RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8812694 \ CV EXPL 20-8456 Uitspraakdatum: 7 april 2021 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiseres] wonende te [plaats] eiseres in conventie gedaagde in reconventie verder te noemen: [eiseres] gemachtigde: mr. S. Halouchi (CNV Vakmensen) tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kinomi Productie B.V. kantoorhoudende te Rijsenhout gedaagde in conventie eiseres in reconventie verder te noemen: Kinomi procederend bij [directeur] 1Het procesverloop 1.1. [eiseres] heeft bij dagvaarding van 1 oktober 2020 een vordering tegen Kinomi ingesteld. Kinomi heeft schriftelijk geantwoord, waarin zij een tegenvordering heeft ingesteld. 1.2. Op 8 maart 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. 1.3. Tijdens de zitting is bepaald dat op 7 april 2021 eindvonnis zal worden gewezen. Na de zitting heeft Kinomi op 10 maart 2021 nog een brief naar de rechtbank gezonden. Deze brief maakt gezien het tijdstip van de verzending geen onderdeel uit van het partijdebat. 2De feiten 2.1. Kinomi verricht als bedrijfsactiviteit het telen van boomkwekerijgewassen. 2.2. [eiseres] , geboren op [geboortedatum] 1985 (36 jaar oud), is op 1 september 2015 bij Kinomi voor onbepaalde tijd in dienst getreden in de functie van Productiemedewerker tegen een bruto maandsalaris van € 1.482,47 exclusief emolumenten op basis van een 34,5-urige werkweek. 2.3. Artikel 15 van de arbeidsovereenkomst – voor zover van belang – luidt als volgt: ‘Artikel 15: verbod van nevenwerkzaamheden 15.1 . De werknemer onthoudt zich van het verrichten van werkzaamheden voor derden gelijk aan of vergelijkbaar met de voor de werkgever te verrichten werkzaamheden, van het doen van zaken voor rekening gelijk aan of vergelijkbaar met de zaken van de werkgever, alsmede van elke directe of indirecte betrokkenheid of financiële interesse bij dergelijke werkzaamheden of zaken, een en ander behoudens de uitdrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming van de werkgever. 15.2. Bij overtreding van het in 15.1 bepaalde verbeurt de werknemer aan de werkgever een dadelijk en ineens zonder sommatie of ingebrekestelling opeisbare boete van € 2.500 (zegge: tweeduizendvijfhonderd euro) per overtreding en € 250 (zegge: tweehonderdvijftig euro) voor elke dag dat de overtreding voortduurt, zonder dat de werkgever gehouden zal zijn schade te bewijzen en onverminderd het recht van de werkgever om schadevergoeding te vorderen, indien en voor zover de schade het bedrag van de boeten overtreft.’ 2.4. Vanaf 10 januari 2018 is [eiseres] aansluitend op haar zwangerschaps- en bevallingsverlof arbeidsongeschikt geraakt. In dit kader heeft [eiseres] een Ziektewetuitkering (hierna: ZW-uitkering) ontvangen. 2.5. Bij e-mail van 26 september 2019 heeft [eiseres] haar arbeidsovereenkomst met ingang van 1 november 2019 opgezegd. 2.6. Bij brief van 20 november 2019 heeft het UWV aan [eiseres] medegedeeld dat zij sinds 1 november 2019 hersteld is verklaard en het UWV om die reden de ZW-uitkering met ingang van die datum heeft beëindigd. 2.7. Het loon over de maand november 2019 is aan [eiseres] door Kinomi betaald. 2.8. [eiseres] heeft WhatsApp-berichten tussen haar en [directeur] (directeur van Kinomi) overgelegd, waarin onder meer het volgende staat: [ [eiseres] : 5 november om 10:32 uur]: Goedemorgen [directeur], ik krijg nog niet mail van je. Ik denk naar drie weken hebt [voornaam] 15 min. tijd voor mijn. Groetjes. [ [directeur] : 5 november om 16.37 uur]: [eiseres], ik heb het [voornaam 2] uit laten rekenen. Screenshot van het volgende overzicht: [eiseres] vrije dagen: Uitgerekend tot en met 31-10-2018 Ziek per 10-1-2018 Vrije dagen 20 per jaar (….) Totaal nog aan