RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./repnr.: 9328652 \ AO VERZ 21-71 Uitspraakdatum: 10 september 2021 (bij vervroeging) Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap [werkgever] . gevestigd te [plaats] verzoekende partij verder te noemen: [werkgever] gemachtigde: mr. T. Koenders tegen [werkneemster] wonende te [plaats] verwerende partij verder te noemen: [werkneemster] gemachtigde: mr. A. Kloet De zaak in het kort De arbeidsovereenkomst wordt niet beëindigd. Er is geen sprake van disfunctioneren van [werkneemster] en er is aan haar ook niet (op tijd) kenbaar gemaakt dát zij zou disfunctioneren. [werkneemster] heeft ook onvoldoende gelegenheid gehad om haar functioneren te verbeteren. Van een onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding is ook geen sprake. Ook de combinatie van omstandigheden zorgt er niet voor dat van [werkgever] niet verwacht kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Het in de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd opgenomen concurrentie- en relatiebeding is nietig. De door [werkneemster] verzochte verklaring voor recht wordt daarom toegewezen. 1Het procesverloop 1.1. [werkgever] heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [werkneemster] heeft een verweerschrift en een (deels voorwaardelijk) tegenverzoek ingediend. 1.2. Op 30 augustus 2021 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. [werkgever] heeft ook pleitaantekeningen overgelegd. Vóór de mondelinge behandeling heeft [werkgever] bij faxbericht van 25 augustus 2021 nog stukken toegezonden. 2Feiten 2.1. [werkgever] houdt zich bezig met schoonmaak, facilitaire dienstverlening, onderhoud, glasbewassing en gevelreiniging. 2.2. [werkneemster] , geboren [in 1974] , is op 15 juni 2017 in dienst bij [werkgever] op basis van een arbeidsovereenkomst voor de periode van een jaar. De functie van [werkneemster] is commercieel secretaresse met een salaris van € 2.067,52 bruto per 4 weken exclusief vakantiegeld op basis van 28 uur per week. 2.3. In artikel 9 lid 1 van de arbeidsovereenkomst staat opgenomen: ‘(…) Het is de werknemer niet toegestaan om zonder schriftelijke toestemming van de werkgever tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst of binnen vijf jaar na het aflopen van de arbeidsovereenkomst: werkzaam, of op enige andere wijze betrokken te zijn bij een schoonmaakbedrijf, anders dan uit hoofde van deze overeenkomst; in dienst te treden bij klanten van werkgever; als zelfstandig ondernemer resp. als directie bij een derde schoonmaakbedrijf werkzaamheden te verrichten ten behoeve van klanten van werkgever. Indien de werknemer een van de bepalingen a tot en met c overtreedt, is hij een onmiddellijk opeisbare boete aan de werkgever verschuldigd van € 1.000,= per overtreding en € 100 voor elke dag dat de overtreding voortduurt. (…)’ 2.4. [directeur] , directeur van [werkgever] , en [werkneemster] hebben op 27 februari 2018 een ‘verlengingsovereenkomst onbepaalde tijd’ ondertekend op basis waarvan de arbeidsovereenkomst van [werkneemster] per 27 februari 2018 is omgezet naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Daarin staat onder meer: ‘(…) De arbeidsovereenkomst kan door beide partijen tussentijds worden opgezegd met inachtneming van de opzegtermijn van één maand. (…) De arbeidsovereenkomst slechts tegen het einde van de maand worden opgezegd. (…) De overige bepalingen van de arbeidsovereenkomst ingaande 15 juni 2017 blijven onverkort van toepassing. (…)’ 2.5. Op 21 oktober 2020 heeft [directeur] een gesprek opgevangen tussen [werkneemster] en een collega, waarbij [werkneemster] zich negatief uitliet over [directeur] . Hierop is [werkneemster] in een gesprek van 27 oktober 2020 aangesproken door [directeur] , in aanwezigheid van [HR manager] , HR Manager bij [werkgever] . 