RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind Locatie Alkmaar Zaaknr./repnr.: 9268725 / EJ VERZ 21-187 Uitspraakdatum: 18 januari 2022 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoekster] wonende te [woonplaats 1] verzoekende partij verder te noemen: [verzoekster] procederend in persoon tegen 1 [verweerder 1] wonende te [woonplaats 2]
- [verweerder 2] wonende te [woonplaats 3] verwerende partij verder de noemen: [verweerder 1] en [verweerder 2] advocaat: mr. P. Schotman te Alkmaar inzake de nalatenschap van [erflater], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en overleden op [datum] te [plaats] , laatst wonende te [plaats] . 1Het procesverloop 1.
- [verzoekster] heeft een verzoekschrift ingediend, bij de griffie ontvangen op 31 mei
- 1.
- Op 21 december 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. 2Het verzoek 2.
- [verzoekster] verzoekt dat de kantonrechter een termijn stelt waarbinnen [verweerder 1] en [verweerder 2] een beslissing moeten nemen over de wijze waarop zij de nalatenschap van erflater aanvaarden (of verwerpen). Zij hebben tot op heden geen keuze gemaakt, ondanks dat zij hiertoe meerdere malen verzocht zijn. 3Het verweer 3.
- [verweerder 1] en [verweerder 2] zijn zich er bewust van dat er een keuze gemaakt moet worden door hen. Ze hebben dit nog niet gedaan, omdat ze eerst graag een gesprek wilden met [verzoekster] om te proberen afspraken te maken over de afwikkeling van de nalatenschap van erflater. Volgens [verweerder 1] en [verweerder 2] is het gebruikelijk om een termijn van drie maanden te geven voor het aanvaarden/verwerpen van de nalatenschap. Ze verzoeken in deze zaak om de termijn op zes maanden te bepalen, omdat ze in die periode willen onderzoeken of ze afspraken kunnen maken met [verzoekster] over de afwikkeling van de nalatenschap. 4De beoordeling 4.
- Op verzoek van een belanghebbende kan de kantonrechter een erfgenaam een termijn stellen voor het aanvaarden of verwerpen van de nalatenschap. [verzoekster] is op grond van het testament van erflater vruchtgebruiker van de woning van erflater. Die woning is op grond van het testament van erflater toebedeeld aan [verweerder 1] en [verweerder 2] . [verzoekster] is daarmee belanghebbende bij het verzoek. [verweerder 1] en [verweerder 2] hebben geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen het verzoek, maar feitelijk alleen aangevoerd dat ze het gesprek willen aangaan met [verzoekster] . Ter zitting is gebleken dat het voeren van een dergelijk gesprek niet lukt, omdat de uitgangspunten van partijen (te) ver uit elkaar liggen. 4.
- De kantonrechter overweegt dat, gezien hetgeen door [verzoekster] naar voren is gebracht, er voldoende grond is om [verweerder 1] en [verweerder 2] een termijn te stellen waarbinnen de verklaring van beneficiaire aanvaarding dan wel verwerping dient te worden afgelegd. Ook overigens is niet gebleken van feiten of omstandigheden die zich tegen inwilliging van het verzoek verzetten. De kantonrechter acht het redelijk de termijn te stellen op één maand. De kantonrechter volgt [verweerder 1] en [verweerder 2] niet in hun verzoek de termijn te bepalen op zes maanden, omdat dat verzoek niet anders is gemotiveerd dan dat zij een periode willen om het gesprek aan te gaan om afspraken te maken. Ter zitting is namelijk al gebleken dat dit niet gaat lukken, omdat de standpunten van partijen te ver uit elkaar liggen. 4.
- Het verzoek zal dus worden toegewezen en de kantonrechter zal de termijn stellen op één maand. De termijn zal pas ingaan op het moment dat deze beschikking door [verzoekster] betekend is aan [verweerder 1] en [verweerder 2] en [verzoekster] deze beschikking onder vermelding van de gedane betekening heeft laten inschrijven in het boedelregister. 4.
- De kantonrechter wijst erop dat de erfgenaam die de termijn laat verlopen zonder inmiddels een keuze te hebben gedaan, wordt geacht de nalatenschap zuiver te aanvaarden. Dit is niet het geval als de mede-erfgenamen de nalatenschap door een verklaring beneficiair 4.
- Gelet op de tussen partijen bestaande erfrechtelijke relatie, ziet de kantonrechter aanleiding om te bepalen dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- verleent [verweerder 1] en [verweerder 2] Koopen een termijn van één maand, ingaande op de dag nadat deze beschikking aan hen is betekend en deze beschikking onder vermelding van de gedane betekening is ingeschreven in het boedelregister, om alsnog een keuze te maken over het al dan niet (beneficiair) aanvaarden van de nalatenschap van [erflater] , 5.
- bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Deze beschikking is gegeven door mr. J.S. Reid en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 4:192 lid 2 BW. Artikel 4:192 lid 2 BW. Artikel 4:192 lid 3 BW.