vrije dagen: 36,14 ’ [ [directeur] : 5 november om 16:41 uur]: Dan ben je in dienst t/m 20 dec [ [directeur] : 5 november om 16:44 uur]: Ik maak daar 31 dec van gr [voornaam] en [voornaam] [ [directeur] : 5 november om 16:45 uur]: Wij geven dat in dec ook door aan uwv [ [eiseres] : 5 november om 19:01 uur]: Goedeavond dank je wel voor je bericht maar ik heb nog vraag als ik waarschijnlijk vind nieuwe baan deze maand dat ik kan begin werken? Graag als nog kan als mijn weet. [ [directeur] : 5 november om 19:02 uur]: Vraag ik na [ [directeur] : 5 november om 19:02 uur]: Hoor je van mijn [ [eiseres] : 5 november om 19:02 uur]: Bedankt [ [directeur] : 6 november om 11:25 uur]: [voornaam] je kan niet ergens anders starten voor 01-01-2020 [ [directeur] : 6 november om 13:06 uur]: Ik heb het aan de accountant gevraagd. [ [eiseres] : 7 november om 09:17 uur]: Goedemorgen [voornaam] maar wil je de accountant uitleggen voor mij waarom kan niet? Dat ik vind erg raar! En nog wat hefft UWV met mijn te maken als nu ik ben uit dienst alleen ik heb nog vakantie dagen en dan ik kan doen met mijn dagen wat ik wil. Op dinsdag ik heb proefdag bij mijn misschien nieuwe werkgever zo wat ik moet doen nu? [ [directeur] : 7 november om 09:19 uur] UWV betaalt ook de vrije dagen gedurende de ziektetijd. En van mij mag je werken maar als er gezeik is niet bij mijn huilen. 2.7. Bij e-mail van 31 december 2019 heeft [eiseres] aan Kinomi gevraagd wanneer zij haar laatste loon en vakantiegeld kan verwachten. 2.8. Bij e-mail van 2 januari 2020 heeft [directeur] op het bovenstaande als volgt gereageerd: ‘[eiseres], Tot onze verbazing keert UWV niet uit aan Kinomi. Ik heb erover gebeld en kreeg te horen dat jij je beter hebt gemeld per 17 november. Ik weet niet of dat zo is maar het zou 31-12-2019 moeten zijn. Wij kunnen die fout niet wijzigen jij moet ze daar zelf voor bellen. We hebben je beter gemeld per 31-12-2019. Zodra UWV de bevestiging stuurt dat ze uitkeren zullen we ook aan jouw uitkeren echter eerst moet die fout worden rechtgezet.’ 2.9. Op 6 januari 2020 heeft [eiseres] per e-mail geantwoord op het bovenstaande, waarin zij schrijft:‘Ten eerste ik heb mijn zelf niet beter gemeld want official ik ben uit dienst en 19 november gebeld naar mijn UWV en zeggen dat ik ben nog steeds ziek…Ik gebeld naar UWV vrijdag en ik gekreeg informatie dat je moet betalen mij vakantiedagen en vakantiegeld dat is de verplichting van werkgevers niet van het UWV.Nu ik ook snap waroom ik kan niet voor 31.12.19 beginnen werken want jij had mijn nog niet beter melden, dat wist ik ook niks van en UWV ook niks. Ik vind helemaal dat is geen het logisch dat ik op nemen mijn vakantiedagen door mijn ziektewet als ik ontslag meegenomen. (...)’ 3De vordering 3.1. [eiseres] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Kinomi te veroordelen: tot betaling het achterstallige salaris van december 2019, ten bedrage van € 1.482,47 bruto, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en overige emolumenten; tot betaling van de opgebouwde vakantietoeslag, zijnde € 830,19 bruto; tot betaling van het equivalent van 36,14 door haar opgebouwde vakantiedagen, neerkomende op € 2.868,07 bruto; tot betaling aan [eiseres] van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over het onder sub A, B en C gevorderde bedrag; tot betaling aan [eiseres] van de wettelijke rente over de onder sub A t/m D gevorderde bedragen vanaf de dag der opeisbaarheid tot aan de dag der algehele voldoening; tot het verstrekken van deugdelijke loonspecificaties op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag dat Kinomi in gebreke blijft hieraan te voldoen; tot vergoeding aan [eiseres] van de buitegenrechtelijke incassokosten van € 634,00; in de kosten van het geding, inclusief het salaris van de gemachtigde; I. tot betaling aan [eiseres] van de nakosten ad € 100,- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van deze betekening. 