2.6. Op 20 mei 2021 heeft [directeur] aan [werkneemster] kenbaar gemaakt dat hij de arbeidsovereenkomst wenst te beëindigen, hetgeen hij bij e-mail van diezelfde dag aan haar heeft bevestigd. In de e-mail staat onder meer: ‘(…) Onze manieren van werken zijn niet hetzelfde. We zitten qua uitvoering en werkwijze niet op dezelfde lijn. Ik wil hierbij benadrukken dat er geen goed of fout is, wel een verschil van inzicht. We hebben samen diverse gesprekken gehad om te kijken of we op dezelfde golflengte kunnen komen. Helaas is dit niet gelukt. Daarom wil ik onze arbeidsovereenkomst beëindigen. Graag wil ik samen met jou tot een passende oplossing komen. Ik kan me voorstellen dat dit je heeft overvallen en we hebben daarom samen besloten om je tot en met dinsdag vrij te stellen van je werkzaamheden. Ik zal je morgen een voorstel mailen (…).’ 2.7. Bij e-mail van 21 mei 2021 heeft [HR manager] aan [werkneemster] voorgesteld om de arbeidsovereenkomst door middel van een vaststellingsovereenkomst per 1 juli 2021 te beëindigen, onder betaling aan [werkneemster] van een vergoeding van € 4.500,00 bruto (inclusief transitievergoeding). 2.8. Bij brief van 11 juni 2021 is namens [werkneemster] een tegenvoorstel gedaan, inhoudende – kort gezegd – dat de arbeidsovereenkomst per 1 oktober 2021 wordt beëindigd, onder betaling aan [werkneemster] van een vergoeding van € 60.000,00 bruto ineens. 3Het verzoek 3.1. [werkgever] verzoekt de arbeidsovereenkomst met [werkneemster] te ontbinden vanwege – kort gezegd – primair disfunctioneren, subsidiair een verstoorde arbeidsverhouding of, meer subsidiair, een combinatie van die omstandigheden. [werkgever] heeft daarbij het volgende naar voren gebracht. 3.2. [werkneemster] kan niet voldoen aan de eisen die [werkgever] stelt en redelijkerwijs mag stellen aan de binnen [werkgever] uit te voeren functie van commercieel secretaresse. Drie zakelijke relaties hebben aangegeven niet graag met [werkneemster] samen te werken, waaruit blijkt dat [werkneemster] niet over de juiste competenties voor de functie beschikt. Daarbij is het takenpakket van [werkneemster] inmiddels zodanig aangepast dat dit niet meer aan de verwachtingen van [werkgever] voldoet die zij heeft voor een commercieel secretaresse binnen haar organisatie. De onderlinge verhouding is duurzaam verstoord en er is geen vertrouwen meer dat dit nog goed komt, ondanks dat hierover vaak is gesproken. Zowel [directeur] als [werkneemster] ervaren de samenwerking als onplezierig en niet constructief. [werkneemster] vindt het lastig om met [directeur] te werken en heeft hem zelfs ‘een monster’ genoemd tegen collega’s. Daarbij bestaat er een verschil van inzicht over het takenpakket van de functie van [werkneemster] . De combinatie van genoemde omstandigheden is zodanig dat van [werkgever] niet verwacht kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. 4Het verweer en het tegenverzoek 4.1. [werkneemster] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen, omdat daartoe een redelijke grond ontbreekt. Zij heeft – samengevat – het volgende aangevoerd. 4.2. [werkneemster] is er nooit eerder op aangesproken door [werkgever] dat zou niet zou voldoen aan de functie-eisen of dat zij zou disfunctioneren. Ook heeft zij geen mogelijkheid gehad om haar functioneren binnen een redelijke termijn te verbeteren. Het takenpakket van [werkneemster] in sinds haar indiensttreding bij [werkgever] steeds verder uitgebreid. Dat zij die aangepaste taken niet goed zou vervullen kan geen reden zijn om de arbeidsovereenkomst nu te ontbinden. Van een verstoorde arbeidsverhouding is geen sprake, laat staan van een duurzaam en onoplosbare verstoorde arbeidsverhouding. [werkgever] heeft niet geprobeerd de verhoudingen te normaliseren. Er is geen ruimte voor ontbinding op de i-grond. [werkgever] heeft dit in het geheel niet onderbouwd. 4.3. Voor het geval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, verzoekt [werkneemster] om toekenning van de transitievergoeding en een billijke vergoeding van € 60.000,00 bruto, onder opmaking door [werkgever] van een deugdelijke eindafrekening. 