RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknummer : 9884313 \ WM VERZ 22-1122 CJIB-nummer : 241406972 Uitspraakdatum : 26 augustus 2022 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [postcode] [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene). Het verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 26 augustus
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: niet op eerste vordering behoorlijk het rijbewijs ter inzage afgeven. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Uit artikel 160 lid 1 onder b van de Wegenverkeerswet 1994 blijkt het volgende: “Op de eerste vordering van de in artikel 159 (https://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/2022-05-20) bedoelde personen is de bestuurder van een motorrijtuig verplicht dat motorrijtuig te doen stilhouden alsmede de volgende bewijzen behoorlijk ter inzage af te geven: …… het rijbewijs dan wel het hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs en, indien hem buiten Nederland een internationaal rijbewijs is afgegeven, dat bewijs;” Betrokkene heeft aangevoerd dat hij een foto van het rijbewijs heeft laten zien. Een foto van een rijbewijs tonen, is echter niet hetzelfde als een rijbewijs ter inzage afgeven. De boete is dus terecht opgelegd. Betrokkene heeft aangevoerd dat er sprake was van overmacht. Wegens corona kon hij op de voetbalclub geen gebruik maken van kluisjes en kleedkamer om daar het rijbewijs veilig op te bergen, en hij heeft er daarom voor gekozen om het rijbewijs niet mee te nemen. Dit is echter naar het oordeel van de kantonrechter geen overmachtssituatie, waardoor de kantonrechter geen aanleiding ziet om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Kanninga-Jonker, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: