← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:11945

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10224080 \ CV EXPL 22-7044 Uitspraakdatum: 21 december 2022 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap Logicx Mobiliteit B.V. gevestigd te Apeldoorn de eisende partij gemachtigden: De Klerk Vis Niekus Gerechtsdeurwaarders en Incasso tegen [gedaagde] wonende te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1Het procesverloop 1.

  1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2De beoordeling 2.
  2. De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 118,52, te vermeerderen met de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. 2.
  3. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikel 6:230l aanhef en onder a, b, c, d en f van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677). 2.
  4. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de eisende partij voldoende duidelijk toegelicht dat zij bij het sluiten van de overeenkomst aan de informatieplichten van artikel 6:230l BW heeft voldaan. 2.
  5. De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt daarom toegewezen. 2.
  6. De gevorderde buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente worden eveneens toegewezen, omdat ook deze vorderingen de kantonrechter ook niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. 2.
  7. De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  8. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 158,52, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 118,52 vanaf de vervaldag van de ingebrekestelling tot aan de dag van de gehele betaling; 3.
  9. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op: € 107,22 wegens dagvaardingskosten, € 128,00 wegens griffierecht en € 37,00 wegens salaris gemachtigde; 3.
  10. verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.