← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:1695

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Wrakingskamer, locatie Alkmaar zaaknummer: C /15/325446 / HA RK 22/41 datum uitspraak : 22 februari 2022 BESLISSING op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.), ingediend door: [verzoekster], gemachtigde namens [naam 1], wonende te Alkmaar, hierna te noemen: verzoekster. Het verzoek is gericht tegen: Mr. F.A. Egter van Wissekerke, hierna te noemen: de rechter. 1PROCESVERLOOP 1.

  1. Bij deze rechtbank is onder zaaknummer C/15/324907 / JU RK 22/189 een zaak aanhangig, die betrekking heeft op de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige [naam 2], dochter van [naam 1]. 1.
  2. Op 17 februari 2022 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden van het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot uithuisplaatsing van de minderjarige. Direct na afloop van de mondelinge behandeling heeft de rechter het verzoek toegewezen. 1.
  3. Bij e-mailbericht van 19 februari 2022 heeft de gemachtigde van verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter “naar aanleiding van zitting C/15/324907/JU RK 22/189 d.d. 17 februari 2022 13:50.” 1.
  4. De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overweging besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek. 2BEOORDELING VAN HET VERZOEK 2.
  5. Volgens artikel 5 lid 2 onder d van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank (onder meer te vinden op www.rechtspraak.nl) kan een wrakingsverzoek niet worden ingediend na het tijdstip, waarop einduitspraak is of wordt gedaan. De rechter heeft in deze zaak op 17 februari 2022 mondeling uitspraak gedaan en een eindbeslissing genomen op het verzoek. De gemachtigde van verzoekster was via Teams bij die uitspraak aanwezig. Pas daarna heeft verzoekster de rechter schriftelijk gewraakt. De wrakingskamer zal het verzoek daarom kennelijk niet-ontvankelijk verklaren. 3BESLISSING De rechtbank: 3.
  6. verklaart het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk; 3.
  7. beveelt de griffier onverwijld aan de gemachtigde van verzoekster een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden; 3.
  8. bepaalt dat de zaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op 19 februari 2022 en beveelt daartoe de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan de teamvoorzitter van de rechtbank Noord-Holland, afdeling Familie en Jeugd. Deze beslissing is gegeven door mr. L.J. Saarloos, voorzitter, en mr. J.H. Gisolf en mr. M.A.J. Berkers, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. D.A.C. Sinnige, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 februari
  9. griffier voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.