vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie Zittingsplaats Haarlem zaaknummer / rolnummer: C/15/324954 / HA ZA 22-112 Vonnis van 9 november 2022 in de zaak van [eiser] , wonende te [plaats 1] , eiser, advocaat mr. O. Asscher te Amsterdam, tegen 1. de vennootschap onder firma [gedaagde 1] , gevestigd te [plaats 2] , 2. [gedaagde 2], wonende te [plaats 2] , 3. [gedaagde 3], wonende te [plaats 2] , 4. [gedaagde 4] wonende te [plaats 2] , gedaagden, advocaat mr. E.H. Verweij te Apeldoorn. Eiser zal hierna [eiser] worden genoemd. Gedaagden zullen hierna gezamenlijk [gedaagde 1] c.s. worden genoemd, en ieder afzonderlijk de [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en [gedaagde 4] . 1De zaak in het kort 1.1. [eiser] is een kweker van snijbloemen gewassen, erwten en tuinbonen. [gedaagde 1] c.s. exploiteren een akkerbouwbedrijf met verschillende nevenactiviteiten. De percelen van [eiser] en [gedaagde 1] c.s. liggen naast elkaar. Op 20 mei 2021 bespuit [gedaagde 1] c.s. de gewassen op hun perceel met herbiciden. [eiser] stelt dat deze herbicidebehandeling schade heeft veroorzaakt aan (onder andere) zijn gewassen Penstemon. [gedaagde 1] c.s. zijn volgens [eiser] aansprakelijk voor de schade. Hij vordert schadevergoeding. [gedaagde 1] c.s. betwisten de aansprakelijkheid. De rechtbank oordeelt dat de door [gedaagde 1] c.s. gespoten herbiciden gevaarlijke stoffen zijn in de zin van artikel 6:175 lid 1 BW en dat het gevaar van deze stoffen voor een akkerbouwbedrijf als de [gedaagde 1] bekend is. Artikel 6:175 BW is van toepassing omdat de herbiciden zijn gespoten in het kader van de uitoefening van een bedrijf. De rechtbank acht voldoende bewezen dat de door [eiser] gestelde schade een rechtstreeks gevolg is van de bespuiting met herbiciden op 20 mei 2021. Dit betekent dat [gedaagde 1] c.s. risicoaansprakelijk zijn voor de door [eiser] geleden schade en dat zij deze aan [eiser] moeten vergoeden. 2De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 25 mei 2022 en de daarin opgenomen stukken; een B8-formulier van de zijde van [gedaagde 1] c.s. van 1 juli 2022, houdende de aanvullende productie 18 tot en met 20; een B8-formulier van de zijde van [gedaagde 1] c.s. van 8 juli 2022, houdende nogmaals de aanvullende productie 20; de mondelinge behandeling van 18 juli 2022, van welke zitting de griffier aantekeningen heeft bijgehouden; de spreeknotitie van de zijde van [eiser] ; de akte van de zijde van [gedaagde 1] c.s. van 17 augustus 2022; de akte van de zijde van [eiser] van 14 september 2022. 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3Feiten 3.1. Op 20 mei 2021 spuit [gedaagde 3] namens de [gedaagde 1] een combinatie van de herbiciden Betanal, Goltix en Dual Gold (verder: de herbiciden) op de suikerbieten op zijn perceel. 3.2. Op 29 mei 2021 stelt [eiser] vast dat er schade is ontstaan aan (onder meer) zijn gewassen Penstemon. Hij spreekt [gedaagde 3] hier dezelfde dag op aan. 3.3. In opdracht van [eiser] beoordeelt [betrokkene 1] (verder: [betrokkene 1] ) register schade taxateur van Delphy Gewastaxaties B.V. (Delphy) op 8 juni 2021 de schade aan de gewassen van [eiser] . 3.4. Bij brief van 18 juni 2021 stelt [eiser] [gedaagde 1] c.s. aansprakelijk voor de schade aan zijn gewassen. 3.5. In zijn rapport van 20 juli 2021 (verder: het rapport) concludeert [betrokkene 1] als volgt: ‘ Penstemon De schade aan de Penstemon zit over het gehele perceel. De schade bestaat uit bladeren die misvormd zijn. Foto’s van de schade aan de Penstemon zijn toegevoegd als bijlage 3 [de rechtbank begrijpt: bijlage 2]. Causaliteit Bij opname is vastgesteld dat er schade is ontstaan in de Sedum en de Penstemon. Bij de Sedum is duidelijk zichtbaar dat aan het begin van het perceel op de eerste meters geen schade is ontstaan. Dat is te verklaren doordat het snijbloemenperceel enkele meters verder doorloopt naar voeren dan het bietenperceel. Hierdoor hebben de eerste meters van het perceel geen middel ontvangen bij de bespuiting op het bieten perceel. Daarnaast is in de slootkant tussen de beide percelen zichtbaar dat de brandnetels aan de windzijde hetzelfde schadebeeld hebben. In de slootkant aan de andere zijde (luw zijde) is geen schade zichtbaar. Dit is een indicatie dat de schade is ontstaan vanuit de zijde van het bietenperceel. De foto’s met de gekrulde brandnetelblad zijn toegevoegd als bijlage 4. Het vermoeden van dhr. [gedaagde 1] dat de schade is ontstaan door de pad bespuiting met Quick down kan worden weerlegd door het feit dat in de Sedum nooit is gespoten met Quick down en dat de schade in de Penstemon in het midden van het bed net zo erg is als aan de zijkanten. Indien er een dampwerking van Quick down zou zijn opgetreden, dan zou de schade voornamelijk zichtbaar zijn langs de randen van het bed. Dat is niet het geval. Daarnaast zou bij een Quick down bespuiting verbrandingsschade zijn ontstaan. Dat is niet het geval. Dit wordt bevestigd door de toelatingshouder van het middel. Dit is het bedrijf Certis. De verklaring van de technisch specialist van Certis is toegevoegd als bijlage 5. Het veiligheidsblad met technische informatie over Quick down is toegevoegd als bijlage 6. Op de beeldenbank van groenkennisnet.nl is schade vastgelegd van Goltix in tuinbonen, van Betanal in Bieten en van Dual Gold in Weigela. De foto’s zijn toegevoegd als bijlage 7. De beelden komen overeen met de schade in de planten bij [betrokkene 2] . De bladeren vergroeien trekken krom en gaan kroezen. (…) Van de planten met schade zijn door een medewerker van Groen Agro Control bladmonsters genomen. Er is op 3 afstanden van het buurperceel een bladmonster genomen. Het betreft een monster direct naast het bieten perceel. Een monster halverwege het perceel en een bladmonster helemaal aan de andere kant van het perceel. Deze bladmonsters zijn in het laboratorium van Groen Agro Control onderzocht op aanwezigheid van herbiciden. Uit alle drie de analyses blijkt dat alle vier de stoffen die door de buurman zijn toegepast in het blad aangetoond kunnen worden. Dat geldt voor de gehele breedte van het perceel. De causaliteit tussen de bespuiting op het naastgelegen perceel en de schade in de Penstemon en Sedum is hiermee aangetoond. De uitslag van de analyse is toegevoegd als bijlage 9. Op de analyse is de afstand tot het bietenperceel vermeld door Groen Agro Control.’ 3.6. Bij het rapport van [betrokkene 1] zijn de bij de herbiciden horende Veiligheidsinformatiebladen, in de zin van Verordening (EG) Nr. 1907/2006, gevoegd (bijlage 1). Als gevarenaanduiding in de zin van Verordening (EG) Nr. 1272/2008 wordt genoemd dat alle drie de herbiciden zeer giftig zijn voor in het water levende organismen (onder meer H400, H410, H411 en H412). Dual Gold en Betanel veroorzaken verder ernstige oogirritatie (onder meer H318 en H319), en Goltix is schadelijk bij inslikken (H302). 4Het geschil 4.1. [eiser] vordert, samengevat, uitvoerbaar bij voorraad,: I. een verklaring voor recht dat [gedaagde 1] c.s. jegens [eiser] onrechtmatig hebben gehandeld, door de gewassen met schadelijke stoffen te bespuiten, terwijl zij wisten of konden weten dat daardoor, gezien de weersomstandigheden, schade kon optreden aan de gewassen van [eiser] ; II. een verklaring voor recht dat [gedaagde 1] c.s. jegens [eiser] aansprakelijk zijn voor de schade [die] [eiser] heeft geleden aan de Penstemon en deze dienen te vergoeden; III. hoofdelijke veroordeling van [gedaagde 1] c.s., in de zin dat wanneer een betaalt de ander zijn gekweten, tot het betalen van een schadevergoeding ter hoogte van € 40.806,87 voor de schade aan de Penstemon aan [eiser] , binnen twee weken na wijzen van het vonnis, dan wel een bedrag dat de rechter billijk voorkomt, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 20 mei 2021 tot aan de dag der algehele voldoening; IV. hoofdelijke veroordeling van [gedaagde 1] c.s., in de zin dat wanneer een betaalt de ander zijn gekweten, tot het betalen van de kosten van de deskundigen ter hoogte van € 4.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; V. een verklaring voor recht dat [gedaagde 1] c.s. aansprakelijk is voor de vervolgschade aan de Penstemon en deze dient te vergoeden. De hoogte van de schade dient in een latere schadestaatprocedure te worden vastgesteld; VI. veroordeling van [gedaagde 1] c.s. tot betaling van de kosten van dit geding, daaronder uitdrukkelijk begrepen de na de uitspraak nog vallende kosten. 4.2. [gedaagde 1] c.s. voeren verweer. 4.