RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10047075 \ CV EXPL 22-4825 Uitspraakdatum: 21 september 2022 Vonnis in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Parking aan Zee B.V. gevestigd te IJmuiden, gemeente Velsen de eisende partij gemachtigde: mr. O.J. Boeder tegen [gedaagde] wonende te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1Procedure 1.1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2De beoordeling 2.1. De eisende partij vordert dat de kantonrechter de gedaagde partij veroordeelt tot betaling van € 367,77 ter voldoening van het tarief verloren kaart, de aanvullende schadevergoeding, de buitengerechtelijke incassokosten, overige kosten en rente, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2022 en de proceskosten. 2.2. De eisende partij legt aan haar vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de gedaagde partij tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst, doordat de gedaagde partij zich schuldig heeft gemaakt aan ‘meetreinen’ en het parkeerterrein zonder te betalen heeft verlaten op 2 juli 2022. Het beroep op de algemene voorwaarden 2.3. Ten aanzien van de vordering beroept de eisende partij zich op de toepasselijke algemene voorwaarden. De gedaagde partij is een consument. Volgens vaste Europese rechtspraak is de Nederlandse rechter ambtshalve gehouden te toetsen of een beding in een consumentenovereenkomst waarover tussen partijen niet afzonderlijk is onderhandeld, zoals een beding in algemene voorwaarden, als een oneerlijk beding moet worden aangemerkt in de zin van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn) (zie onder andere HvJEU 30 mei 2013, ECLI:EU:C:2013:341). 2.4. Op grond van artikel 3 van de richtlijn wordt een beding als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De Nederlandse rechter dient deze toets (onder andere) te verrichten via de open norm van artikel 6:233 sub a BW en, meer in het bijzonder, de artikelen 6:236 en 6:237 BW. Op grond van de open norm is een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar indien het onredelijk bezwarend is, gelet op de aard en overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen, de wederzijds kenbare belangen en de overige omstandigheden van het geval. Ingevolge artikel 3 lid 3 van de richtlijn kunnen als oneerlijk worden aangemerkt bedingen die zijn opgenomen in de als bijlage bij deze richtlijn gevoegde indicatieve lijst (de blauwe lijst). Tot die bedingen behoort het beding (artikel 1 aanhef en onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.