4.4. Verder wordt bij wijze van (onvoorwaardelijk) tegenverzoek verzocht om een verklaring voor recht dat [werkneemster] niet gehouden kan worden aan enig concurrentie- en/of relatiebeding, zodat [werkgever] geen aanspraken kan ontlenen aan artikel 9 lid 1 van de eerste arbeidsovereenkomst. 4.5. [werkgever] heeft verweer gevoerd tegen de verzoeken van [werkneemster] . 4.6. Op de stellingen van partijen wordt, voor zover van belang, hierna onder de beoordeling verder ingegaan. 5De beoordeling het verzoek 5.1. Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. 5.2. Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. 5.3. Naar het oordeel van de kantonrechter is er geen redelijke grond voor ontbinding. Daarover wordt het volgende overwogen. d-grond: disfunctioneren 5.4. Uit artikel 7:669 lid 3 sub d BW volgt dat de arbeidsovereenkomst kan worden ontbonden als sprake is van ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken van de werknemer, mits de werkgever de werknemer hiervan tijdig in kennis heeft gesteld en hem in voldoende mate in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeteren en de ongeschiktheid niet het gevolg is van onvoldoende zorg van de werkgever voor scholing van de werknemer of voor de arbeidsomstandigheden van de werknemer. 5.5. Niet in geschil is dat het takenpakket van [werkneemster] sinds haar indiensttreding bij [werkgever] is aangepast en steeds verder is uitgebreid. Op de mondelinge behandeling heeft [directeur] verklaard dat van [werkneemster] verwacht mocht worden dat zij die aangepaste taken naar behoren uitvoert, mede gelet op de binnen [werkgever] heersende bedrijfscultuur. Dat [werkneemster] niet alle aan haar opgedragen taken (naar behoren) uitvoert, betekent volgens [werkgever] dat zij niet voldoet aan de eisen die [werkgever] stelt en redelijkerwijs mag stellen aan de binnen [werkgever] uit te voeren functie van commercieel secretaresse. Volgens [werkneemster] is haar takenpakket in de loop der jaren dusdanig uitgebreid dat het onmogelijk is om alle aan haar opgedragen taken, binnen haar 28urige-werkweek, uit te voeren. 5.6. De kantonrechter volgt [werkgever] niet in voornoemd standpunt. De omstandigheid dat het takenpakket van [werkneemster] dusdanig is uitgebreid dat zij niet alle taken meer (goed genoeg) kan uitvoeren, kan niet leiden tot een disfunctioneren-argument voor [werkgever] . Integendeel. Van [werkgever] had verwacht mogen worden dat zij serieus zou zijn ingegaan op de diverse werkdruk klachten van [werkneemster] . Dat heeft [werkgever] nagelaten. In plaats daarvan streeft zij naar het einde van de arbeidsovereenkomst. Daar gaat de kantonrechter echter niet in mee. 5.7. Dat [naam] , een voormalig zakenpartner van [werkgever] , de samenwerking met [werkgever] heeft opgezegd door de houding van [werkneemster] , zoals [werkgever] stelt, volgt de kantonrechter evenmin. Dat standpunt heeft [werkgever] – gelet op het gemotiveerde verweer van [werkneemster] – naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd. Dat nog twee andere zakelijke relaties hebben aangegeven niet meer met [werkneemster] te willen samenwerken, heeft [werkgever] – ondanks de betwisting door [werkneemster] – in het geheel niet onderbouwd. 5.8. [werkgever] legt verder nog aan het disfunctioneren ten grondslag dat [werkneemster] structureel fouten maakt in offertes. [werkneemster] ontkent niet dat zij – in de 200 offertes die zij per jaar maakt – weleens een fout heeft begaan, maar van het structureel maken van fouten is geen sprake. Nog daargelaten dat [werkgever] dit standpunt niet met stukken heeft onderbouwd, oordeelt de kantonrechter dat hieruit geen disfunctioneren kan worden afgeleid. Fouten maken is menselijk. Het is aan de werkgever om de werknemer hierop (op een constructieve manier) aan te spreken. Niet gesteld of gebleken is dat [werkgever] dat heeft gedaan. 5.9. Voor zover overigens al sprake zou zijn van disfunctioneren komt daarbij dat [werkgever] niet heeft aangetoond dat [werkneemster] (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.