RECHTBANK NOORD-HOLLAND Team Straf, locatie Haarlemmermeer Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/082984-21 (P) Uitspraakdatum: 7 juni 2022 Tegenspraak Vonnis Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 24 mei 2022 in de zaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Korea), ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A. van Eck en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. E.M.C. van Nielen, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht. 1Tenlastelegging Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: 1 hij op of omstreeks 24 maart 2021 in de gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een personenauto (Volvo v60), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond(
- en)dat verdachte - voor de personenauto en/of op de rijbaan van die [slachtoffer 1] heeft gestaan en/of (vervolgens) (middels armbewegingen) die [slachtoffer 1] tot stilstand heeft gedwongen en/of - ( vervolgens) aan de deurklink van die personenauto heeft getrokken en/of heeft gerukt en/of - op het raam van die personenauto heeft geslagen en/of heeft getikt en/of - ( daarbij) heeft geroepen en/of heeft gezegd "uitstappen, uitstappen", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, en/of hij op of omstreeks 24 maart 2021 in de gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, op de openbare weg te wetende Rijksweg A4, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een personenauto (Volvo v60), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] toebehoorde(n), welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond(
- en)dat verdachte - - voor de personenauto en/of op de rijbaan van die [slachtoffer 1] heeft gestaan en/of (vervolgens) (middels armbewegingen) die [slachtoffer 1] tot stilstand heeft gedwongen en/of - - ( vervolgens) aan de deurklink van die personenauto heeft getrokken en/of heeft gerukt en/of - - op het raam van die personenauto heeft geslagen en/of heeft getikt en/of - ( daarbij) heeft geroepen en/of heeft gezegd “uitstappen, uitstappen”, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2 hij op of omstreeks 24 maart 2021 in de gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, heeft gedreigd met een terroristisch misdrijf door (tijdens zijn aanhouding) tegen verbalisanten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] dreigend de woorden toe te voegen - " ik heb twee kilo semtex in de achterbak van mijn voertuig liggen" en/of - " ik draag een dodemansknop op/bij mij" en/of "ik kan de bom daarmee af laten afgaan" en/of - " Ik heb een bom in de auto liggen en die kan afgaan", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 24 maart 2021 in de gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, verbalisanten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] dreigend de woorden toe te voegen - " ik weet wie jij bent, als ik hier niet lag dan had ik je afgemaakt" en/of - " ik weet waar jullie wonen en/of ik ga jullie terugpakken" en/of - " ik heb twee kilo semtex in de achterbak van mijn voertuig liggen" en/of - " ik draag een dodemansknop op/bij mij" en/of "ik kan de bom daarmee af laten afgaan" en/of - " ik heb een bom in de auto liggen en die kan afgaan", Althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; 3 hij op of omstreeks 24 maart 2021 in de gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto Kia Ceed, voorzien van het kenteken [kenteken]), daarmee rijdende op de weg, Rijksweg A9 en/of Rijksweg A5 en/of Rijksweg A4, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door - een langere periode met een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane snelheid, althans met een gelet op de omstandigheden te hoge snelheid, te rijden en/of - meerdere door verbalisanten gegeven volg- en/of stoptekens te negeren en/of - ( met een hoge snelheid) een of meerdere voertuigen rechts in te halen en/of - ( met hoge snelheid) (zonder richting aan te geven) slingerend van rijbanen te wisselen en/of - een doorgetrokken streep te overschrijden en/of - een kruising te naderen en/of vervolgens (zonder snelheid te verminderen) een rood verkeerslicht te negeren en/of - ( meermalen) een stuurbeweging te maken naar en/of in de richting van een politiemotor en/of - zijn personenauto op de vluchtstrook en/of rijbaan tot stilstand te brengen door welke verkeersgedraging(
- en)van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(
- en)te duchten was. 2Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 3Beoordeling van het bewijs 3.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 2 primair ten laste gelegde feit en tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde feiten. 3.2 Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit de verdachte vrij te spreken van de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van feit 1 is er geen begin van uitvoering van diefstal of afpersing en is er onvoldoende bewijs dat de verdachte het oogmerk had zich de auto te willen toe-eigenen, zoals de verdachte ook altijd heeft ontkend. Daarnaast is er onvoldoende bewijs dat de diefstal of afpersing gepaard is gegaan met geweld of bedreiging met geweld. Ten aanzien van het onder feit 2 primair tenlastegelegde kan niet worden bewezen dat is gedreigd met een terroristisch misdrijf. De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de onder 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde feiten, zij het dat de onder feit 3 ten laste gelegde stuurbeweging naar en/of in de richting van de politiemotor niet kan worden bewezen. Het was de verdachte bovendien niet duidelijk dat het om een politiemotor ging, aangezien de motoragent op een onopvallende dienstmotorfiets reed. 3.3 Oordeel van de rechtbank 3.3.1 Vrijspraak feit 1 en feit 2 primair Feit 1 Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder feit 1 ten laste is gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden af: Op 24 maart 2021 omstreeks 14.00 uur zien verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] een Kia Ceed op de Rijksweg A9 ter hoogte van Beverwijk met hoge snelheid rijden. Verbalisanten volgen in hun dienstauto de Kia Ceed en proberen middels het transparante teken ‘politie volgen’ de bestuurder van de Kia Ceed, waarvan later bleek dat het de verdachte was, naar de kant te dirigeren. De verdachte geeft geen gevolg aan dit transparante teken en evenmin aan het transparante teken ‘stop politie’. Hij rijdt met hoge snelheid, vele malen wisselend van rijstrook (daarbij ook gebruik makend van de vluchtstrook) en een rood licht negerend via de A5, A4 naar de afslag N207 om vervolgens weer zijn weg te vervolgen op de A4. Op de A4 rijdt ook verbalisant [verbalisant 3], die de verdachte met zijn motor volgt. Ter hoogte van hectometerpaal 11.5 brengt de verdachte de Kia Ceed tot stilstand op de vluchtstrook, stapt hij over de vangrail en loopt hij gebarend met zijn armen over de tegenstelde rijbanen naar de aldaar gelegen oprit naar de A4, waar op dat moment een Volvo V60 de snelweg op wil rijden. De Volvo mindert in reactie op de armgebaren van de verdachte vaart en op het moment waarop de Volvo tot stilstand komt, loopt de verdachte naar de bestuurderskant van de Volvo, trekt hij het portier open dat direct weer door de bestuurder wordt dichtgetrokken. Daarbij hoort de bijrijdster van de bestuurder van de Volvo de verdachte zeggen: “uitstappen, uitstappen”. Nadat de bestuurder het portier heeft dichtgetrokken, rent de verdachte weg in de richting van het nabijgelegen grasveld en geeft hij zich, na een waarschuwingsschot van verbalisant [verbalisant 3], over. Om 14.24 uur wordt de verdachte door de agenten aangehouden. Ten aanzien van de onder feit 1 tenlastegelegde poging tot diefstal met geweld en/of poging tot afpersing moet de rechtbank, onder meer, beoordelen of bewezen is dat de verdachte het oogmerk had om de personenauto van de aangever [slachtoffer 1] zich wederrechtelijk toe te eigenen, dan wel dat hij het oogmerk had om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen. De rechtbank is op grond van hetgeen hiervoor is overwogen van oordeel dat de verdachte op 24 maart 2021 met betrekking tot de aanrijdende Volvo van [slachtoffer 1] de volgende feitelijke handelingen heeft verricht: - hij is op de oprit naar de A4 in de richting van de aanrijdende Volvo gelopen en hij heeft armgebaren gemaakt dat deze moest stoppen dan wel vaart moest verminderen - toen de Volvo tot stilstand was gekomen, heeft de verdachte het portier aan de kant van de bestuurder opengetrokken - de verdachte heeft naar de inzittende(
- n)van de Volvo geroepen “uitstappen, uitstappen” - nadat [slachtoffer 1] zijn portier weer had dichtgetrokken, is de verdachte weggerend in de richting van een nabijgelegen grasveld Deze feitelijke handelingen van de verdachte zijn zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang bezien, naar hun uiterlijke verschijningsvorm onvoldoende om daaruit te kunnen afleiden dat de verdachte het oogmerk als bedoeld in de artikelen 312 of 317 van het Wetboek van strafrecht had. Reeds daarom kan het onder feit 1 tenlastegelegde niet worden bewezen en luidt de conclusie dat de verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken. Bij dit oordeel betrekt de rechtbank ook de alternatieve verklaring van de verdachte dat hij de inzittende(
