← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2021:9448

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Bestuursrecht zaaknummer: HAA 21/3437 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 oktober 2021 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres, en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, verweerder. Procesverloop Eiseres heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 2 juli 2021 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Overwegingen

  1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
  2. Voor het indienen van een beroepschrift geldt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Deze termijn begint op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Een beroepschrift is op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank op grond van artikel 6:11 van de Awb niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.
  3. De rechtbank gaat ervan uit dat verweerder het bestreden besluit bekend heeft gemaakt op 2 juli 2021 door verzending per post, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde op 16 augustus
  4. Eiseres heeft op 17 augustus 2021 digitaal beroep ingesteld. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.
  5. Eiseres heeft hiervoor de volgende reden gegeven. Na mijn afgewezen bezwaar kreeg ik de mogelijkheid om de reden van afwijzing te bespreken met verweerder. Het wel of niet indienen van beroep hing samen met de eindconclusie van dit gesprek. Doordat dit gesprek pas op 9 augustus 2021 plaats kon vinden is het beroepschrift ook later ingediend. Na het gesprek heb ik alle informatie verzameld om het beroepschrift op te stellen.
  6. De rechtbank overweegt als volgt. Vast staat dat in het bestreden besluit is vermeld dat eiseres, wanneer zij het niet eens is met de beslissing, binnen zes weken beroep moet instellen bij de rechtbank. Het feit dat eiseres eerst het gesprek met verweerder wilde afwachten alvorens zich tot de rechtbank te wenden, dient voor haar rekening te komen. Zij had immers een pro-forma (op nader aan te voeren gronden) beroepschrift kunnen indienen om de beroepstermijn veilig te stellen. De rechtbank is ook overigens niet gebleken dat eiseres een goede verontschuldiging heeft voor de te late indiening van haar beroepschrift. Er is dan ook geen aanleiding om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. In dit verband overweegt de rechtbank voorts nog dat de termijnen uit de Awb van openbare orde zijn. Het staat de rechtbank niet vrij om hier - bijvoorbeeld uit coulance - van af te wijken.
  7. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Jochem, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.