RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 22/67 uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 februari 2022 in de zaak tussen [verzoekster], te [woonplaats 1], verzoekster (gemachtigden: mr. N. van Collem en mr. N.F. Barthel), en het college van burgemeester en wethouders van gemeente Medemblik, verweerder (gemachtigde: Mr. K. van de Wateringen). Als derde-partij neemt aan het geding deel: [derde belanghebbende], te [woonplaats 2]. Procesverloop In het besluit van 30 april 2021 (primair besluit) heeft verweerder aan [verzoekster] een last onder bestuursdwang opgelegd wegens het ontbreken van een ontvankelijke melding brandveilig gebruik voor het gebruik van het pand aan de [locatie] in [woonplaats 2]. In het besluit van 17 november 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 10 februari 2022 op zitting behandeld. Voor verzoekster is verschenen [naam 1], bijgestaan door haar gemachtigden. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld door [naam 2]. [derde belanghebbende] is verschenen, vergezeld door [naam 3] en [naam 4]. Overwegingen
- Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
- Ter zitting hebben partijen de volgende afspraken gemaakt: In de week van 14 februari 2022 vindt een bezoek plaats aan het pand aan de [locatie] in [woonplaats 2] met verzoekster, een vertegenwoordiger van verweerder, en een niet eerder bij deze procedure betrokken medewerker van de Veiligheidsregio. Verzoekster neemt desgewenst zelf een deskundige mee. Het doel van dit bezoek is in kaart brengen wat nodig is om dit pand zodanig bandveilig te maken dat de huidige bewoners tijdens de beroepsprocedure in het pand kunnen blijven wonen. Uitgangspunt daarbij is dat het gaat om kamerverhuur aan mensen die zelfredzaam zijn en geen zorg behoeven. Van dit bezoek maakt de medewerker van de Veiligheidsregio een rapport op met punten waarop verzoekster actie moet ondernemen ten behoeve van de brandveiligheid. Dit rapport wordt toegestuurd aan verzoekster en verweerder. Verzoekster treft uiterlijk binnen drie weken na het toesturen van het rapport de benodigde maatregelen zoals genoemd in het rapport. Aan het eind van deze termijn vindt een controlebezoek plaats met dezelfde medewerker van de Veiligheidsregio om te beoordelen of de in het rapport genoemde maatregelen zijn uitgevoerd. Verweerder schort de begunstigingstermijn op tot de rechtbank uitspraak op het beroep heeft gedaan. Als tijdens het controlebezoek blijkt dat de in het rapport genoemde maatregelen niet zijn getroffen of als verzoekster voornoemde afspraken op een ander onderdeel niet nakomt, dan kan verweerder verzoekster schriftelijk laten weten dat de begunstigingstermijn eerder eindigt.
- De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. Gelet op de hiervoor genoemde afspraken is de voorzieningenrechter van oordeel dat geen sprake is van spoedeisend belang. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening daarom af.
- Als verweerder de begunstigingstermijn eerder beëindigt omdat verzoekster voornoemde afspraken volgens verweerder niet nakomt, dan kan dat met zich meebrengen dat verzoekster een spoedeisend belang heeft bij een nieuw verzoek aan de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. Steinhauser, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.L. van Broekhoven, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 februari
- griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.