- n)wilde waarschuwen voor de gevaarlijke situatie en politiekogels, in combinatie met hetgeen de psychiater [deskundige] over de psychische toestand van de verdachte op 24 maart 2021 heeft vermeld in zijn rapportage van 5 juli 2021, te weten dat bij de verdachte sprake was van paranoïde psychotische belevingen, agitatie en ontremming ontstaan of geluxeerd door een acuut intoxicatiebeeld bij gebruik van cannabis. De door de verdediging opgeworpen vragen of sprake is geweest van een begin van uitvoering van het misdrijf en of bewezen kan worden dat de verdachte jegens het echtpaar [achternaam slachtoffers] geweld heeft gebruikt dan wel dat hij hen heeft bedreigd met geweld, behoeft, gelet op het voorgaande, geen bespreking meer. Feit 2 primair Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat hetgeen de verdachte onder feit 2 primair ten laste is gelegd niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. 3.3.2 Redengevende feiten en omstandigheden feit 2 subsidiair en feit 3 De rechtbank komt op grond van de feiten en omstandigheden, die zijn vervat in de hierna te noemen bewijsmiddelen, tot een bewezenverklaring van de onder 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde feiten. De hierna vermelde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen. De bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, telkens slechts gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben. De rechtbank heeft vastgesteld dat ten aanzien van de onder 2 subsidiair en 3 bewezen verklaarde feiten sprake is van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit. Gelet daarop zal voor deze feiten worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen op grond waarvan de rechtbank tot een bewezenverklaring is gekomen. Ten aanzien van feit 2 subsidiair De bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 24 mei 2022 afgelegd. Het proces-verbaal van aangifte van [verbalisant 1], gedateerd 25 maart 2021 (dossierpagina 43). Het proces-verbaal van aangifte van [verbalisant 2], gedateerd 28 maart 2021 (dossierpagina 46). Ten aanzien van feit 3 De bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 24 mei 2022 afgelegd. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] gedateerd 24 maart 2021 (dossierpagina 53 e.v.). Het proces-verbaal van aangifte va [verbalisant 2], gedateerd 28 maart 2021 (dossierpagina 44 e.v.). Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3], gedateerd 24 maart 2021 (dossierpagina 56 e.v.) 3.3.3 Nadere bewijsoverwegingen feit 3 Verbalisant [verbalisant 2] heeft in zijn aangifte (dossierpagina 45) verklaard dat hij zag dat de collega op de motor hen inhaalde en links naast de verdachte ging rijden en dat hij zag dat de verdachte meerdere keren naar links stuurde in de richting van de collega op de motor. Hij zag dat zijn collega op de motor meerdere keren moest uitwijken door de acties van de verdachte. Die verklaring wordt niet ondersteund door enig ander bewijsmiddel. Motoragent [verbalisant 3] verklaart daarover in het door hem opgestelde proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 56) als volgt: “Ik trachtte dichterbij te komen om de verdachte goed te kunnen bekijken. Ik merkte dat toen ik dichterbij kwam dat de verdachte heviger begon te slingeren zodat ik niet langszij kon komen. Ik bleef achter de personenauto rijden.” Nu de motoragent zelf op dit punt anders verklaart waarom hij achter de auto van de verdachte bleef rijden, ziet de rechtbank geen reden om bewezen te verklaren dat de verdachte (meermalen) een stuurbeweging maakte naar en/of in de richting van de politiemotor, zodat hij ten aanzien van dit onderdeel van feit 3 zal worden vrijgesproken. 3.4. Bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat 2 subsidiair hij op 24 maart 2021 in de gemeente Haarlemmermeer verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht of met zware mishandeling, door die [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] dreigend de woorden toe te voegen - " ik weet wie jij bent, als ik hier niet lag dan had ik je afgemaakt" en - " ik weet waar jullie wonen en ik ga jullie terugpakken" en - " ik heb twee kilo semtex in de achterbak van mijn voertuig liggen" en - " ik draag een dodemansknop op/bij mij" en "ik kan de bom daarmee af laten afgaan" en - " ik heb een bom in de auto liggen en die kan afgaan", 3 hij op 24 maart 2021 in de gemeente Haarlemmermeer als bestuurder van een voertuig (personenauto Kia Ceed, voorzien van het kenteken [kenteken]), daarmee rijdende op de weg, Rijksweg A9 en Rijksweg A5 en Rijksweg A4, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door - een langere periode met een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane snelheid te rijden en - meerdere door verbalisanten gegeven volg- en/of stoptekens te negeren en - ( met een hoge snelheid) een of meerdere voertuigen rechts in te halen en - ( met hoge snelheid) (zonder richting aan te geven) slingerend van rijbanen te wisselen en - een doorgetrokken streep te overschrijden en - een kruising te naderen en vervolgens (zonder snelheid te verminderen) een rood verkeerslicht te negeren en - zijn personenauto op de vluchtstrook en rijbaan tot stilstand te brengen door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(
