← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:11484

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8892478 \ CV EXPL 20-9936 Uitspraakdatum: 14 december 2022 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1]

  1. [eiser 2]beiden wonende te [plaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen de passagiers gemachtigde mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.) tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Lot Polish Airlines Polskie Linie Lotnicze “Lot” gevestigd te Warschau, Polen gedaagde gemachtigde: mr. R.L.S.M. Pessers en mr. mw. J.I.J. van Pelt (Van Traa Advocaten) 1Het procesverloop 1.
  2. De passagiers hebben bij dagvaarding van 2 september 2020 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord. 1.
  3. De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. 1.
  4. Op 15 november 2022 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting hebben beide partijen nog stukken toegezonden. 2De feiten 2.
  5. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van J. Paul II Balice International Airport, Krakow (Polen) via Frederic Chopin Airport, Warschau (Polen) naar Amsterdam-Schiphol Airport op 17 september
  6. 2.
  7. Volgens de overeenkomst zouden de passagiers op 17 september 2018 om 18:05 uur lokale tijd vanuit Krakow met vlucht LO3924 vertrekken en om 18:55 uur lokale tijd aankomen op Warschau. Vanuit daar zouden zij met vlucht LO269 om 19:50 uur lokale tijd verder vliegen naar Amsterdam-Schiphol Airport om daar om 22:00 uur lokale tijd aan te komen. 2.
  8. Vlucht L03924 van Krakow naar Warschau (hierna: de vlucht) is geannuleerd. De passagiers zijn omgeboekt naar een andere vlucht en zijn hiermee 10 uur en 41 minuten later dan oorspronkelijk gepland aangekomen op de overeengekomen eindbestemming. 2.
  9. EUclaim B.V. heeft namens de passagiers compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met de annulering. 2.
  10. De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 3De vordering en het verweer 3.
  11. De passagiers hebben gevorderd dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 september 2018, althans vanaf datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; - € 181,50 dan wel € 90,75 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  12. De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00 per passagier. 3.
  13. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling ingegaan. 4De beoordeling 4.
  14. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  15. Vast staat dat vlucht is geannuleerd. Nu gesteld noch gebleken is dat de vervoerder zich kan beroepen op artikel 5 lid 1 onder c van de Verordening, geldt er in beginsel een compensatieplicht voor de vervoerder. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. 4.
  16. De vervoerder heeft aangevoerd dat de onderhavige vlucht onderdeel uitmaakte van de rotatievlucht Warschau- Krakow-Warschau (vluchten LO3923 en LO3924). De rotatievlucht is geannuleerd als gevolg van de sluiting van de luchthaven te Krakow op 17 september
  17. Hierbij heeft de vervoerder toegelicht dat de sluiting werd veroorzaakt doordat rook uit de luchtverkeerstoren kwam. De luchthaven was vanaf 14:53 UTC gesloten tot ongeveer 16:00 UTC, hetgeen onder meer blijkt uit de overgelegde NOTAM’s. De verwachting was dat de sluiting tot 16:00 UTC zou duren (aangeduid door 16:00 EST). Voorts heeft de vervoerder aangevoerd dat Eurocontrol conform de regulatie aan vlucht LO3923 een restrictie heeft opgelegd in de vorm van een CTOT-beslissing. In plaats van 14:40 UTC mocht het toestel pas om 16:24 UTC vertrekken. De landingstijd van vlucht LO3923 viel binnen de tijden van de aangekondigde vliegrestricties. Gezien de CTOT-beslissing en de geldende NOTAM’s was de vervoerder genoodzaakt om de gehele rotatievlucht te annuleren. 4.
  18. De passagiers betwisten dat de luchthaven te Krakow gesloten is geweest. Hierbij hebben de passagiers toegelicht dat andere vluchten rond de sluiting van de luchthaven wel zijn vetrokken en geland, hetgeen blijkt uit de afdrukken van Flightstats.com. Verder menen de passagiers dat de sluiting tijdelijk is geweest en dat op het moment dat vlucht LO3923 werd geannuleerd er geen restricties meer waren. Het is dan een operationele keuze van de vervoerder geweest om vlucht LO3923 te annuleren, aldus de passagiers. Dit kan geen buitengewone omstandigheid opleveren. Ook stellen de passagiers dat als vlucht LO3923 (iets) langer had gewacht, dat het toestel dan van de blokken had gekund en zodoende, zij het met vertraging, uitgevoerd had kunnen worden. 4.
  19. De vervoerder heeft voornoemde stellingen gemotiveerd weersproken en daartoe aangevoerd dat de vlucht om 14:57 UTC, na een eerdere restrictie, is geannuleerd. Op moment van de annulering van vlucht LO3923 waren de NOTAM’s van kracht. De landingstijd van vlucht LO3923 viel in de sluitingsperiode. De luchthaven te Krakow was immers op 17 september 2018 van 14:53 UTC tot en met 16:00 UTC EST gesloten. Ook heeft de vervoerder toegelicht dat als een regulatie vervalt, dat een vlucht dan niet gelijk mag vertrekken. Bovendien heeft de vervoerder aangegeven dat de vluchten waar de passagiers naar verwijzen al vertrokken waren voordat de luchthaven gesloten was. Het is dan logisch dat deze vluchten wel zijn vertrokken dan wel zijn geland vanaf de luchthaven van Krakow, zij het met vertraging. Gelet op het voorgaande heeft de vervoerder naar het oordeel van de kantonrechter voldoende toegelicht en onderbouwd dat de luchthaven te Krakow op 17 september 2018 voor een bepaalde tijd gesloten is geweest als gevolg van de brand in de luchtverkeerstoren. Dit levert een buitengewone omstandigheid op. Er is immers geen sprake van een omstandigheid die inherent is aan de normale uitoefening van de activiteiten van de vervoerder. De annulering van vlucht LO3923 is dan een gevolg van buitengewone omstandigheden. 4.
  20. De vraag die vervolgens voorligt is of voornoemde buitengewone omstandigheid doorwerkt naar de vlucht in kwestie. De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend. Anders de passagiers stellen, heeft de vervoerder voldoende onderbouwd dat de rotatievlucht met hetzelfde toestel zou worden uitgevoerd. Nu reeds is vastgesteld dat de annulering van de voorafgaande vlucht is ontstaan als gevolg van een buitengewone omstandigheid, werkt deze buitengewone omstandigheid door naar de onderhavige vlucht. 4.
  21. De vraag die vervolgens beantwoord dient te worden is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de annulering te voorkomen dan wel de vertraging ten gevolge van de annulering te beperken. De vervoerder heeft aangevoerd dat hij de passagiers heeft omgeboekt op de eerst beschikbare vlucht, hetgeen door de passagiers wordt betwist. De passagiers stellen dat zij met vlucht KL1996 sneller op hun eindbestemming zouden zijn aangekomen, maar laten na om aan te tonen dat op deze vlucht plaatsen voor hen beschikbaar waren, zodat de kantonrechter hieraan voorbij gaat. Tijdens de mondelinge behandeling van 15 november 2022 hebben de passagiers nog een beroep gedaan op het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 26 augustus 2022 (ECLI:NL:RBROT:2022:7286), maar dit maakt het oordeel echter niet anders. De vervoerder heeft naar het oordeel van de kantonrechter voldoende toegelicht waarom de passagiers niet op vlucht KL1996 konden worden omgeboekt, maar op vlucht KL
  22. De passagiers kunnen tevens geen geslaagd beroep doen op het arrest van het Hof van 11 juni 2020 (C-74/19), omdat de passagiers met minder dan 24 uur vertraging zijn aangekomen op de overeengekomen eindbestemming. Uit voornoemd arrest volgt dat het in beginsel geen redelijke maatregel is, indien de passagier met een door de vervoerder zelf uitgevoerde alternatieve vlucht de dag na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomt. Dit is anders indien er geen enkele andere mogelijkheid voor een rechtstreekse of indirecte alternatieve vlucht bestond met een door haarzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij uitgevoerde vlucht die op een minder laat tijdstip aankwam dan de volgende vlucht van de betrokken luchtvaartmaatschappij, of dat het organiseren van een dergelijke alternatieve vlucht voor die laatste een onaanvaardbaar offer betekende gelet op de mogelijkheden van haar onderneming op het relevante tijdstip. Hierbij gaat de kantonrechter, voor de interpretatie van het hiervoor genoemde woord ‘dag’, uit van een tijdruimte en voor de uitleg ervan wordt aangesloten bij de algemeen geaccepteerde uitleg, zijnde een tijdsduur van 24 uur. De kantonrechter meent dat in deze situatie van de vervoerder niet meer kon worden verwacht en dat de vervoerder in het onderhavige geval alle redelijke maatregelen heeft getroffen. De vordering van de passagiers wordt dan ook afgewezen. 4.
  23. De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  24. wijst de vordering af; 5.
  25. veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 310,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 62,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis; 5.
  26. verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.