RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknummer : 9738737 \ WM VERZ 22-186 CJIB-nummer : 241366549 Uitspraakdatum : 16 mei 2022 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van [betrokkene] Het verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 3 mei
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene stelt dat hij voor dezelfde overtreding twee boetes heeft ontvangen, dat dit in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en dat de boete in onderhavige zaak daarom moet worden vernietigd. De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat de datum en het tijdstip op de beide door betrokkene overgelegde beschikkingen gelijk zijn. De pleegplaatsen zijn verschillend, maar uit het raadplegen van Googlemaps blijkt dat deze wel zeer dicht bij elkaar liggen. Nu de gemachtigde, als bestuurder van het voertuig, in de zaak met cjibnummer 241152365 is aangehouden en de boete is opgelegd door een verbalisant en de boete in de onderhavige zaak is opgelegd middels automatisch gegenereerde flitsgegevens, is het aannemelijk dat de omschrijving van de pleegplaats niet exact gelijk is, terwijl het feitelijk om dezelfde overtreding gaat. De kantonrechter acht het in deze fase van de procedure niet aangewezen om de officier van justitie alsnog te verzoeken om een aanvullend proces-verbaal van de verbalisant in het geding te brengen. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene het voordeel van de twijfel dient te krijgen. Nu de gedraging niet vaststaat, is de boete ten onrechte opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd. De gemachtigde van betrokkene heeft ter zitting verzocht tot vergoeding van proceskosten. In onderhavige zaak heeft de gemachtigde niet aannemelijk gemaakt dat hij kan worden aangemerkt als een derde in de zin van artikel 1, aanhef en onder a van het Besluit proceskosten bestuursrecht die de hier bedoelde rechtsbijstand beroepsmatig heeft verleend. De gemachtigde treed in onderhavige zaak op als bestuurder van het voertuig en als echtgenoot van de betrokkene/kentekenhouder, zodat geen proceskostenvergoeding wordt toegekend. Gemachtigde heeft wel recht op verlet- en reiskosten. Ter zitting heeft gemachtigde aangegeven dat de zitting hem 2 uur tijd heeft gekost. Derhalve komen voor vergoeding in aanmerking: verletkosten á € 89,00 per uur en reiskosten Amsterdam-Zaandam (2 x 17 km x € 0,28 p/km) € 9,52, maakt in totaal € 167,
- De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt; ‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de verlet- en reiskosten van de gemachtigde van betrokkene tot een bedrag van € 167,52 en wijst de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden; ‒ bepaalt dat voormeld bedrag aan de gemachtigde van betrokkene zal worden uitbetaald door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: