← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:10576

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 10163894 CV EXPL 22-3800 Uitspraakdatum: 1 december 2022 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de commanditaire vennootschap ESNW C.V. gevestigd te Alkmaar de eisende partij gemachtigde: K.W.A. van der Meer (Van der Meer Incasso & Gerechtsdeurwaarders) tegen [gedaagde] wonende te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1De procedure 1.

  1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2De beoordeling 2.
  2. De eisende partij heeft gevorderd dat de kantonrechter de gedaagde partij veroordeelt tot betaling van € 96,30, te vermeerderen met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten en de nakosten. 2.
  3. De vordering ziet op abonnementsgelden voortvloeiend uit een onderhoudsabonnement ten aanzien van een cv-ketel. Volgens de eisende partij zijn de aan de gedaagde partij verzonden facturen, ondanks diverse aanmaningen, grotendeels onbetaald gelaten. De overeenkomst is gesloten op 29 november
  4. 2.
  5. De kantonrechter overweegt dat Afdeling 2B van titel 5 van Boek 6 op grond van artikel 190a Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek (BW) niet van toepassing is op overeenkomsten die zijn gesloten vóór 13 juni 2014 en zal aldus niet ambtshalve aan deze bepalingen toetsen. 2.
  6. De kantonrechter zal de vordering tot betaling van de hoofdsom toewijzen, alsmede de vordering tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente nu deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. 2.
  7. De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De gedaagde partij wordt ook veroordeeld tot betaling van de nakosten, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  8. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 137,36, te vermeerderen met wettelijke rente over € 96,30 vanaf 18 oktober 2022 tot aan de dag van de gehele betaling; 3.
  9. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op: € 107,22 wegens dagvaardingskosten, € 128,00 wegens griffierecht en € 37,00 wegens salaris gemachtigde; 3.
  10. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 18,50 aan nakosten, voor zover de eisende partij daadwerkelijk nakosten zal maken; 3.
  11. verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.