RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknummer : 10119720 \ WM VERZ 22-2052 CJIB-nummer : 248012986 Uitspraakdatum : 28 november 2022 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [postcode] [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene) gemachtigde : [gemachtigde] Het verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Namens betrokkene is daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is namens betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 28 november
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Namens betrokkene is niemand verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Zo is aangegeven dat verbalisant het stoplicht van betrokkene niet gezien heeft, en wordt een beroep gedaan op de ‘ontruimingstijd’, de tijd die verstrijkt tussen het op rood springen van het ene stoplicht, en het op groen springen van het stoplicht van de kruisende weg. Dit is volgens gemachtigde namelijk soms 0 minuten, of zelfs negatief. Een verbalisant dient in het geval dat hij het stoplicht niet direct ziet van betrokkene, maar zijn conclusies trekt op grond van het stoplicht van de kruisende weg, de ontruimingstijd van de twee stoplichten kort na het vaststellen van de gedraging te controleren. Uit de stukken blijkt dat dit niet gedaan is door verbalisant. De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Hiervoor is de verklaring van verbalisant in het zaakoverzicht van belang: “Ik had direct zich op het verkeerslicht en zag dat deze ongeveer 2,00 seconden op rood stond op het moment dat betrokkene dit licht negeerde en zijn weg vervolgde.” De enkele stelling dat verbalisant niet direct zicht had op het verkeerslicht, maakt niet dat de kantonrechter hieraan is gaan twijfelen. Bovendien heeft verbalisant in een aanvullend proces-verbaal d.d. 24 november 2022, dat op dezelfde datum aan de rechtbank is toegezonden, het volgende verklaard: “Ik stond op de Parallelweg in Beverwijk met vrij uitzicht op de kruising Viaductweg-Parallelweg. Ik zag dat de bestuurder van een zwarte Audi voorzien van het kenteken K065RF het rode verkeerslicht negeerde welke stond op de kruising van de Parallelweg met de Viaductweg”. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaringen van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Hierdoor is er geen aanleiding voor het vaststellen van een proceskostenvergoeding. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Kruithof, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: