← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:12396

beslissing RECHTBANK NOORD-HOLLAND [jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing] Wrakingskamer zaaknummer / rekestnummer: C/15/329451/HA RK 22/112 Beslissing van 20 juli 2022 Op het verzoek tot wraking ingediend door: [verzoeker] wonende te [woonplaats] , verzoeker, Het verzoek is gericht tegen: mr. B. van Walderveen, hierna te noemen: de rechter. 1Procesverloop 1.1 Verzoeker heeft per brief van 27 juni 2022 schriftelijk de wraking verzocht van de rechter in de zaak met zaaknummer HAA 21/2189 (de hoofdzaak). Deze zaak was aanhangig bij deze rechtbank, team Belastingrecht, locatie Haarlem. De rechter heeft de hoofdzaak op 15 juni 2022 op zitting behandeld. Verzoeker was daarbij aanwezig. Namens de belastingdienst zijn [naam 1] en [naam 2] verschenen. Op 22 juni 2022 heeft de rechtbank schriftelijk uitspraak gedaan. Deze uitspraak is op 23 juni 2022 aan verzoeker toegezonden. 1.2 Omdat al uitspraak was gedaan, heeft de wrakingskamer verzoeker bij brief van 30 juni 2022 verzocht om binnen één week aan te geven of hij het wrakingsverzoek wil handhaven of niet. Verzoeker heeft niet binnen die periode op deze brief gereageerd. Bij brief van 11 juli 2022 heeft de wrakingskamer eiser bericht dat het verzoek als ingetrokken wordt beschouwd. Verzoeker heeft bij brief van 14 juli 2022 laten weten het wrakingsverzoek te handhaven en daarbij een nadere motivering gegeven. De rechtbank zal het verzoek daarom beoordelen. 1.3 De wrakingskamer heeft gelet op het onderstaande afgezien van een mondelinge behandeling. 2De beoordeling 2.1 Verzoeker heeft in zijn verzoek vooral klachten geuit over de gang van zaken op de mondelinge behandeling van 15 juni 2022. De rechter is volgens verzoeker – kort samengevat – partijdig geweest omdat: hij ter zitting een aantal van verzoekers standpunten niet heeft behandeld; verzoeker stukken van de rechtbank in deze zaak niet heeft ontvangen; de rechter zich niet heeft verdiept in zijn verzoek om van de fraudelijst gehaald te worden; en e rechter in deze zaak uitspraak heeft gedaan in het voordeel van de overheid. De ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek 2.2 Op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit deze wetsbepaling volgt dat een verzoek tot wraking moet worden gedaan voordat uitspraak is gedaan in de hoofdzaak. Nadat de uitspraak is gedaan, is de zaak namelijk niet langer bij de rechter in behandeling en wraking is dan niet meer mogelijk. Wraking is geen rechtsmiddel tegen een gegeven beslissing. 2.3 Verzoeker heeft een verzoek om wraking gedaan nadat de rechter uitspraak heeft gedaan. Dat betekent dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoek. De wrakingskamer zal het verzoek om wraking dan ook niet-ontvankelijk verklaren. Aan een inhoudelijke behandeling van het wrakingsverzoek komt de wrakingskamer dan niet toe. 3Beslissing De rechtbank 3.1 verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek; Deze beslissing is gegeven door mr. E.B. de Vries-van den Heuvel, voorzitter, mr. H.P. van der Lelie en mr. H. de Jong, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van M. Brouwer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2022.[concipiënt_initialen] griffier voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.