RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknummer : 9784129 \ WM VERZ 22-337 CJIB-nummer : 240284895 Uitspraakdatum : 24 mei 2022 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van [betrokkene] Het verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 24 mei
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene betwist de gedraging dan ook niet, maar stelt dat de geeltijd van het verkeerslicht te kort was en verwijst daarbij naar een onderzoek van CROW. Naar het oordeel van de kantonrechter was er geen sprake van een situatie waar de bestuurder niet anders heeft kunnen handelen dan hij heeft gedaan. In beginsel kan ervan worden uitgegaan dat de geellichtfase, uitgaande van de maximumsnelheid en van de veronderstelling dat het voertuig beschikt over de voorgeschreven bedrijfsrem, lang genoeg is om dat voertuig op verantwoorde wijze tijdig voor het rode licht tot stilstand te brengen. Dat in dit geval de geellichtfase daarvoor te kort zou zijn geweest, is niet gebleken. De verwijzing van de betrokkene naar een onderzoek van de geeltijden door CROW doet hieraan niet af. Een adviesrapport is niet dwingend en richt zich tot de wegbeheerder en een individuele weggebruiker kan hieraan geen rechten ontlenen. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat betrokkene ter zitting een beroep heeft gedaan op de omstandigheid dat betrokkene een student is en de gedraging heeft verricht met het voertuig van het bedrijf waarvoor hij als bijbaan boodschappen bezorgt. Het boetebedrag behelst bijna een geheel maandloon. Daarnaast stelt betrokkene dat hij naar aanleiding van de boete een berisping van zijn werkgever heeft gehad en zijn rijstijl heeft gewijzigd om herhaling te voorkomen. De boete zal worden gematigd tot de helft. Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond; ‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 125,00 (met handhaving van de administratiekosten ad € 9,00); ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: