beslissing RECHTBANK NOORD-HOLLAND Wrakingskamer, locatie Alkmaar zaaknummer / rekestnummer: C/15/329104 HA RK 22/104 Beslissing van 21 juni 2022 op het verzoek tot wraking ingediend door: [verzoeker] , gemachtigde: [gemachtigde] wonende in [woonplaats] , verzoeker. Het verzoek is gericht tegen: mr. M.C. van Rijn, kantonrechter. 1De procedure 1.
- Verzoeker heeft bij e-mailbericht van zijn gemachtigde van 20 juni 2022 in de bij de civiele sectie (afdeling kanton) aanhangige zaak met zaaknummer 9733001 / CV EXPL 22-1198 (de hoofdzaak) de kantonrechter gewraakt. 1.
- De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van dit verzoek en bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan. 2De verdere beoordeling 2.
- In de hoofdzaak heeft op 14 juni 2022 een mondelinge behandeling van de verzetdagvaarding plaatsgevonden. In zijn wrakingsverzoek voert verzoeker aan dat hem naast “alle onzorgvuldigheden in het proces” een aantal zaken is opgevallen: De niet-ontvankelijkheidsverklaring van de verzetdagvaarding is niet ter zitting behandeld De kantonrechter achtte een foutief vermeld zaaknummer in de verzetdagvaarding geen probleem De kantonrechter deelde mee zich absoluut onbevoegd te achten om op de vordering te beslissen De kantonrechter heeft ter zitting meegedeeld op de vordering tot uitvoerbaarheid bij voorraad in het vonnis te beslissen De kantonrechter gaat mee in het verhaal van de raadsvrouw van de wederpartij dat de partner van gedaagde geen deel uitmaakt van de nalatenschap De kantonrechter en/of de rechtbank heeft meerdere steken laten vallen in deze procedure. Zo is het verzoek tot niet-ontvankelijk verklaren van de verzetdagvaarding niet naar de wederpartij gestuurd. 2.
- Ingevolge artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient een verzoek tot wraking te worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden die grond geven voor de wraking aan de verzoeker bekend zijn geworden. In een wrakingsverzoek moeten ook de gronden van wraking worden aangevoerd. De hiervoor onder 2.1 genoemde zaken zijn echter geen wrakingsgronden. Het zijn standpunten van verzoeker. 2.
- Voor zover het verzoek zich richt tegen procesbeslissingen van de kantonrechter, levert dat ook geen grond voor wraking op. Dat is inmiddels vaste rechtspraak sinds de uitspraak van de Hoge Raad van 25 september
- Indien verzoeker het met de beslissing van de rechter niet eens is, kan hij dat na een eventueel in te stellen hoger beroep ter toetsing voorleggen aan de rechter die er dan over beslist. Wraking is geen verkapt rechtsmiddel; aan de wrakingskamer komt geen oordeel toe over de juistheid van (tussen)beslissingen van de kantonrechter. 2.
- Er zijn naar het oordeel van de wrakingskamer dus geen wrakingsgronden aangevoerd door verzoeker. Het verzoek tot wraking zal daarom kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard. Aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek komt de wrakingskamer niet toe. 3Beslissing De rechtbank 3.
- verklaart het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk; 3.
- beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de wederpartij in de hoofdzaak en de rechter een afschrift van deze beslissing toe te zenden; 3.
- bepaalt dat de zaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op 21 juni 2022 en beveelt daartoe de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan de teamvoorzitter van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, afdeling Handel, Kanton & Bewind. Deze beslissing is gegeven door mr. L.J. Saarloos, voorzitter, mr. J. Gisolf en mr. D.D.M. Hazeu, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. L. Kliffen-Goos, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 juni
- de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. ECLI:NL:HR:2018:1413