← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:1599

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer: 9617416 \ BM VERZ 22-31 NVDM Uitspraakdatum: 24 februari 2022 Beschikking van de kantonrechter op verzoek van: [verzoeker 1] , geboren te [geboorteplaats] , [land] , op [geboortedatum] , en [verzoeker 2] , geboren te [geboorteplaats] , [land] , op [geboortedatum] , van wie het adres bekend is bij deze rechtbank, hierna ook te noemen: verzoekers, met betrekking tot: [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , van wie het adres bekend is bij deze rechtbank, hierna ook te noemen: betrokkene. procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: - het ingevulde formulier Vijfjaarlijkse evaluatie, ingediend en ondertekend door verzoekers, ter griffie ingekomen op 16 november 2021. Op 1 februari 2022 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden. beoordeling Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 29 september 2016 ingestelde bewind over de goederen die aan betrokkene (zullen) toebehoren. Verzoekers hebben in het formulier vijfjaarlijkse evaluatie aangegeven dat betrokkene inmiddels voldoende zelfredzaam is en dat het bewind daarom niet meer nodig is. Betrokkene kan eenvoudig lezen, schrijven en rekenen en gaat goed om met haar zakgeld. Verder woont betrokkene bij verzoekers en helpen zij haar met alles waar betrokkene hulp bij nodig heeft. De noodzaak tot het bewind is daarmee komen te vervallen. Gelet op het voorgaande overweegt de kantonrechter als volgt. Ingevolge de wet kan de kantonrechter het bewind opheffen indien de grond voor het bewind, de geestelijke of lichamelijke toestand van betrokkene, is komen te vervallen. Ook kan het bewind worden opgeheven indien voortzetting daarvan niet zinvol is gebleken. De kantonrechter is van oordeel dat niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat de grond voor het bewind is komen te vervallen. Ook acht de kantonrechter voortzetting van het bewind nog altijd noodzakelijk. Door verzoekers zijn geen medische stukken overgelegd waaruit blijkt dat de geestelijke toestand van betrokkene in positieve zin is veranderd ten opzichte van de situatie zoals die was bij de instelling van het bewind. Dat betrokkene inmiddels in staat is tot wat eenvoudig lees-, schrijf- en rekenwerk maakt dit niet anders. De kantonrechter acht betrokkene niet in staat zelfstandig haar vermogensrechtelijke belangen naar behoren te behartigen. Hierbij kan gedacht worden aan het aanvragen van toeslagen, het aanvragen van een uitkering, het openen van een bankrekening of het nemen van andere beslissingen met verstrekkende gevolgen op financieel gebied. Bovendien zullen instanties de handtekening van betrokkene, voor zover zij die al kan zetten, niet accepteren gelet op feit dat betrokkene niet kan overzien waarvoor zij haar handtekening zet en wat de gevolgen daarvan zijn. Het feit dat betrokkene door verzoekers niet in staat is geacht het formulier vijfjaarlijkse evaluatie voor akkoord te onderteken bevestigt dit oordeel van de kantonrechter. Hierbij komt nog dat enig toezicht op het beheer van de financiën bij opheffing van het bewind ontbreekt. Dit acht de kantonrechter, bij een wilsonbekwame betrokkene, een zeer onwenselijke situatie. De beslissing van de kantonrechter luidt derhalve als volgt. beslissing De kantonrechter: wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Goossens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.