RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknummer: 9547347 \ BM VERZ 21-2796 GS Uitspraakdatum: 25 maart 2022 Beschikking van de kantonrechter op verzoek van: [verzoeker] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , van wie het adres bekend is bij deze rechtbank, hierna ook te noemen: betrokkene, van wie de bewindvoerder is: H.R. Roorda-Muijs en R. Roorda, h.o.d.n. Roorda Bewindvoering, gevestigd te Purmerend. procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: het verzoek met bijlagen, ter griffie ingekomen op 17 november 2021; het verweer van de bewindvoerder, ingekomen op 3 januari 2022; de reactie van betrokkene, ingekomen op 27 januari 2022. Op 14 maart 2022 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden. beoordeling Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 16 september 2020 ingestelde bewind over de goederen die aan betrokkene (zullen) toebehoren. Betrokkene heeft het verzoek, zakelijk weergegeven, als volgt toegelicht. Hij kan als zzp-er aan de slag als timmerman. Omdat bewindvoering en een eigen onderneming niet samen kunnen moet het bewind worden opgeheven. Betrokkene zal na opheffing van het bewind de schulden zelf aflossen. Hij krijgt begeleiding van 123Moos en heeft een budgetbeheerder gevonden die hem zal ondersteunen bij het beheer van zijn financiën. Een boekhouder zal de administratie van zijn onderneming op zich nemen. De bewindvoerder heeft, zakelijk weergegeven, verklaard dat nog sprake is van problematische schulden. Er ligt beslag op de uitkering. De beslagvrije voet moet in de gaten gehouden worden. Er kan bankbeslag worden gelegd op de (bedrijfs)rekening. Budgetbeheer lijkt daarom niet voldoende. Met betrokkene is diverse malen besproken dat hij ook in loondienst aan de slag kan. Er is momenteel genoeg werk in de bouwsector. De kantonrechter overweegt als volgt. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat sprake is van problematische schulden en dat de goederen van betrokkene eerder ook onder bewind hebben gestaan. Dat bewind is opgeheven omdat betrokkene schuldenvrij was en als zzp-er ging werken. Op 16 september heeft betrokkene opnieuw onderbewindstelling verzocht omdat weer sprake was van problematische schulden. Hij kreeg toen ook begeleiding van 123Moos. Betrokkene heeft naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd waarom nu sprake is van een andere situatie dan ten tijde van het verzoek tot onderbewindstelling. De enige omstandigheid dat betrokkene een budgetbeheerder zal inschakelen als het bewind wordt opgeheven is daartoe onvoldoende, omdat budgetbeheer vrijblijvend is en de financiën daarbij niet volledig uit handen worden genomen. De kantonrechter zal het verzoek tot opheffing van het bewind daarom afwijzen. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat het al een keer eerder mis is gegaan en nog sprake is van problematische schulden. beslissing De kantonrechter wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Goossens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.