← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2021:9042

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 7221350 \ CV EXPL 18-8153 Uitspraakdatum: 6 oktober 2021 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [passagier sub 1] , pro se en in hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger voor haar minderjarige kind [minderjarige], [passagier sub 2] [passagier sub 3] allen wonende te [woonplaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen de passagiers gemachtigde mr. I.G.B. Maertzdorff (EUclaim B.V.) tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TUI Airlines Nederland B.V. gevestigd te Schiphol-Rijk, gemeente Haarlemmermeer gedaagde hierna te noemen de vervoerder gemachtigde mr. M. Lustenhouwer 1Het procesverloop 1.

  1. De passagiers hebben bij dagvaarding van 14 juni 2018 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord. 1.
  2. De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. 2De feiten 2.
  3. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Diagoras Airport, Rhodos (Griekenland) op 23 juli
  4. 2.
  5. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met vertraging. 2.
  6. De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 2.
  7. Passagier sub 1 is door de kantonrechter gemachtigd de onderhavige procedure namens haar minderjarige kind te voeren.
  8. De vordering 3.
  9. De passagiers vorderen dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 363,00 dan wel € 290,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  10. De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat zij volgens de overeenkomst op zaterdag 23 juli 2016 om 06:15 uur lokale tijd vanuit Amsterdam-Schiphol Airport met vlucht OR 285 zouden vertrekken om vervolgens om 11:15 uur lokale tijd in Rhodos aan te komen. Uiteindelijk zijn de passagiers om 15:33 uur lokale tijd vertrokken met vlucht OR 285 en om 20:22 uur lokale tijd, met een vertraging van 9 uur en 7 minuten, in Rhodos aangekomen. De vervoerder is vanwege de vertraging van de vlucht gehouden de passagiers te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 1.600,
  11. 4Het verweer 4.
  12. De vervoerder betwist de vordering. Hij voert aan dat uit het vliegticket van de passagiers volgt dat zij om 20:30 uur lokale tijd zouden aankomen in Rhodos. Het toestel is om 22:15 uur lokale tijd, met een vertraging van minder dan drie uur te Rhodos gearriveerd. De passagiers hebben dan ook geen recht op compensatie op grond van artikel 7 van de Verordening. 5De beoordeling 5.
  13. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 5.
  14. De passagiers hebben ter onderbouwing van hun stelling een boekingsbevestiging van de geboekte pakketreis, waarop staat dat zij om 11:15 uur lokale tijd in Rhodos zouden aankomen en het vliegticket waarop staat dat zij om 20:30 uur lokale tijd in Rhodos zouden aankomen overgelegd. De vervoerder heeft hiertegenover aangevoerd dat de reisagent/vertegenwoordiger van de passagiers de passagiers erop heeft gewezen dat de in de boekingsvestiging genoemde vluchttijden nog niet vast stonden en onder voorbehoud waren en dat de definitieve vluchttijden op een later moment bekend zouden worden gemaakt. De vluchttijden van de vervoerder stonden volgens de vervoerder nog niet vast. De boekingsbevestiging voor de vlucht, het e-ticket, is ten tijde van het sluiten van de overeenkomst niet opgemaakt en afgegeven. De agent van de passagiers kon dan ook geen vluchttijden garanderen, aldus de vervoerder. De reisorganisator heeft vervolgens voor de passagiers op 2 juli 2016 stoelen geboekt voor vlucht OR 285 met aankomsttijd 20:30 uur lokale tijd. Het e-ticket is vervolgens dezelfde dag (drie weken voor de vlucht) aan de vertegenwoordiger van de passagiers, VakantieXperts, toegezonden. Van een schemawijziging (van de vlucht) is geen sprake, aldus nog steeds de vervoerder. 5.
  15. De kantonrechter overweegt dat een boekingsbevestiging voor een pakketreisovereenkomst niet hetzelfde is als een boekingsbevestiging voor een vliegreis. Gelet op het gemotiveerde verweer van de vervoerder, had het op de weg van de passagiers gelegen om hun stelling nader te onderbouwen. De Verordening definieert een boeking als volgt “het feit dat de passagier een ticket heeft of een ander bewijs dat de boeking is aanvaard en geregistreerd door de luchtvaartmaatschappij of de touroperator”. De overgelegde boekingsbevestiging voor de pakketreisovereenkomst geboekt bij VakantieXperts is hiervoor onvoldoende. Onweersproken is immers dat de boeking voor het vliegticket ten tijde van het aangaan van de pakketreis nog niet was opgemaakt en afgegeven, zodat niet is vast komen te staan dat de passagiers op enig moment over een bevestigde boeking beschikten voor vlucht OR 285, met geplande aankomsttijd 11:15 uur lokale tijd. Niet in geschil is dat vlucht OR 285 met geplande aankomsttijd 20:30 uur lokale tijd, met een vertraging van minder dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. De vordering tot compensatie op grond van artikel 7 van de Verordening wordt dan ook afgewezen. 5.
  16. De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat deze ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. 6De beslissing De kantonrechter: 6.
  17. wijst de vordering af; 6.
  18. veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 374,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 93,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis; 6.
  19. verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.