- en)te duchten was. Hetgeen aan de verdachte onder 2 subsidiair en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. 4Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten Het bewezenverklaarde levert op: Ten aanzien van feit 2 subsidiair: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd. Ten aanzien van feit 3: overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994, meermalen gepleegd. Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar. 5Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar. 6Motivering van de sanctie 6.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan 81 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren (gelet op de door de psychiater beschreven problematiek) en met aftrek van de periode die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en voor feit 3 tot een geldboete van 500 euro, subsidiair 10 dagen vervangende hechtenis. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd het reeds geschorste bevel gevangenhouding op te heffen. 6.2 Standpunt van de verdediging De raadvrouw heeft bepleit de onder 2 subsidiair en 3 bewezenverklaarde feiten af te doen met een geheel voorwaardelijke taakstraf van 80 uren met een proeftijd van één jaar, gelet op het reclasseringsrapport en de constructieve houding van de verdachte ter terechtzitting. 6.3 Oordeel van de rechtbank Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon en de draagkracht van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich tijdens een achtervolging door de politie gedurende zo’n twintig minuten schuldig gemaakt aan zeer gevaarlijk rijgedrag op diverse Rijkswegen, waar op dat moment veel verkeer was. De verdachte reed met hoge snelheid, ver boven het ter plekke toegestane maximum, en zigzagde zonder het aangeven van richting van de ene naar andere rijbaan en haalde links, rechts en over de vluchtstrook andere voertuigen in. Ook negeerde de verdachte een rood stoplicht. De verdachte heeft daardoor niet alleen voor zichzelf, maar ook voor zijn medeweggebruikers een zeer gevaarlijke situatie doen ontstaan. Daarnaast heeft de verdachte verbalisanten die hem aanhielden ernstig bedreigd door hen te zeggen dat hij 2 kilo semtex in zijn auto had liggen en een dodemansknop bij zich droeg. Ook heeft hij hen ernstig bedreigd door te zeggen dat hij weet wie zij zijn en waar ze wonen, en dat hij de verbalisanten zal opzoeken en zal afmaken. Politie-ambtenaren doen hun werk om – in dit geval – de veiligheid op wegen voor medeweggebruikers te bewaren. Dergelijke uitingen, waarbij verwezen wordt naar de privésfeer van verbalisanten, zijn bedreigend, maken diepe indruk en zorgen voor een gevoel van onveiligheid bij de verbalisanten, mede gelet op hun verantwoordelijkheid voor hun naasten. Gezien de ernst van de feiten acht de rechtbank oplegging van een vrijheidsbenemende straf aangewezen. Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank voorts gelet op het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 19 mei 2022, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder terzake van bedreiging is veroordeeld. De rechtbank heeft voorts gelet op het over de verdachte uitgebrachte psychiatrisch rapport gedateerd 5 juli 2021 en opgesteld door drs. [deskundige], en op het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport, gedateerd 18 mei 2022 en opgesteld door A.M. van Egmond, als reclasseringswerker verbonden aan GGZ Tactus Enschede. Het psychiatrisch rapport van 5 juli 2021 houdt onder meer het volgende in: Concluderend is er sprake van een ernstige stoornis in cannabisgebruik en stoornis in gebruik van alcohol en cocaïne, zonder dat van die laatste twee middelen de ernst precies duidelijk is geworden in dit onderzoek. Daarnaast is er sprake geweest van een psychotisch toestandsbeeld met achterdocht en ontremming en verhoogde stemming. Dit psychotisch toestandsbeeld lijkt nu grotendeels in remissie, maar heeft na het stoppen met de middelen nog enkele weken aangehouden en is pas verminderd na het starten van anti psychotische medicatie. Terugkijkend is betrokkene het afgelopen jaar meerdere malen achterdochtig geweest. Op dit moment is niet te onderscheiden of de achterdocht