← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:11490

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 7944157 \ CV EXPL 19-10936 Uitspraakdatum: 21 december 2022 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1], wonende te [plaats 1]

  1. [eiser 2], wonende te [plaats 2]
  2. [eiser 3], wonende te [plaats 1]
  3. [eiser 4], wonende te [plaats 2] eisers hierna gezamenlijk te noemen de passagiers gemachtigde mr. R.A.C. Telkamp EUclaim B.V. tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Austrian Airlines AG gevestigd te Wenen (Oostenrijk) en kantoorhoudende te Schiphol gedaagde hierna te noemen de vervoerder gemachtigde mr. E.A. Pluijm en mr. L.E. Schalk (Russell Advocaten) 1Het procesverloop 1.
  4. De passagiers hebben bij dagvaarding van 26 maart 2019 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord. 1.
  5. De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. 2De feiten 2.
  6. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van Imam Khomeini Airport (Teheran, Iran) via Vienna International Airport (Wenen) naar Amsterdam-Schiphol Airport op 11 mei
  7. 2.
  8. Volgens de overeenkomst zouden de passagiers op 11 mei 2017 om 17:25 uur lokale tijd vanuit Imam Khomeini Airport met vlucht OS874 vertrekken en om 19:35 uur lokale tijd aankomen op Vienna International Airport. Vanuit daar zouden zij met vlucht OS377 verder vliegen naar Amsterdam-Schiphol Airport om daar om 22:00 uur lokale tijd aan te komen. 2.
  9. De oorspronkelijke vlucht vanuit Iran is vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn omgeboekt naar alternatieve vluchten, waarmee zij 11 uur en drie minuten later dan oorspronkelijk gepland zijn aangekomen op de overeengekomen eindbestemming. 2.
  10. EUclaim B.V. heeft namens de passagiers compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging. 2.
  11. De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 3De vordering en het verweer 3.
  12. De passagiers vorderen dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 mei 2017, althans vanaf datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; - € 363,00 dan wel € 435,60 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  13. De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00 per passagier. 3.
  14. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling ingegaan. 4De beoordeling 4.
  15. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  16. De vervoerder heeft aangevoerd dat de passagiers door eigen toedoen niet aan boord zijn gegaan op vlucht OS377 van Vienna International Airport naar Amsterdam-Schiphol Airport. De passagiers hadden tot 18:14 uur UTC (20:14 uur lokale tijd) de tijd om aan boord te gaan, hetgeen de passagiers niet hebben gedaan. Hierbij heeft de vervoerder toegelicht dat de onderhavige vlucht om 19:44 uur lokale tijd, met een geringe vertraging van negen minuten, in Wenen is aangekomen. De overstap was, gelet op de minimale connectietijd van 25 minuten, mogelijk. De gate van vlucht OS377 sloot immers pas om 20:14 uur lokale tijd. De passagiers hadden aldus een overstaptijd van 30 minuten. Ook heeft de vervoerder aangegeven dat vlucht OS377 verre van vol zat. De stoelen van de passagiers waren dan ook niet reeds toegewezen aan de stand-by passagiers. Ter onderbouwing van zijn standpunt verwijst de vervoerder naar het vluchtrapport van de vlucht en naar een e-mail van 11 mei 2017 waaruit blijkt dat de gate van vlucht OS377 om 18:14 uur UTC sloot. De passagiers betwisten het voornoemde. Zij menen dat zij op basis van hun schema al van de vlucht waren gehaald. Ook menen de passagiers dat zij te weinig overstaptijd hadden en dat zij daardoor hun aansluitende vlucht niet konden halen. Bovendien zegt volgens de passagiers een sluiting van de gate niets over of zij nog aan boord mochten gaan of niet. 4.
  17. De kern van het geschil is aldus de vraag of de passagiers voldoende tijd hadden om de aansluitende vlucht te halen. Als onbetwist staat vast dat de deuren van de vlucht in kwestie om 17:44 uur UTC open gingen en dat de minimale connectietijd te Wenen 25 minuten bedraagt. De vervoerder heeft aangevoerd dat de gate van de aansluitende vlucht (vlucht OS377) om 18:14 uur UTC sloot en dat de passagiers zodoende een overstaptijd hadden van 30 minuten. De passagiers betwisten dit. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder onvoldoende onderbouwd dat de gate van vlucht OS377 tot 18:14 uur UTC geopend is geweest. De overgelegde e-mail van 11 mei 2017 is daartoe onvoldoende. De vervoerder heeft niet het vluchtrapport van vlucht OS377 overgelegd, zodat onduidelijk is tot wanneer de gate van de aansluitende vlucht geopend is geweest. Dat andere passagiers wel aan boord zijn gegaan, doet daar niets aan af. Tevens heeft de vervoerder de stelling van de passagiers dat zij reeds voor vertrek van vlucht OS377 van die vlucht zijn gehaald onvoldoende gemotiveerd weersproken. De vervoerder heeft aldus onvoldoende onderbouwd dat de overstap van de passagiers mogelijk was. De conclusie is dan ook dat het verweer van de vervoerder niet slaagt. 4.
  18. Nu de vervoerder voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom, gelet op de duur van de vertraging van de vlucht worden toegewezen 4.
  19. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar. 4.
  20. De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder heeft deze vordering (gemotiveerd) betwist. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II; de tarieven neergelegd in het Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 363,00 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, met dien verstande dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding, omdat de passagiers in elk geval vanaf die datum daarop aanspraak kunnen maken en gesteld noch gebleken is dat dit ook al vanaf een eerdere datum kon. 4.
  21. De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten en de nakosten is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  22. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2.763,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.400,00 vanaf 11 mei 2017 en over € 363,00 vanaf 26 maart 2019 tot aan de dag van voldoening van deze bedragen; 5.
  23. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 99,01;griffierecht € 231,00;salaris gemachtigde € 436,00;vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
  24. veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 109,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
  25. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.
  26. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.