← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:12287

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 9981346 \ WM VERZ 22-645 CJIB-nummer : 243579982 Uitspraakdatum : 14 december 2022 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van [betrokkene] gemachtigde : Appjection B.V. (M. Lagas) Het verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 7 december

  1. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De vertegenwoordiger van officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld dat de foto niet op ooghoogte is genomen en de gedraging niet kan worden vastgesteld en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep gegrond te verklaren. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl het kenteken niet goed leesbaar is. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Gemachtigde van betrokkene stelt dat de verklaring van de verbalisant in het zaakverzicht geen ambtsedige verklaring is, zodat hieraan geen bijzondere bewijskracht kan toekomen. De kantonrechter overweegt dat volgens vaste rechtspraak de vaststelling dat een gedraging is verricht ook op een niet-ambtsedige verklaring van een verbalisant kan worden gebaseerd. Dit verweer van gemachtigde treft dan ook geen doel. De gemachtigde van betrokkene voert tevens aan dat betrokkene ontkent de vermeende gedraging te hebben verricht. Het kenteken is wel degelijk goed zichtbaar. Dit blijkt ook uit de foto van de verbalisant en betrokkene. De trekhaak steekt iets boven de 7 uit, maar zorgt er niet voor dat deze niet meer herkenbaar is als
  2. Daar het kenteken dus wel degelijk leesbaar is, is het opleggen van een boete niet gerechtvaardigd, aldus gemachtigde. In de toelichting van het zaakoverzicht verklaart de verbalisant onder andere het volgende: “(…) De aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat was onvoldoende leesbaar. Dit werd veroorzaakt door een gemonteerde trekhaak. Van de kentekencombinatie was op de voorgeschreven afstand van 20 M midden achter het voertuig alleen [kenteken] leesbaar. (…) Verklaring betrokkene: omdat wij anders onze fietsen niet kunnen gebruiken. Het is een afneembare trekhaak, die hebben wij bewust zo gekozen. Wij zijn op vakantie geweest en vergeten de trekhaak eraf te halen.“ De kantonrechter is van oordeel (anders dan de gemachtigde en de zittingsvertegenwoordiger) dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant en de door de verbalisant gemaakte en overgelegde foto – voldoende blijkt dat het kenteken van het voertuig van betrokkene niet goed leesbaar is en de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De verbalisant heeft verklaard dat vanaf een afstand van 20 meter¹ is waargenomen dat het kenteken niet geheel zichtbaar was. De door gemachtigde van betrokkene overgelegde foto’s maken dit niet anders omdat die, zoals daarop te zien is, vanaf een kortere afstand dan de voorgeschreven afstand zijn genomen. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond; ‒ wijst het verzoek op vergoeding van de proceskosten af. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter ¹ Vgl. de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 november 2022, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2022:
  3. Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,
  4. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.