← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:2761

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 22/322 uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 maart 2022 in de zaak tussen Recreatiepark de Wielen B.V., uit Sint Maarten, verzoekster (gemachtigde: mr. K.V. Witte), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen, verweerder (gemachtigde: G.A.M. Vriend). Procesverloop In het besluit van 19 november 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder geweigerd de gevraagde omgevingsvergunning voor het in gebruik nemen dan wel veranderen van een uitrit waar het perceel van verzoekster aansluit op De Wielen (toegangsstraat vanaf de Dorpsstraat tussen nummer 52 en 52a naar het perceel van verzoekster) in Sint Maarten te verlenen. Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 17 maart 2022 op zitting behandeld. Namens verzoekster zijn verschenen [naam 1] en [naam 2] , bijgestaan door de gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen

  1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
  2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat geen sprake is van een situatie waarin onverwijlde spoed vereist dat een voorlopige voorziening moet worden getroffen. Ter zitting is gebleken dat de verbouwingswerkzaamheden op het recreatiepark inmiddels zijn gestart en dat het bouwverkeer gebruik maakt van de uitrit aan de Killemerweg. Het bouwverkeer heeft geen (zwaarwegend) belang bij het openstellen van de uitrit aan de Dorpsstraat. Bovendien heeft verweerder ter zitting aangegeven dat de beslissing op het bezwaarschrift van verzoekster uiterlijk op 6 mei 2022 - en daarmee voor de start van het hoogseizoen - wordt genomen. Gelet op het karakter van de volledige heroverweging zal verweerder in deze beslissing in moeten gaan op de vraag of het verkeersprobleem op de Dorpsstraat zich daadwerkelijk verzet tegen het in gebruik nemen van de uitrit en daarbij op zijn minst het door verzoekster overgelegde rapport van [naam 3] B.V. van februari 2022 moeten betrekken.
  3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
  4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.M. van Excel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 maart
  5. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.