RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./repnr.: 9411584 / EJ VERZ 21-281 Uitspraakdatum: 17 maart 2022 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoeker] , voor zichzelf en als bewindvoerder van [rechthebbende] ( [rechthebbende] ) wonende te [woonplaats 1] verzoeker verder te noemen: [verzoeker] en de belanghebbenden 1 [belanghebbende 1] wonende te [woonplaats 2]
- [belanghebbende 2] wonende te [woonplaats 3] gemachtigde: [gemachtigde] , echtgenoot
- [belanghebbende 3] wonende te [woonplaats 4] ,
- [belanghebbende 4] wonende te [woonplaats 5] gemachtigde: mr. W.L.J. van Winden
- [belanghebbende 5] wonende te [woonplaats 6] inzake de nalatenschap van [erflaatster], geboren op [geboortedatum] en overleden op [datum] , laatstelijk wonende te [plaats] , hierna: moeder. 1Het procesverloop 1.
- [verzoeker] heeft een verzoekschrift ingediend, bij de griffie ontvangen op 20 augustus
- Bij e-mail van 19 oktober 2021 en brief van 6 januari 2022 heeft [verzoeker] het verzoek nader toegelicht en documenten overgelegd. 1.
- [belanghebbende 4] heeft een verweerschrift ingediend. 1.
- Bij brief van 28 januari 2022 heeft de gemachtigde van [belanghebbende 4] het verweer overgelegd van [belanghebbende 1] , [belanghebbende 3] en [belanghebbende 5] . 1.
- Bij brief van 31 januari 2022 heeft [belanghebbende 2] aangegeven zich aan te sluiten bij het verzoek van [verzoeker] . 1.
- Op 17 februari 2022 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. 2Feiten 2.
- De heer [xxx] (hierna: vader) is overleden op [datum 2] . Moeder is overleden op [datum] . [rechthebbende] is legitimaris in de nalatenschap van moeder en vader. [belanghebbende 2] is erfgenaam in de nalatenschap van vader en legitimaris in de nalatenschap van moeder. De overige belanghebbenden zijn erfgenamen van moeder en vader. [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] zijn executeurs in de nalatenschap van moeder. 2.
- Partijen hebben een geschil over de berekening van de legitieme porties in de nalatenschap van moeder en vader. 3De beoordeling 3.
- Ter zitting is gebleken dat het verzoek van [verzoeker] feitelijk gaat om het vaststellen van de legitieme portie van [rechthebbende] in de nalatenschap van vader en moeder (en dus niet om het onder ede horen van de executeurs zoals in het verzoekschrift staat). De kantonrechter is niet bevoegd om van het verzoek kennis te nemen, omdat het vaststellen van een legitieme portie tot de bevoegdheid van de rechtbank behoort. Op verzoek van [verzoeker] (en [rechthebbende] ) wordt de zaak niet doorverwezen naar de rechtbank, maar beslist hij zelf hoe hij verder wil met de zaak. 3.
- De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek tot het onder ede horen van de executeurs bij gebrek aan belang van [verzoeker] zal afwijzen. 3.
- In de tussen partijen bestaande familierechtelijke relatie, ziet de kantonrechter aanleiding om te bepalen dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen. 4De beslissing De kantonrechter: 4.
- wijst het verzoek af; 4.
- bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Rijn en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter