vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind Zittingsplaats Alkmaar zaaknummer / rolnummer: C/15/323374 / KG ZA 21-660 Vonnis in kort geding van 25 januari 2022 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats 1] , eiseres, advocaat mr. E.A. de Waart te Amsterdam, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WORLD WIDE CHEESE B.V., gevestigd te Wognum, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 2] , gevestigd te [vestigingsplaats 2] , 3. [gedaagde 3], wonende te Wognum, gedaagden, advocaat mr. A. Heilig te Hoorn Nh. Partijen zullen hierna [eiseres] , World Wide, [gedaagde 2] en [gedaagde 3] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 31 december 2021 met 5 producties, de aanvullende producties 6 tot en met 12, de akte vermeerdering van eis, de producties 1 en 2 van de zijde van World Wide, [gedaagde 2] en [gedaagde 3] , een faxbericht van de zijde van Wolrd Wide van 10 januari 2022 met een aanvullend stuk, de mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden op 11 januari 2022, de pleitnotitie van [eiseres] , de pleitnota van World Wide, [gedaagde 2] en [gedaagde 3] . 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De uitgangspunten 2.1. [eiseres] is een groothandel die zich bezighoudt met de verkoop en levering van kaas. 2.2. World Wide houdt zich als sales- en marketingbureau bezig met kaas. 2.3. [gedaagde 2] is enig bestuurder en aandeelhouder van World Wide en [gedaagde 3] is enig bestuurder en aandeelhouder van [gedaagde 2] . 2.4. [eiseres] en World Wide hebben op 5 juni 2018 een overeenkomst gesloten waarbij World Wide een deel van zijn onderneming aan [eiseres] heeft verkocht. In de koopovereenkomst is ook een geheimhouding- en concurrentiebeding voor de duur van drie jaar opgenomen. 2.5. Partijen zijn een koopprijs voor de activa overeengekomen van € 300.000,-, waarbij een bedrag van € 250.000,- op de leveringsdatum ineens zou worden betaald. Dit bedrag heeft [eiseres] voldaan. 2.6. Daarnaast hebben [eiseres] en [gedaagde 3] (indirect) op 11 juni 2018 een agentuurovereenkomst met elkaar gesloten. 2.7. Na een conflict heeft [eiseres] een brief gestuurd aan [gedaagde 3] , tevens gericht aan World Wide, waarbij [eiseres] de agentuurovereenkomst ontbindt en de koopovereenkomst gedeeltelijk ontbindt. 2.8. Bij vonnis van 8 december 2021 van de meervoudige kamer van deze rechtbank is [eiseres] onder meer veroordeeld tot betaling van € 50.000,- aan World Wide uit hoofde van de koopovereenkomst en een bedrag van € 32.670,-, uit hoofde van de agentuur-overeenkomst aan [gedaagde 2] . 2.9. Het vonnis is, ondanks de aankondiging van [eiseres] dat hij tegen het vonnis in hoger beroep zal gaan, op 20 december 2021 aan hem betekend met bevel om binnen twee dagen het totaal verschuldigde bedrag te betalen. 3Het geschil 3.1. [eiseres] vordert na vermeerdering van eis - primair de executie van het vonnis van 8 december 2021 te schorsen en reeds gelegde executoriale beslagen op te heffen en, subsidiair, gedaagden te verbieden al dan niet opnieuw executoriale maatregelen te nemen totdat onherroepelijk in hoger beroep is beslist, althans het vonnis onherroepelijk is geworden. Meer subsidiair vordert [eiseres] te bepalen dat de tenuitvoerlegging van genoemd vonnis slechts mag plaatsvinden of worden voortgezet tegen zekerheidsstelling door gedaagden of, nog meer subsidiair, te bepalen dat de primaire en/of de subsidiaire vordering wordt toegewezen onder de gelijktijdige bepaling dat door [eiseres] zekerheid wordt gesteld en met de instructie aan de deurwaarder om de executie van het vonnis te staken en gestaakt te houden, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom en onder veroordeling van gedaagden in de proceskosten. 3.2. [eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat er kennelijke misslagen in het vonnis zijn gemaakt en dat er daarnaast sprake is van een reëel restitutierisico. De kennelijke misslagen komen er kort gezegd op neer dat de rechtbank ten onrechte het gedeelte van de koopprijs van € 50.000,- als opeisbaar heeft toegewezen, terwijl [eiseres] heeft aangevoerd dat World Wide de op haar rustende verplichting van artikel 4 lid 2 van de koopovereenkomst niet zal nakomen. De rechtbank heeft hier geen rekening mee gehouden. Ten aanzien van het oordeel met betrekking tot de ontbinding van de agentuurovereenkomst is ook sprake van een kennelijke misslag, omdat de rechtbank de rechtsfeiten heeft aangevuld door te oordelen dat uit de feiten en omstandigheden niet de conclusie kan worden getrokken dat [gedaagde 2] onvoorwaardelijk met de eenzijdige ontbinding van de agentuurovereenkomst door [eiseres] heeft ingestemd. [gedaagde 2] heeft niet gesteld dat de instemming met die ontbinding onder voorwaarden plaatsvond en de rechtbank mocht zijn beslissing daarom niet op deze rechtsfeiten baseren. Het restitutierisico wordt volgens [eiseres] , kort gezegd, veroorzaakt door het feit dat [gedaagde 3] met het oog op zijn pensionering zijn onderneming World Wide heeft verkocht en geen inkomsten meer verwerft. Zowel World Wide en [gedaagde 2] zijn niet solvabel en [eiseres] heeft kennisgenomen van meerdere schuldeisers van gedaagden. De kans op een faillissement is groot, zodat er sprake is van een reëel restitutierisico, aldus [eiseres] . 3.3. Gedaagden voeren verweer. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling Spoedeisend belang 4.1. Een vordering in kort geding kan alleen worden toegewezen als [eiseres] daarbij een spoedeisend belang heeft. Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vordering, aangezien er sprake is van een executiegeschil. Kennelijke misslagen 4.2. In het onderhavige geschil ligt de vraag voor of de tenuitvoerlegging van het bodemvonnis van 8 december 2021 moet worden geschorst. Genoemd vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd. Op grond van het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2019 kan afwijking van dit uitgangspunt worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, of diens belang bij zekerheidstelling, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan of bij deze uitvoerbaarheid zonder dat daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling wordt verbonden. Bij de toepassing van deze maatstaf moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen en blijft de kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende of nog aan te wenden rechtsmiddel buiten beschouwing, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.