VONNIS TOEWIJZING DWANGAKKOORD RECHTBANK NOORD-HOLLAND zittingsplaats: Haarlem afdeling: Handel, Kanton en Insolventie zaaknummer: C/15/332361 FT RK 22/611 naam rechter: mr. H.A.M. Röell-Mulder uitspraakdatum: 22 november 2022 in de zaak van: [schuldenaar] (hierna: schuldenaar)geboren op: [geboortedatum] 1979 te [plaats 1]wonende te: [plaats 2] schuldhulpverlener: PLANgroep team [gemeente] tegen schuldeiser: LBIO gevestigd te: Rotterdam hierna te noemen: LBIO Naast schuldenaar zijn ter zitting verschenen: de beschermingsbewindvoerder van Optimaal Bewind, [bewindvoerder] en de schuldhulpverlener van PLANgroep team [gemeente], [betrokkene 1].
- Samenvatting Schuldenaar heeft een minnelijke schuldregeling aan zijn schuldeisers aangeboden. Schuldeiser LBIO weigert mee te werken aan die schuldregeling. Schuldenaar wil dat de rechtbank de weigerende schuldeiser beveelt toch in te stemmen met de schuldregeling. 2Beslissing van de rechtbank De rechtbank beveelt de weigerende schuldeiser om in te stemmen met de aangeboden schuldregeling. 3Gevolgen voor schuldenaar De weigerende schuldeiser moet meewerken aan de uitvoering van de aangeboden minnelijke schuldregeling. Schuldenaar zal de aangeboden regeling moeten uitvoeren. 4Redenen voor deze beslissing 4.
- Argumenten van schuldenaar Schuldenaar heeft een totale schuldenlast van € 56.577,76 De schuld aan de weigerende schuldeiser is € 24.874,78, en dat is 44% van de totale schuldenlast. Schuldenaar heeft aangeboden schuldeisers zonder voorrang 5,87% van hun vordering te betalen. Schuldenaar heeft belang bij de aangeboden schuldregeling omdat hij op deze wijze van zijn schulden verlost kan worden. De andere schuldeisers hebben belang bij de aangeboden schuldregeling omdat deze voor hen tot een beter resultaat leidt dan toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). 4.
- Argumenten van de weigerende schuldeiser De weigerende schuldeiser heeft het aanbod afgewezen en daarvoor de volgende redenen gegeven. - Bij brief van 7 januari 2022 heeft het LBIO aangegeven dat zij niet voor de alimentatiegerechtigde kan beslissen, maar dat de alimentatiegerechtigde heeft aangegeven dat zij niet akkoord gaat het met het door de schuldhulpverlener aangeboden aanbod. Zij acht het voorgestelde bedrag niet in verhouding staan tot de openstaande vordering. - Bij brief van 12 mei 2022 geeft het LBIO aan dat de alimentatiegerechtigde, [betrokkene 2], haar standpunt handhaaft en dat zij niet instemt met het saneringsvoorstel. - Bij brief van 18 oktober 2022 heeft LBIO de rechtbank bericht dat zij niet kan beslissen over de vordering van de onderhoudsgerechtigde, met het verzoek om de onderhoudsgerechtigde rechtstreeks te benaderen. - Het LBIO licht de onderhoudsgerechtigde in met betrekking tot het verzoek en stuurt de oproep ook aan haar door. - Tevens verzoekt het LBIO om op de hoogte gehouden te worden met betrekking tot de bij het LBIO in behandeling zijnde vordering. 4.
- Afweging van de argumenten van partijen door de rechtbank Een schuldeiser heeft recht op betaling. De rechtbank kan daarom alleen in bijzondere gevallen een schuldeiser dwingen om in te stemmen met een schuldregeling. De rechtbank moet daarbij rekening houden met de belangen van schuldenaar en alle schuldeisers. De rechtbank let bij haar beoordeling op het volgende:- is het aanbod getoetst door een onafhankelijke en deskundige partij?- is het aanbod goed en betrouwbaar gedocumenteerd?- is het aanbod het uiterste wat schuldenaar kan aanbieden? - biedt toelating tot de wsnp aan de schuldeisers betere vooruitzichten op betaling?- hoeveel schuldeisers zijn er en hoeveel daarvan weigeren met het aanbod in te stemmen?- hoe groot is het aandeel van de weigerende schuldeiser in de totale schuldenlast? De rechtbank is van oordeel dat hier sprake is van een bijzonder geval. De weigerende schuldeiser moet meewerken aan de aangeboden schuldregeling omdat voldoende aannemelijk is gemaakt dat schuldenaar het maximaal haalbare aanbiedt en hij zich op 8 augustus 2016 onder beschermingsbewind voor volwassen heeft laten plaatsen. Het beschermingsbewind is op verzoek van schuldenaar op 21 maart 2019 omgezet naar de huidige beschermingsbewindvoering. De rechtbank neemt tevens in haar overweging mee dat het LBIO bij brief van 7 januari 2022 heeft aangegeven dat de alimentatiegerechtigde niet akkoord gaat en bij brief van 12 mei 2022 haar standpunt handhaaft. Dat het LBIO bij brief van 18 oktober 2022 aangeeft dat de onderhoudsgerechtigde rechtstreeks benaderd dient te worden doet daar niet aan af. Overigens zijn noch bij de rechtbank noch bij de schuldhulpverlener de gegevens van de onderhoudsgerechtigde bekend. 5Stukken waarop dit vonnis is gebaseerd verzoekschrift van schuldenaar met bijlagen; verweerschrift van de weigerende schuldeiser; aantekeningen van de zitting van 10 november
- 6Andere gevolgen van dit vonnis De weigerende schuldeiser moet de kosten van schuldenaar voor deze procedure betalen. De rechtbank stelt de hoogte van die kosten vast op € 0,- omdat schuldenaar geen griffierecht moest betalen en ook geen advocaat had. 7Het verzoek tot toelating tot WSNP Dit verzoek (bekend onder nummer C/15/ 332360 FT RK 22/610) zal als ingetrokken worden beschouwd. Nu LBIO moet instemmen met het aanbod heeft schuldenaar geen belang meer bij een toelating tot de wsnp. 8Mogelijkheden om dit vonnis aan te vechten Deze uitspraak kan binnen acht dagen na de uitspraakdatum worden aangevochten bij het gerechtshof [plaats 1]. Dit kan alleen met behulp van een advocaat. De griffier De rechter