RB-serie). 6. De presentatiesystemen hebben volgens partijen de volgende gemeenschappelijke objectieve kenmerken en eigenschappen: ze zijn bedoeld om een afbeelding en/of tekst te tonen (presenteren); ze zijn bestemd om binnen te worden gebruikt (bijvoorbeeld in een kantoor, hotel of conferentiezaal); ze kunnen diverse afmetingen hebben; ze worden in gedemonteerde staat ingevoerd; ze zijn bestemd om op de grond te worden geplaatst en zijn makkelijk verplaatsbaar. 7. De objectieve kenmerken en eigenschappen van de categorieën presentatiesystemen zijn volgens partijen als volgt: “Pop-up stands (PU-serie) Een aluminium frame met geschroefde verbindingen en sluitingen; De pop-up stand bevat magneetstrippen, waarmee het bevestigen van de afscheidingswand/afbeeldingsmateriaal mogelijk wordt gemaakt; De vormgeving van de pop-up stand kan verschillen (rechthoekig/rond); Het geheel wordt aangeboden in een koffer of een draagtas voor transport; L-banners (LB-serie) Een aluminium onderstel bestaande uit een dwarsbalk met een haaks geplaatste balk die aan de dwarsbalk wordt vastgezet; Een aluminium stok bestaande uit drie delen die verbonden zijn met elkaar met een elastiek. De stok wordt verbonden met de haaks geplaatste balk; Een aluminium dwarsbalk die op de stok geplaatst wordt. Na montage ontstaat een L-vormige constructie; De banier wordt aan de onderkant en de bovenkant bevestigd aan de dwarsbalken door middel van klemprofielen; De standaard beschikt over een tweetal grondsteunen; Wordt aangeboden in een draagtas van een kunstmatig weefsel. Roll-up banners (RB-serie) Een aluminium standaard met grondsteunen; Heeft een cassette met een rolmechanisme, zodat het plaatsen en uitrollen van een banier mogelijk wordt gemaakt; Een aluminium stok bestaande uit drie delen die verbonden met elkaar zijn met elastiek. De stok is voorzien van een haak. De haak wordt gebruikt om de banier aan de stok te bevestigen; Wordt aangeboden in een draagtas van een kunstmatig weefsel.” 8. Bij brief van 3 januari 2017, ontvangen 12 januari 2017 heeft eiseres verzocht om terugbetaling van een totaalbedrag van € 88.312,82 betreffende bergings- en verpakkingsmiddelen over de jaren 2014 en 2015. In dit verzoek om terugbetaling is verwezen naar de bindende tariefinlichting (hierna: bti) met kenmerk [# 1] , die op 7 november 2016 door verweerder is afgegeven, waarin het artikel “roll-up banner met stand” is ingedeeld onder goederencode 9403 2080 90. 9. Dit verzoek om terugbetaling is bij de onderhavige beschikking van 12 januari 2018 afgewezen. 10. Hiertegen heeft eiseres bezwaar gemaakt. In de bezwaarfase heeft eiseres verzocht om terugbetaling van een bedrag van € 94.192,81. Het totaalbedrag heeft ook betrekking op het jaar 2013. 11. Eiseres heeft op 20 maart 2018 een verzoek om terugbetaling ingediend voor aangiften in de periode 7 april 2015 tot en met 26 mei 2015 die betrekking hebben op het artikel met handelsbenaming “roll-up banner met stand (zonder banner) / roller-up banner met stand (zonder banner)”. In dit verzoek om terugbetaling is verwezen naar de bti’s met kenmerk [# 2] en [# 3] , die op 27 september 2017 respectievelijk 23 mei 2017 door verweerder zijn afgegeven, waarin “roll-up banner met stand” respectievelijk artikelen met handelsbenaming “PUM23C/PUM33C/PUM53C/PUM23S/PUM33S/PUM43S/PUM53S” zijn ingedeeld onder goederencode 9403 20 80 90. 12. Verweerder heeft het verzoek om terugbetaling voor de “roller-up banner met stand (zonder banner)” toegewezen bij beschikking van 19 april 2018. 13. Eiseres heeft op 18 juni 2018 een verzoek om terugbetaling ingediend voor aangiften in de periode 22 juni 2015 tot en met 28 december 2018 die betrekking hebben op het artikel met handelsbenaming “roll-up banner met stand (zonder banner), inclusief draagtas”. In dit verzoek om terugbetaling is verwezen naar de bti met kenmerk [# 2] , die op 27 september 2017 door verweerder is afgegeven, waarin “roll-up banner met stand” is ingedeeld onder goederencode 9403 20 80 90. 