RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 9858622 \ WM VERZ 22-435 CJIB-nummer : 244788850 Uitspraakdatum : 24 juni 2022 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van [betrokkene] Het verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 24 juni
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Namens betrokkene is dhr. Gischler ook verschenen. De kantonrechter heeft de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij blauwe streep terwijl niet is voorzien van een duidelijke geplaatste parkeerschijf. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene heeft erkend dat hij was vergeten om de parkeerschijf achter de voorruit te leggen, zodat de gedraging hiermee is komen vast te staan. Betrokkene doet een beroep op de omstandigheden van het geval. Betrokkene stelt dat hij recht tegenover zijn woning stond geparkeerd omdat zijn eigen oprit werd geblokkeerd door een vrachtwagen van een leverancier van de plaatselijke banketbakker. In de haast is betrokkene vergeten de blauwe schijf neer te leggen. Bij een controle is een verbalisant bevoegd om een bekeuring uit te schrijven, indien de blauwe parkeerschijf niet is geplaatst. Betrokkene was niet bezig met laden en lossen. Om aan te tonen dat betrokkene bevoegd was om op die locatie te parkeren had betrokkene een blauwe schijf in het voertuig moeten neerleggen. Dat betrokkene dit niet heeft gedaan dient voor rekening en risico van betrokkene te komen. De hoogte van de boetes is vastgesteld in de bijlage bij de WAHV. Er is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van feiten of omstandigheden op grond waarvan de boete behoort te worden gematigd. De boete is dus terecht opgelegd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: