← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:1939

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Bestuursrecht zaaknummer: HAA 22/1050 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 februari 2022 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoekster] , namens de organisatie van Woonoproer Haarlem, verzoekster (gemachtigde: mr. M.F. van Hulst), en de burgemeester van de gemeente Haarlem, verweerder. Procesverloop Op 19 januari 2022 is bij de gemeente Haarlem een melding gedaan voor het houden van een betoging in het kader van “Woonoproer” op zondag 27 februari 2022 van 14.00 uur tot 17.00 uur. Het gaat om een statische manifestatie in het Burgemeester Reinaldapark te Haarlem en aansluitend een mars door de Slachthuisbuurt en het centrum van Haarlem. Bij besluit van 24 februari 2022 heeft verweerder op grond van artikel 5, eerste lid, van de Wet Openbare Manifestaties voorschriften en beperkingen verbonden aan de aangemelde betoging. In overleg tussen de organisatie van de betoging, de gemeente en de politie is voor de mars een route overeengekomen. Bij besluit van 26 februari 2022 heeft verweerder het besluit van 24 februari 2022 herzien in die zin dat is besloten de betoging te beperken tot alleen de statische manifestatie in het Burgemeester Reinaldapark te Haarlem. Hierdoor komt de mars te vervallen. Verzoekster heeft tegen het herziene besluit van 26 februari 2022 bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen om de mars door te laten gaan primair op de route zoals bij besluit van 24 februari 2022 overeengekomen en subsidiair op een vergelijkbare route door Haarlem. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 27 februari 2022 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Ter zitting was verzoekster aanwezig en mede namens de organisatie van Woonoproer Haarlem [naam 1] en [naam 2] , bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder is in persoon verschenen, bijgestaan door [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] van de gemeente Haarlem. Tevens was aanwezig [naam 6] van de politie Haarlem. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter om 13.00 uur uitspraak gedaan. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Overwegingen De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering. 1.1 De voorzieningenrechter stelt voorop dat, gelet op het korte tijdsbestek, deze voorlopige voorziening zich niet leent voor een volledige inhoudelijke beoordeling van het geschil. Dat betekent dat de voorzieningenrechter zich zal beperken tot een belangenafweging. Dan gaat het om het belang van verzoekster tot het houden van een mars vanuit het Burgemeester Reinaldapark naar de Grote Markt in Haarlem tegenover het belang van verweerder bij het handhaven van de openbare orde. 1.2 Het belang van verzoekster bij het houden van de mars is dat deze onderdeel is van de boodschap die de organisatie van Woonoproer Haarlem wil overbrengen, namelijk hun bezorgdheid over de woningnood in Haarlem. De mars loopt daarom ook door de wijken in Haarlem waar de woningnood het hoogst is. 1.3 Het belang van verweerder bij het handhaven van de openbare orde is dat het volgens verweerder aannemelijk is geworden dat een Black Bloc gevormd gaat worden tijdens de betoging. Bij meerdere woonoproerbetogingen waarbij een Black Bloc is gevormd, zijn ongeregeldheden geweest. Er bestaat bij verweerder dan ook de vrees dat zich wanordelijkheden zullen voordoen tijdens de mars door het centrum naar de Grote Markt in Haarlem. Op dat tijdstip is het druk in het centrum van de stad door winkelend publiek, waaronder kinderen, en bezoekers van horeca. Gezien de goede weersverwachtingen wordt extra drukte in de binnenstad verwacht. Verweerder kan en wil het risico niet nemen dat bezoekers van het centrum betrokken raken bij de wanordelijkheden. Ook wil verweerder voorkomen dat inwoners van Haarlem buiten het centrum hierbij betrokken raken. Daarom is voor verweerder een andere route geen optie. 2.1 Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de burgemeester de vrees voor wanordelijkheden aannemelijk gemaakt. Immers, er is sprake geweest van eerdere wanordelijkheden bij demonstraties waar een Black Bloc is gevormd. Met name recent in Leiden waar een groep in het zwart geklede demonstranten met capuchons en gezichtsbedekking zich heeft afgescheiden van de overige demonstranten hetgeen tot wanordelijkheden heeft geleid. De voorzieningenrechter kan het standpunt van de burgemeester volgen dat de vrees op wanordelijkheden wordt vergroot bij het dragen van volledige gezichtsbedekking met het doel je identiteit te verbergen in samenhang met het dicht op elkaar in het zwart gekleed lopen. De voorzieningenrechter neemt daarbij in aanmerking dat de mars ook deels loopt door druk bezocht winkelgebied. 2.2 Gelet op het voorgaande vindt de voorzieningenrechter het belang van verweerder bij het handhaven van de openbare orde zwaarder wegen dan het belang van verzoekster om de mars te kunnen houden. Verweerder heeft dan ook in redelijkheid het herziene besluit kunnen nemen. Immers, de betoging wordt hiermee niet verboden maar beperkt tot de locatie Burgemeester Reinaldapark. 3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. 4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2022 door mr. W.B. Klaus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A.F. Hermus-Zoetmulder, griffier. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.