14. Verweerder heeft het verzoek om terugbetaling voor de “roller-up banner met stand (zonder banner)” toegewezen bij beschikking van 11 juli 2018. In de beschikking is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen: “De BTI beschikkingen met referentie BTI- [# 2] en BTI- [# 4] zijn voor deze goederen afgegeven. Deze BTI beschikkingen zijn niet bindend, omdat deze op de dag van aangifte niet geldig was. Wel kunnen deze BTI beschikkingen dienen als een nuttig hulpmiddel om de aard en de samenstelling van de goederen vast te stellen ten tijde van de aangifte. Op grond van de algemene regels 1, 2a, 5a en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur deel ik de goederen met de goederencode 7616999099,4202929890 en 42099009 in onder goederencode 9403 2080 90. Bij deze indeling zijn de goederen vrij van douanerechten.” Geschil 15. In geschil is of het verzoek om terugbetaling terecht is afgewezen. Daarbij is de indeling van de bergings- en verpakkingsmiddelen en de presentatiesystemen van belang. Voorts is de hoogte van het al dan niet terug te betalen bedrag aan invoerrechten in geschil en is in geschil of verweerder in strijd heeft gehandeld met de douanewetgeving en het communautaire gelijkheidsbeginsel. 16. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de presentatiesystemen en dus ook de bergings- en verpakkingsmiddelen kwalificeren als meubelen in de zin van Hoofdstuk 94 en moeten worden ingedeeld onder GS-post 9403. Naar aanleiding van het door eiseres ingediende verzoek om terugbetaling ten aanzien van de presentatiesystemen heeft verweerder terugbetaling verleend op grond van de indeling onder GN-code 9403 20 80. Het is in strijd met wetgeving dat, alhoewel verweerder stelt dat de indeling van de bergings- en verpakkingsmiddelen de indeling van de presentatiesystemen volgt, verweerder dat in dit geval niet toepast. Verweerder heeft ten onrechte de gewijzigde toelichting behorende bij GS-post 9403 met terugwerkende kracht toegepast en handelt in strijd met de algemene indelingsregels van de GN en het rationae temporis beginsel. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en toekenning van het verzoek om terugbetaling van douanerechten. 17. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de presentatiesystemen, met uitzondering van de categorie “pop-up stands (PU-serie)”, geen meubelen zijn in de zin van GS-post 9403, maar “werken van aluminium” in de zin van GS-post 7616. De bergings- en verpakkingsmiddelen voor de presentatiesystemen dienen ingedeeld te worden in goederencode 7616 99 90 99. Eiseres heeft recht op terugbetaling van een bedrag van € 6.435,17 wegens een onjuiste indeling van de pop-up stands (PU-serie). Eiseres heeft in het verzoek om terugbetaling het jaar 2013 buiten beschouwing gelaten en kan dat op een later moment in de procedure niet alsnog onderdeel laten uitmaken van het geschil. Volgens verweerder kan eiseres geen rechten ontlenen aan een onjuiste beslissing in een andere terugbetalingsprocedure. De invoerrechten op de presentatiesystemen zijn ten onrechte aan eiseres terugbetaald. Verder stelt verweerder dat sprake is van een gewijzigd inzicht en dat hij met eiseres van mening is dat een wijziging van de toelichting geen terugwerkende kracht heeft. Volgens verweerder heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van ongelijke behandeling van gelijke gevallen en verweerder wijst erop dat niet voldaan is aan artikel 236 tot en met 239 van het CDW. Verweerder concludeert tot gegrondverklaring van het beroep voor zover betrekking hebbend op de pop-up stands (PU-serie) en concludeert tot ongegrondverklaring voor het overige. 18. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken. Beoordeling van het geschil PU-serie 19. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiseres recht heeft op terugbetaling van een bedrag van € 6.435,17 welk bedrag betrekking heeft op de bergings- en verpakkingsmiddelen van de pop-up stands (PU-serie), omdat de pop-up stands als meubel in de zin van GS-post 9403 kunnen worden aangemerkt. De rechtbank ziet geen aanleiding om daar anders over te oordelen, zodat de uitspraak op bezwaar in zoverre voor vernietiging in aanmerking komt is. 2013 20. Eiseres heeft in het verzoek om terugbetaling verzocht om terugbetaling voor de jaren 2014 en 2015 en niet voor het jaar 2013. Eiseres heeft in de bezwaarfase voor het eerst verzocht om terugbetaling voor het jaar 2013. Ter zitting heeft eiseres dit standpunt ingetrokken, zodat de rechtbank het verzoek om terugbetaling zal beoordelen voor zover dat betrekking heeft op de jaren 2014 en 2015. Van toepassing zijnde wetgeving 21. De douaneschuld waarvan terugbetaling wordt verzocht is ontstaan op 2 augustus 2016, maar de aangiften ten invoer waarvoor de douaneschuld is opgelegd, zijn ingediend in de periode augustus 2013 tot en met juli 2015. Op situaties (waaronder belastbare feiten) die zich vóór het van toepassing worden van het Douanewetboek van de Unie (hierna: DWU) (op 1 mei 2016) hebben voorgedaan, zijn in het algemeen de materiële voorschriften van het (tot 1 mei 2016 geldende) Communautair Douanewetboek (hierna: CDW) van toepassing, terwijl doorgaans de procedurevoorschriften van het DWU van toepassing zijn. Uit het arrest Hof van Justitie 7 september 1999, C-61/98, ECLI:EU:C:1999:393, r.o. 22 en 23, (arrest De Haan) heeft het gerechtshof Amsterdam afgeleid dat de wettelijke bepalingen inzake terugbetaling - voor zover voor de beslechting van het onderwerpelijke geschil van belang - materiële voorschriften zijn, zodat het CDW van toepassing is en niet het DWU (zie de uitspraak van 3 maart 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1063). De rechtbank zal hierbij aansluiten en deze zaak daarom beoordelen met toepassing van artikel 236 van het CDW. Wet- en regelgeving 22. Artikel 236 van het CDW bepaalt dat tot terugbetaling van rechten bij invoer wordt overgegaan wanneer wordt vastgesteld dat het bedrag van de rechten op het tijdstip van betaling niet wettelijk verschuldigd was, dan wel dat het bedrag in strijd met artikel 220, tweede lid, van het CDW werd geboekt. 23. Artikel 121, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het DWU bepaalt dat een verzoek om terugbetaling of kwijtschelding krachtens artikel 116 ingeval sprake is van bedragen die te veel in rekening zijn gebracht, binnen drie jaar na de datum waarop de douaneschuld is medegedeeld, dient te worden ingediend. 24. Algemene regel 5a voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur luidt als volgt: Etuis, foedralen en koffers voor camera's, voor muziekinstrumenten of voor wapens, dozen voor tekeninstrumenten, juwelenkistjes en dergelijke bergingsmiddelen, speciaal gevormd of ingericht voor het opbergen van een bepaald artikel of van een stel of assortiment van artikelen, geschikt voor herhaald gebruik en aangeboden met de artikelen waarvoor ze bestemd zijn, worden ingedeeld onder dezelfde post als die artikelen indien ze van de soort zijn die normaal daarmee wordt verkocht. Deze regel geldt echter niet voor bergingsmiddelen die aan het geheel het wezenlijk karakter verlenen. 25. Algemene regel 5b voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur luidt als volgt: Behoudens het bepaalde onder 5a worden gevulde verpakkingsmiddelen ingedeeld met de verpakte goederen indien zij van de soort zijn die normaal als verpakking voor die goederen wordt gebruikt. Deze regel is echter niet verplichtend voor verpakkingsmiddelen die klaarblijkelijk geschikt zijn voor herhaald gebruik. 26. Afdeling XV van de GN omvat “onedele metalen en werken daarvan”. Hoofdstuk 76 maakt onderdeel uit van Afdeling XV en is getiteld: “Aluminium en werken van aluminium”. 27. Aantekening 1 IDR, aanhef en onderdeel k, op afdeling XV luidt als volgt: Deze afdeling omvat niet: (…)
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.