3.2. [eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat uit de overgelegde WhatsApp-correspondentie (zie r.o. 2.8) volgt dat zij het dienstverband per 1 december 2019 heeft opgezegd en daarmee de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2020 is geëindigd. [eiseres] heeft tot 31 december 2019 voor Kinomi werkzaamheden verricht c.q. zich beschikbaar gehouden om werkzaamheden te verrichten. Kinomi is ondanks aanmaning daartoe in gebreke gebleven met het betalen van haar loon over de maand december 2019. Nu Kinomi het loon niet tijdig heeft voldaan, is zij daarover de wettelijke verhoging van 50% alsmede de wettelijke rente verschuldigd. Verder heeft [eiseres] op grond van artikel 7:634 BW op basis van een 34,5-urige werkweek recht op 20,70 vakantiedagen per jaar. Over de laatste periode van arbeidsongeschiktheid heeft [eiseres] een verlofsaldo van 36,14 dagen opgebouwd, hetgeen ziet op een bedrag van € 2.868,07. Voorts heeft [eiseres] over de periode van 1 juni 2019 t/m 31 december 2019 vakantietoeslag opgebouwd, hetgeen neerkomt op € 118,60 per maand, zijnde 8% van het maandelijkse loon. Tot slot vordert [eiseres] op grond van artikel 7:626 BW afgifte van een deugdelijke bruto-netto-specificatie over de maand december 2019 op straffe van een dwangsom om nakoming te bewerkstelligen. 4Het verweer en tegenvordering 4.1. Kinomi betwist de vordering. Zij voert aan – samengevat – dat [eiseres] op 26 september 2019 haar arbeidsovereenkomst heeft opgezegd en daarmee deze met ingang van 1 november 2019 is geëindigd. In de maand december 2019 heeft [eiseres] geen arbeid verricht en ook niet aangeboden om te werken, zodat Kinomi over deze maand geen loon verschuldigd is. 4.2. Met [eiseres] is de afspraak gemaakt dat zij tegen een latere datum haar arbeidsovereenkomst zou opzeggen, zodat het UWV de verlofdagen van [eiseres] over het jaar 2019 zou moeten betalen. Omdat [eiseres] zich niet aan deze afspraak heeft gehouden en zich vanaf 1 november 2019 bij het UWV hersteld heeft gemeld, heeft Kinomi de loonkosten voor de maand november 2019 zelf moeten dragen. Ten aanzien van het door [eiseres] opgebouwde verlofsaldo stelt Kinomi zich op het standpunt dat het UWV verantwoordelijk is voor uitbetaling van de verlofuren, nu deze zijn opgebouwd tijdens arbeidsongeschiktheid. Hetzelfde geldt ook voor de vakantietoeslag, aldus Kinomi. 4.3. In de conclusie van antwoord heeft Kinomi in reconventie gevorderd [eiseres] te veroordelen aan Kinomi een bedrag te betalen van € 4.500,- aan opgelopen boete, nu zij vanaf 1 oktober 2019 met haar werkzaamheden bij een bakkerij het nevenwerkzaamhedenbeding conform artikel 15 van de arbeidsovereenkomst heeft geschonden. Het bedrag van € 4.500,- bestaat uit de direct opeisbare boete van € 2.500,- en de veronderstelling dat zij over de maand oktober minimaal twee dagen per week bij de bakkerij heeft gewerkt. 5De beoordeling De vordering en de tegenvordering 5.1. Het geschil tussen partijen betreft de vraag of [eiseres] , nu haar arbeidsovereenkomst is geëindigd, nog recht heeft op loon over de maand december 2019 en een uitkering in geld ter zake van het door haar in 2019 opgebouwde maar in dit jaar niet genoten of betaalde saldo van vakantie-uren en vakantietoeslag. 5.2. De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van [eiseres] gedeeltelijk zal toewijzen. Loon over december 2019 en verlofuren 5.3. Ter zitting heeft de gemachtigde van [eiseres] verklaard dat de vorderingen onder (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.