← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:10112

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 9737890 \ WM VERZ 22-237 CJIB-nummer : 236965935 Uitspraakdatum : 13 mei 2022 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van [betrokkene] gemachtigde : Bezwaartegenverkeersboetes.nl Het verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 29 april

  1. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Met betrekking tot de ontvankelijkheid Laat iemand zich in een procedure vertegenwoordigen, dan worden stukken overeenkomstig artikel 6:17 van de Awb in ieder geval aan de gemachtigde gezonden. Uit het dossier blijkt dat de gemachtigde op 12 juli 2021 beroep bij de kantonrechter heeft ingesteld, terwijl de beroepstermijn eindigde op 19 januari
  2. Uit het dossier blijkt daarnaast dat de beslissing alleen naar betrokkene is verzonden en niet naar de gemachtigde. De beslissing is dus niet op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt. Pas op het moment dat de gemachtigde informeerde naar het verloop van de beroepsprocedure is de beslissing van de officier van justitie op 5 juli 2021 naar de gemachtigde verzonden, waarna deze onverwijld op 12 juli 2021 beroep heeft ingesteld bij de kantonrechter. Dit brengt mee dat vanaf 5 juli 2021 de termijn voor het instellen van beroep bij de kantonrechter is gaan lopen. Het beroep is dan ook ontvankelijk, zodat kan worden toegekomen aan de inhoudelijke behandeling van het beroep. Met betrekking tot de gedraging De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “(…)Gedragingsgegevens: Ik zag dat bestuurder tijdens het rijden een niet gezien met de linkerhand vasthield. Ik zag namelijk dat ik zag dat be telefoon vasthield tijdens het rijden. Hoewel ik niet gezien bij staandehouding niet heb gezien, ben ik ervan overtuigd dat betrokkene genoemd apparaat tijdens het rijden vasthield aangezien mijn zicht op betrokkene onbelemmerd en duidelijk was en ik mijn waarnemingen gedurende 3 seconden heb gedaan. (…)” Verklaring betrokkene: geen verklaring.” De kantonrechter ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht. De weergave van de gedragingsgegevens in het zaakoverzicht is erg onduidelijk. De boete is dan ook naar het oordeel van de kantonrechter ten onrechte opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd. Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt toegewezen, omdat betrokkene gelijk krijgt. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen die kosten worden vastgesteld op een bedrag van in totaal € 1.029,
  3. Daarbij is voor de procedure bij de officier van justitie een proceskostenvergoeding bepaald van € 270,50 (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 541,00) en voor de procedure bij de kantonrechter een proceskostenvergoeding van € 759,00 (2 punten voor het beroepschrift en de zitting, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 759,00). De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt; ‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.029,50 en wijst de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden; ‒ bepaalt dat voormeld bedrag aan de gemachtigde van betrokkene zal worden uitbetaald door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,
  4. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.