RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknummer : 9589048 \ WM VERZ 21-706 CJIB-nummer : 227570493 Uitspraakdatum : 18 januari 2022 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van naam : [betrokkene] Het verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 18 januari
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen (met behulp van een digitale verbinding via MS Teams). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: motorvoertuig parkeren bij blauwe streep terwijl toegestane parkeertijd is verstreken. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. De officier van justitie heeft naar aanleiding van het beroepschrift van betrokkene een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal is onder andere het volgende vermeld: “…Het voertuig was voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf achter de voorruit, maar de maximaal toegestane parkeertijd van twee uur was verstreken. Tevens had betrokkene twee parkeerschijven achter de voorruit. Er is geen gehandicaptenparkeerkaart waargenomen achter de voorruit…”. De kantonrechter overweegt ten eerste dat het geen verplichting is van een verbalisant om, indien er twee ingestelde parkeerschijven aanwezig zijn in een voertuig, te kiezen welke parkeerschijf mogelijk van toepassing is. Betrokkene had er dan ook voor moeten zorgen dat er maar één parkeerschijf zichtbaar en juist ingesteld aanwezig was. Omdat betrokkene aannemelijk heeft gemaakt dat hij wel beschikt over een geldige gehandicaptenparkeerkaart, heeft de officier van justitie, bij wijze van uitzondering, de boete gematigd tot € 30,
- Naar het oordeel van de kantonrechter is hierdoor voldoende rekening gehouden met de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden en is er geen aanleiding voor verdere matiging. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: