← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:12342

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknummer : 9911068 \ WM VERZ 22-1258 CJIB-nummer : 244762624 Uitspraakdatum : 26 augustus 2022 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [postcode] [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene) vermeend gemachtigde: [naam 1] Het verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd. Vermeend gemachtigde heeft namens betrokkene daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep op 17 januari 2022 ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is namens betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 26 augustus 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Namens de vermeend gemachtigde is [naam 2] verschenen. Overwegingen De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden. In het dossier is een volmacht aanwezig, op basis waarvan de vermeend gemachtigde namens betrokkene in het geding is verschenen. Deze volmacht is op 14 oktober 2021 getekend door [naam 3]. De kantonrechter constateert dat deze volmacht niet voldoet, nu uit het dossier niet blijkt of [naam 3] bevoegd is om namens betrokkene volmacht te verlenen. Op de zitting heeft [naam 2] – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard. “[naam 3] is de bestuurder van het voertuig. Net als in een andere zaak op deze zitting, welke hiervoor is behandeld, had het beter geweest als we hier vooraf op waren gewezen. Dat is in dit geval namelijk ook niet gebeurd.” De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft desgevraagd aangegeven zich te refereren aan het oordeel van de kantonrechter. De kantonrechter ziet aanleiding de behandeling van de zaak aan te houden om de vermeend gemachtigde in de gelegenheid te stellen om stukken over te leggen waaruit blijkt dat de volmachtgever bevoegd is om namens betrokkene machtiging te verlenen. De vermeend gemachtigde wordt dan ook in de gelegenheid gesteld om aan het bovenstaande te voldoen binnen twee weken na de verzenddatum van deze beslissing. Indien het gevraagde niet tijdig is ontvangen, kan de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Als het gevraagde wél tijdig wordt ontvangen, dan zal er een nieuwe datum worden gepland voor de mondelinge behandeling. De uitspraak De kantonrechter: ‒ stelt de vermeend gemachtigde in de gelegenheid om binnen twee weken na de verzenddatum van deze beslissing een volledige en juiste machtiging over te leggen. Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Kanninga-Jonker, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Datum toezending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.