RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknummer : 9588737 \ WM VERZ 21-695 CJIB-nummer : 233748857 Uitspraakdatum : 18 januari 2022 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van naam : [betrokkene] Het verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 18 januari
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen (met behulp van een digitale verbinding via MS Teams). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen. Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant d.d. 31 augustus 2020, zoals opgenomen in het zaakoverzicht onder meer het volgende in: “…Op 19 mei 2020 omstreeks 17.45 uur was ik, verbalisant A. Bax, als zodanig herkenbaar in politie-uniform gekleed op de openbare weg Van Beekstraat in Landsmeer. Ik stond hier naar aanleiding van een verkeersongeval. Het verkeersongeval vond plaats ter hoogte van het kruispunt met Aalscholverstraat. Ik zag dat een vrouwelijke bestuurder met donker haar in een Nissan Pixo reed. Ik zag dat het voertuig was voorzien van kenteken: 95-LXH-
- Ik zag dat zij reed op Van Beekstraat in Landsmeer. Ik zag dat zij rechtsaf de Aalschoverstraat in reed. Tijdens het passeren zag ik dat de betrokkene in haar rechterhand een mobiele telefoon in haar rechterhand hield. Ik zag dat zij haar telefoon richtte, richting het ongeval tijdens het rijden. Ik stond achter een heg, waardoor ik de betrokkene geen stopteken kon geven en haar niet kon doen stilhouden. Hiervoor heb ik een proces-verbaal op kenteken geschreven…”. De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De door betrokkene genoemde tegenstrijdigheden in het aanvullend proces-verbaal doen niet af aan de geloofwaardigheid van de verklaring van de verbalisant. In het aanvullend proces-verbaal van 17 september 2021 verklaart de verbalisant dat hij zich kan herinneren dat hij vrije doorgang had tussen de openbare weg en de tuin van de woning waarin het verkeersongeval plaatsvond. Tevens verklaart de verbalisant dat hij duidelijk zicht had op het voertuig van betrokkene en dat hij via het raam goed in het voertuig van betrokkene kon kijken en daardoor zag dat betrokkene een mobiele telefoon vast had tijdens het rijden. Betrokkene heeft naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: