RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9289599 \ CV EXPL 21-4173 Uitspraakdatum: 15 juni 2022 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar buitenlands recht AirHelp GmbH gevestigd te Berlijn eiser hierna te noemen AirHelp gemachtigde mr. D.E. Lof tegen de commanditaire vennootschap Transavia Airlines C.V. gevestigd te Schiphol gedaagde hierna te noemen de vervoerder gemachtigde mr. M. Reevers 1Het procesverloop 1.
- AirHelp heeft bij dagvaarding van 11 juni 2021 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord. 1.
- AirHelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. 2De feiten 2.
- [betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van Valencia Airport (Spanje) naar Eindhoven Airport op 7 augustus 2020 met vlucht HV5106, hierna: de vlucht. De geplande aankomsttijd te Eindhoven was om 16:55 uur lokale tijd. 2.
- De vlucht is geannuleerd. De passagiers zijn omgeboekt naar een vervangende vlucht, waarmee zij op 7 augustus 2020 om 22:50 uur lokale tijd te Eindhoven zijn aangekomen. 2.
- De passagiers hebben hun vermeende vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp. 2.
- AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde annulering. De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 3De vordering 3.
- AirHelp vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag van betaling; - de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de datum van dit vonnis. 3.
- AirHelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht gehouden is de compensatie te betalen conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00 per passagier. 4Het verweer 4.
- De vervoerder betwist de vordering. Hij voert aan dat de vlucht is geannuleerd ten gevolge van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden, te weten een capaciteitsprobleem op de luchthaven van Eindhoven. 5De beoordeling 5.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 5.
- Vast staat dat de vlucht van de passagiers is geannuleerd. Nu gesteld, noch gebleken is dat de vervoerder zich kan beroepen op artikel 5, eerste lid, onder c sub i, ii of iii van de Verordening, geldt er in beginsel een compensatieplicht voor de vervoerder. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. 5.
- De vervoerder heeft in dit verband aangevoerd dat de voorgaande vlucht (HV5105) gepland stond te vertrekken vanaf Eindhoven naar Valencia om 11:10 uur lokale tijd, maar dat deze vlucht is geannuleerd, omdat de luchthaven van Eindhoven zonder traffic controller zat en daardoor gesloten was tot in ieder geval 12:30 uur lokale tijd. Ter onderbouwing hiervan heeft de vervoerder onder andere het “GSC Daily Report” overgelegd. 5.
- AirHelp betwist dat het noodzakelijk was om de voorgaande vlucht te annuleren. Volgens AirHelp is dit een operationele keuze van de vervoerder geweest. Er was geen sprake van een besluit van de luchtverkeersleiding waardoor de voorgaande vlucht geannuleerd moest worden. De onderhavige vlucht HV5101 (de kantonrechter begrijpt: de voorgaande vlucht HV5105) was volgens AirHelp de enige vlucht die dag vertrekkend vanaf Eindhoven die geannuleerd werd. Volgens AirHelp had de vervoerder er ook voor kunnen kiezen om de voorgaande vlucht door te laten gaan. 5.
- De kantonrechter overweegt als volgt. De vervoerder heeft onvoldoende onderbouwd dat vluchten in de ochtend niet konden vertrekken vanaf Eindhoven. Uit het ‘GSC report’ (productie 3 bij de conclusie van antwoord) blijkt dat de luchthaven te Eindhoven in de ochtend gesloten was voor inkomende vluchten (closed for arrivals). Ook uit de e-mail van Eindhoven Airport (productie 5 bij de conclusie van antwoord) blijkt enkel dat er tot 12:30 uur lokale tijd geen vluchten konden landen. De vervoerder heeft ook niet betwist dat vlucht HV5105 de enige vanaf Eindhoven vertrekkende vlucht was die door de vervoerder is geannuleerd. De vervoerder heeft enerzijds aangevoerd dat alle vluchten die vertrokken van of aankwamen op Eindhoven besluiten (slotberichten) van de luchtverkeersleiding kregen opgelegd waarbij de luchtverkeersleiding aan specifieke vluchten een latere vertrektijd heeft opgelegd dan de originele vertrektijd. Ten aanzien van vlucht HV5105 heeft de vervoerder echter geen besluit(en) van de luchtverkeersleiding overgelegd waaruit blijkt dat die vlucht later mocht vertrekken. De vervoerder heeft anderzijds aangevoerd dat aan vlucht HV5105 ‘naar verwachting’ besluiten van de luchtverkeersleiding zouden worden opgelegd, net als aan vele andere vluchten die eerder stonden ingepland. Dit laatste betekent dat niet aan alle vluchten - en ook niet aan vlucht HV5105 - een latere vertrektijd is opgelegd. Weliswaar blijkt uit het door de vervoerder overgelegde ‘OCC Management Report’ dat vlucht HV5105 is geannuleerd ten gevolge van door de luchtverkeersleiding veroorzaakte vertraging, maar naar het oordeel van de kantonrechter is hiermee onvoldoende komen vast te staan dat er geen andere optie was dan deze vlucht te annuleren. Het beroep van de vervoerder op (doorwerking van) buitengewone omstandigheden slaagt dan ook niet. De kantonrechter komt daarom niet toe aan de beantwoording van de vraag of de annulering ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet kon worden voorkomen. 5.
- Nu de vervoerder voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom worden toegewezen. 5.
- Ten aanzien van de gevorderde wettelijke wordt het volgende overwogen. AirHelp heeft de wettelijke rente gevorderd met ingang van “de datum van de vlucht”. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade gelet op artikel 6:83 sub b BW terstond opeisbaar is. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf 7 augustus 2020, zijnde de datum waarop de geannuleerde vlucht uitgevoerd had moeten worden. 5.
- De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat hij ongelijk krijgt. De kantonrechter ziet geen aanleiding om een langere betalingstermijn te stellen zoals door de vervoerder is verzocht. Een betalingsregeling kan de kantonrechter niet opleggen. Daarover zullen partijen overeenstemming moeten bereiken. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 6De beslissing De kantonrechter: 6.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 7 augustus 2020 tot aan de dag van de gehele betaling; 6.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van AirHelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 103,83;griffierecht € 126,00salaris gemachtigde € 248,00vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening; 6.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 6.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter