RECHTBANK NOORD-HOLLAND Bestuursrecht zaaknummer: HAA 21/328 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 november 2021 in de zaak tussen [verzoeker], te [woonplaats], verzoeker (gemachtigde: mr. J. Sprakel), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, Middelen & Services, verweerder. Procesverloop In het besluit van 7 augustus 2020 (primair besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker van 24 april 2020 tot een huisvestingsurgentie geweigerd. In het besluit van 10 december 2020 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft bij brief van 17 februari 2021 een verweerschrift ingediend. Verweerder heeft bij besluit van 1 juli 2021 aan verzoeker een stadsvernieuwingsurgentie verleend. Bij brief van 6 juli 2021 heeft verweerder verzocht om, als het procesbelang nog gelegen is in vergoeding van de proceskosten, die af te wijzen op basis van hetgeen in het verweerschrift is betoogd. Op 16 juli 2021 heeft verzoeker het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft niet gereageerd. Nadat partijen zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord en niet binnen de gestelde termijn hebben verklaard gebruik te willen maken van dat recht, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. De rechtbank doet uitspraak met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Overwegingen De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb. De rechtbank ziet in dit geval geen aanleiding het verzoek om verweerder in de proceskosten te veroordelen toe te wijzen, omdat geen sprake is van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb. De stadsvernieuwingsurgentie is niet verleend op verzoek van verzoeker, maar op verzoek van Elan Wonen, en is toegekend op basis van een ander criterium dan de door verzoeker gevraagde urgentie. Het besluit van 1 juli 2021 is dan ook kennelijk genomen op andere gronden dan die verzoeker in beroep heeft aangevoerd. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek om proceskosten af. Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Jochem, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.