RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9569825 / CV EXPL 21-8070 Uitspraakdatum: 9 november 2022 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar buitenlands recht AirHelp Limited gevestigd te Hong Kong (China) eiser hierna te noemen: AirHelp gemachtigde: mr. D.E Lof tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Turk Havayollari A.O. gevestigd te Ankara (Turkije) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. H. Bulut-Yazir 1Het procesverloop 1.
- AirHelp heeft bij dagvaarding van 10 november 2021 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord. 1.
- AirHelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. 2De feiten 2.
- [betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers op 22 december 2019 diende te vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport (AMS) via Istanbul Havalimani Airport (IST), Istanbul (Turkije), naar Cape Town International Airport (CPT), Kaapstad (Zuid-Afrika). 2.
- De vlucht van Istanbul naar Kaapstad is vertraagd uitgevoerd, waardoor de passagiers met meer dan drie uur vertraging op de eindbestemming zijn aangekomen. 2.
- De passagiers hebben de gepretendeerde vordering middels cessie op 22 januari 2020 overgedragen aan AirHelp. 3De vordering 3.
- AirHelp vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening; - de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
- AirHelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is de compensatie te voldoen conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 1.200,
- 4Het verweer 4.
- De vervoerder betwist de vordering. De vervoerder voert aan dat de passagiers hun vordering hebben overdragen middels een assignment form, ondertekend op 22 januari 2020, en dat de ‘Letter Before Action’ van 18 februari 2020 namens de passagiers door mr. D.E. Lof aan de vervoerder is verzonden. Ten tijde van het verzenden van deze aanmaning had mr. D.E. Lof geen volmacht van de passagiers of van AirHelp om de claim te eisen, aldus de vervoerder. AirHelp heeft daarom zonder (rechtsgeldige) aanmaning het compensatiebedrag van de vervoerder gevorderd, hetgeen inhoudt dat de vervoerder rauwelijks is gedagvaard. Hierdoor zijn de elementaire beginselen van het procesrecht geschonden, aldus de vervoerder. De vervoerder meent dat AirHelp om deze reden niet-ontvankelijk is in zijn vordering, dan wel dat de vordering van AirHelp dient te worden afgewezen. 5De beoordeling 5.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 5.
- Nu de vervoerder geen verweer heeft gevoerd tegen de gevorderde compensatie, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is eveneens toewijsbaar. 5.
- Ten aanzien van de vraag of de vervoerder rauwelijks is gedagvaard, wordt als volgt overwogen. AirHelp heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat de aanmaning van 18 februari 2020 namens de passagiers is verstuurd, waarbij mr. D.E. Lof (destijds) van Lof Advocatuur handelde namens de passagiers, terwijl de passagiers hun vordering op dat moment al gecedeerd hadden aan AirHelp. Het voorgaande betekent dat de aanmaning door de verkeerde partij aan de vervoerder is verzonden. Het had op de weg van AirHelp gelegen om de vervoerder een (juiste) aanmaning namens de (juiste) eisende partij te sturen voordat de gerechtelijke procedure werd opgestart. De kantonrechter oordeelt dat AirHelp door zijn werkwijze en proceshouding, waarbij AirHelp op geen enkele wijze heeft getracht om eerst op een minnelijke wijze tot beëindiging van het geschil te komen, de vervoerder niet in de gelegenheid heeft gesteld om de zaak (eventueel) buiten rechte te kunnen afdoen en de vervoerder dus rauwelijks is gedagvaard. AirHelp meent dat de vervoerder de onderhavige procedure had kunnen voorkomen door positief te reageren op de aanmaning en door de zaak te schikken vóór de eerste roldatum. De kantonrechter volgt AirHelp hierin niet. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de vervoerder heeft aangevoerd dat hij in reactie op de aanmaning op 25 februari 2020 om een volmacht en een kopie van het paspoort van de passagiers heeft verzocht om vast te kunnen stellen dat de claim door de juiste partij is ingesteld, waarop de vervoerder nooit een reactie heeft ontvangen. AirHelp heeft dit niet betwist. Naar het oordeel van de kantonrechter kan van de vervoerder niet worden verwacht dat hij in de buitengerechtelijke procedure waarin de vraag of AirHelp, dan wel diens gemachtigde, over het vermeende vorderingsrecht, dan wel een rechtsgeldige volmacht, beschikt, nog niet is beantwoord, het recht op compensatie erkent om onderhavige procedure te voorkomen. De kantonrechter ziet gelet op het voorgaande aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. 6De beslissing De kantonrechter: 6.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 1.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 22 december 2019 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag; 6.
- compenseert de proceskosten in die zin dat ieder partij de eigen kosten draagt; 6.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 6.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter