← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:10076

vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie Zittingsplaats Haarlem zaaknummer / rolnummer: C/15/330724 / HA ZA 22-484 Vonnis in incident van 16 november 2022 in de zaak van 1 [eiser], wonende te [plaats 1],

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ARC HOLDINGS B.V., gevestigd te [plaats 1], eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident tot voeging alsmede in het incident ex artikel 223 Rv, verweerders in het bevoegdheidsincident, advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam, tegen
  2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SOLULEVER B.V., gevestigd en zaakdoende te Schiphol-Rijk,
  3. [gedaagde], wonende te [plaats 2], gedaagden in de hoofdzaak, verweerders in het incident tot voeging alsmede in het incident ex artikel 223 Rv, eisers in het bevoegdheidsincident, advocaat mr. T.B.M. Kersten te 's-Hertogenbosch. Partijen zullen hierna [eiser] c.s. en Solulever c.s. genoemd worden. 1De procedure 1.
  4. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding tevens houdende de eis in de incidenten, met producties bevoegdheidsincident tevens houdende conclusie van antwoord in de incidenten met producties van de zijde van Solulever c.s. de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident met producties van de zijde van [eiser] c.s. de akte uitlating productie van de zijde van Solulever c.s. 1.
  5. Ten slotte is vonnis bepaald in de incidenten. 2De incidentele vorderingen 2.
  6. Partijen hebben over en weer incidentele vorderingen ingesteld. 2.
  7. [eiser] c.s. vorderen in de dagvaarding op grond van artikel 220 Rv dat de hoofdzaak wordt gevoegd met de bij deze rechtbank, kamer voor kantonzaken aanhangige zaak met het zaaknummer / rolnummer 10025152 AO VERZ 22-
  8. Zij stellen dat de kwesties in de hoofdzaak zowel een vennootschappelijk aspect hebben als een arbeidsrechtelijk aspect, waardoor er competentiekwesties ontstaan met betrekking tot de bevoegdheid van de zaak door de handelskamer van rechtbank en door de kamer voor kantonzaken. Zij verklaren dat de vennootschappelijke aspecten immers bij dagvaarding aan de rechtbank moeten worden voorgelegd, terwijl de arbeidsrechtelijke aspecten aan de kantonrechter moeten worden voorgelegd en wijzen er op dat voor deze arbeidsrechtelijke kwesties ook een verzoekschrift bij de kantonrechter is ingediend onder het hiervoor genoemde zaak- en rolnummer. 2.
  9. Verder vorderen [eiser] c.s. – naar de rechtbank begrijpt: op grond van artikel 223 Rv - dat Solulever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, te vermeerderen met vakantietoeslag, wettelijke verhoging, wettelijke rente en tot betaling van een voorschot op aan [eiser] c.s. toe te kennen vergoedingen. 2.
  10. Solulever c.s. voeren verweer. 2.
  11. Op hun beurt voeren Solulever c.s. voor alle weren aan dat de rechtbank de dagvaarding partieel nietig moet verklaren. Zij stellen dat sprake is van een obscuur libel omdat de dagvaarding onduidelijke/onjuiste stellingen en innerlijke tegenstrijdigheden inhoudt en het petitum moeilijk te volgen vorderingen inhoudt. Zij stellen verder dat bovendien sprake is van een onnodige procedure en dat [eiser] c.s., in strijd met het bepaalde in artikel 21 Rv de rechtbank ook onvolledig en eenzijdig heeft voorgelicht. Voor zover de rechtbank de dagvaarding niet partieel nietig zal verklaren stellen zij, onder het kopje ‘Bevoegdheidsincident’ dat de rechtbank eerst haar bevoegdheid moet beoordelen. 2.
  12. [eiser] c.s. voeren verweer. 2.
  13. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 3De beoordeling in de incidenten 3.
  14. De rechtbank is van oordeel dat, hoewel de dagvaarding van [eiser] c.s. niet uitblinkt in duidelijkheid, geen sprake is van een obscuur libel, zodat er geen grond bestaat om de dagvaarding partieel nietig te verklaren. Voor zover in de hoofdzaak geoordeeld zal worden dat sprake is van een onnodige procedure of dat [eiser] c.s. de rechtbank niet volledig en naar waarheid heeft ingelicht, zal de rechtbank zich in de hoofdzaak beraden over de daaraan te verbinden consequenties. Dat is geen afweging die al in dit stadium van de procedure zal worden gemaakt. 3.
  15. Gelet op de gevolgen van een eventuele toewijzende beslissing over een bevoegdheidsincident ziet de rechtbank aanleiding dit incident thans als eerste te behandelen. Solulever c.s. hebben op het voorblad van en in hun conclusie een bevoegdheidsincident aangekondigd. Zij hebben echter voor hun beoogde incidentele vordering uiteindelijk in het petitum geen incidentele vordering ingesteld. De rechtbank moet echter ook ambtshalve beoordelen of zij bevoegd is van het geschil in de hoofdzaak kennis te nemen. Uit de dagvaarding komt naar voren dat het hier gaat om een arbeidsrechtelijk geschil en dergelijke zaken behoren op grond van artikel 93 aanhef en sub c Rv tot de beslissingsbevoegdheid van de kantonrechter. 3.
  16. Als sprake is van een vennootschappelijk geschil is de handelskamer van de rechtbank wel bevoegd om te beslissen. Uit de door Solulever c.s. genomen akte uitlating productie blijkt echter dat de kantonrechter tijdens de mondelinge behandeling in de verzoekschriftprocedure op 11 oktober 2022 mondeling vonnis heeft gewezen en heeft geoordeeld dat zij de positie van [eiser] niet als statutair directeur kwalificeert en dat hij als werknemer moet worden aangemerkt. Hieruit blijkt dat het in de hoofdzaak gaat om een zuiver arbeidsrechtelijk geschil zodat de kantonrechter bevoegd is daarvan kennis te nemen. De rechtbank is dan ook voornemens om de zaak op grond van artikel 93 aanhef en sub c Rv te verwijzen naar de kantonrechter. Alvorens tot verwijzing over te gaan ziet de rechtbank aanleiding partijen in de gelegenheid te stellen zich bij akte over dit voornemen en/of over de gewenste voortzetting van de hoofdzaak uit te laten. 4De beslissing De rechtbank in de incidenten en in de hoofdzaak: 4.
  17. verwijst de zaak naar de rol van 30 november 2022 voor akte uitlating aan de zijde van partijen over hetgeen in r.o. 3.
  18. is overwogen; 4.
  19. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 16 november
  20. type: 1155 coll:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.