volledig veroorzaakt werd door het gebruik van middelen of dat er onderliggend ook sprake is van een kwetsbaarheid om een psychose te ontwikkelen zonder gebruik van middelen. Datzelfde geldt voor de stemmingsproblemen. Het is in ieder geval duidelijk dat het gebruik van middelen de psychotische klachten, de agitatie en ontremdheid versterkt heeft. Ten tijde van het tenlastegelegde en tijdens de opname op het PPC was er sprake van een manisch-psychotisch toestandsbeeld geluxeerd dan wel versterkt door gebruik van cannabis en mogelijk cocaïne en alcohol. Het advies is om het tenlastegelegde, indien bewezen, verminderd toe te rekenen. De bedreigende woorden richting politie bij aanhouding, indien bewezen, kwamen voort uit paranoïde gedachten omtrent de politie. Zijn uitspraken over het hebben van een bom in de auto en een dodemansknop lijken vanuit ontremdheid gezegd te zijn, om zo de politie een hak te zetten. Met de conclusie van dit rapport kan de rechtbank zich verenigen. Het (aanvullende) reclasseringsrapport van 18 mei 2022 houdt onder meer het volgende in. Ten tijde van de tenlastelegging was er sprake van instabiliteit op meerdere leefgebieden. Betrokkene had zorgen omtrent zijn bedrijf en familie. Door middel van softdrugsgebruik trachtte betrokkene tot rust te komen voor een betere nachtrust. Het middelengebruik werkte echter averechts en veroorzaakte en/of verergerde psychosociale problematiek bij betrokkene. Betrokkene kreeg een psychose en sliep amper tot niet ten tijde van de tenlastelegging. Inmiddels heeft betrokkene een klinische opname doorlopen en verkrijgt hij op grond van een zorgmachtiging hulp van Mediant. Binnen deze behandeling is aandacht voor het middelengebruik en psychosociaal functioneren van betrokkene. Betrokkene is momenteel herstellende en heeft de afgelopen maanden stapsgewijs de stabiliteit op meerdere leefgebieden vergroot. Betrokkene is momenteel abstinent van softdrugs. De draaglast van betrokkene met betrekking tot de zorg voor diens familie is afgenomen, betrokkene heeft een zinvolle dagbesteding en krijgt passende hulpverlening. Deze zorgmachtiging loopt tot en met augustus 2022 waarna er zal worden besloten of deze zorgmachtiging zal worden verlengd. Mediant signaleert op dit moment geen risico's. Vanwege de recente tenlastelegging en problematiek schat de reclassering het recidiverisico en het risico op letselschade in als gemiddeld. Mocht betrokkene zijn huidige gedrag voortzetten, dan verwacht de reclassering dat de kans op recidive verder zal afnemen. Het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als laag, omdat betrokkene diens medewerking verleend aan het onderzoek van de reclassering en zich aan de afspraken houdt met Mediant. De huidige zorgmachtiging en zorg vanuit Mediant draagt voldoende bij aan de vermindering van recidive. De reclassering acht interventies of toezicht derhalve niet nodig. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal het huidige herstel van betrokkene negatief doorkruisen. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een verlengde proeftijd, zoals door de officier van justitie geëist, maar acht het wel van belang dat er nog een aanzienlijke periode een stok achter de deur is. Gelet op het feit dat thans sprake is van een zorgmachtiging, acht de rechtbank het opleggen van bijzondere voorwaarden niet opportuun. De hoogte van de door de rechtbank op te leggen vrijheidsbenemende straf is lager dan door de officier van justitie geëist, nu de rechtbank de verdachte van het onder 1 tenlastegelegde feit zal vrijspreken. 7Toepasselijke wettelijke voorschriften De volgende wetsartikelen zijn van toepassing: artikel 14a, 14b, 14c, 62, 63 en 285 van het Wetboek van Strafrecht. artikel 5 en 177 van de Wegenverkeerswet. 8Beslissing De rechtbank: Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 1 en feit 2 primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij. Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven. Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 2 subsidiair en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij. Bepaalt dat de onder 3.4 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren. Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 21 (eenentwintig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een geldboete van € 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Dit vonnis is gewezen door mr. N.O.P. Roché, voorzitter, mr. C.S. Schoorl en mr. P.A. Hesselink, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.M.A. van der Meij, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 juni 2022. Mr. Roché en mr. Van der Meij zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.