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 5De beoordeling Aansprakelijkheid op grond van artikel 6:175 BW 5.1. [eiser] grondt de aansprakelijkheid van [gedaagde 1] c.s. primair op artikel 6:175 BW. [gedaagde 1] c.s. hebben de herbiciden in de uitoefening van zijn bedrijf gebruikt. De gebruikte herbiciden zijn gevaarlijke stoffen in de zin van lid 6 van artikel 6:175 BW, met als bijzonder gevaar dat zij, indien zij op andere gewassen terechtkomen, schade toebrengen. Het bijzondere gevaar heeft zich volgens [eiser] ook verwezenlijkt, omdat door het besproeien door de [gedaagde 1] van het eigen perceel, de gebruikte herbiciden op de Penstemon van [eiser] terecht zijn gekomen en daar schade hebben veroorzaakt. [gedaagde 1] c.s. worden geacht bekend te zijn met het feit dat elk gewas een ander bestrijdingsmiddel kent en een bestrijdingsmiddel voor het ene gewas dus schade kan veroorzaken aan een ander gewas. 5.2. [gedaagde 1] c.s. volgen de redenering van [eiser] niet. Volgens [gedaagde 1] c.s. heeft [eiser] niet gesteld en bewezen dat de gebruikte herbiciden kunnen worden aangemerkt als gevaarlijke stoffen in de zin van artikel 6:175 lid 6 BW. Ook heeft [eiser] niet gesteld en aannemelijk gemaakt dat er sprake zou zijn van een bijzonder gevaar van ernstige aard, zoals artikel 6:175 lid 1 BW voorschrijft. Juridisch kader - samenvatting 5.3. Om aan de aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen van artikel 6:175 BW toe te komen, moet aan een aantal criteria zijn voldaan. Ten eerste geldt de aansprakelijkheid ten aanzien van de beroeps- of bedrijfsmatige gebruiker. De stof in kwestie moet bovendien een bijzonder gevaar van ernstige aard voor personen of zaken opleveren. Ten slotte is van belang dat dit gevaar zich verwezenlijkt. Daarnaast dient voldaan te zijn aan overige vereisten voor aansprakelijkheid, te weten schade, en een causaal verband tussen de gebeurtenis en de schade. Professionele gebruiker in beroep of bedrijf 5.4. De tweede zin van het eerste lid van artikel 6:175 BW bepaalt dat onder de bedrijfsmatige gebruiker mede wordt begrepen de rechtspersoon die de stof in de uitoefening van zijn taak gebruikt. De rechtbank is van oordeel dat dat een redelijke uitleg met zich brengt dat ook een vof onder het bereik van deze norm valt. In navolging van partijen beschouwt de rechtbank de [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en [gedaagde 4] gezamenlijk in de uitoefening van hun bedrijf als gebruiker van de herbiciden. Gevaarlijke stof 5.5. Volgens de memorie van toelichting moet het begrip ‘stof’ ruim worden opgevat. Dat de herbiciden stoffen zijn, is niet in geschil. De vraag die partijen verdeeld houdt, is of het gaat om stoffen die zodanige eigenschappen hebben, dat zij een bijzonder gevaar van ernstige aard voor personen of zaken opleveren. De omschrijving in de derde zin van artikel 6:175 lid 1 BW maakt duidelijk dat in elk geval stoffen die ontplofbaar, oxiderend, ontvlambaar, licht ontvlambaar of zeer licht ontvlambaar, dan wel vergiftig of zeer vergiftig zijn én ook zo zijn ingedeeld in Verordening (EG) 1272/2008, als gevaarlijk worden aangemerkt. De woorden ‘in elk geval’ laten zien dat het hier om een open norm gaat en dat er dus ook andere stoffen kunnen zijn die als gevaarlijk in de zin van dit artikel kunnen worden aangemerkt. Artikel 6:175 lid 6 BW biedt daarnaast de mogelijkheid om een stof bij algemene maatregel van bestuur (amvb) expliciet als gevaarlijk aan te wijzen. Deze stof wordt dan geacht aan de open norm van lid 1 van artikel 6:175 BW te voldoen. De aanwijzing bij amvb heeft plaatsgevonden in Uitvoeringsbesluit aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen en milieuverontreiniging en verwijst naar de stoffen zoals opgenomen in Bijlage I bij richtlijn nr. 67/548/EEG. 5.6. [eiser] bepleit onder meer dat de gebruikte herbiciden gevaarlijke stoffen zijn in de zin van artikel 6:175 lid 6 BW. In bovengenoemde Bijlage I staan de herbiciden echter niet opgenomen. Dit betekent dat de herbiciden in ieder geval niet bij amvb als gevaarlijke stoffen zijn aangewezen, en dus geen gevaarlijke stoffen zijn in de zin van artikel 6:175 lid 6 BW. 5.7. Dan is de vervolgvraag of de herbiciden via de open norm uit artikel 6:175 lid 1 BW kunnen worden aangemerkt als stoffen die zodanige eigenschappen hebben, dat zij een bijzonder gevaar van ernstige aard voor personen of zaken opleveren. Als bijzonder gevaar van ernstige aard kan in ieder geval worden beschouwd een (eigenschap van een) stof die is ingedeeld overeenkomstig Verordening (EG) 1272/2008. Uit de bij de herbiciden horende Veiligheidsinformatiebladen (zie punt 3.6) blijkt dat verschillende (eigenschappen van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.