← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:2951

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8903366 \ CV EXPL 20-10115 Uitspraakdatum: 23 februari 2022 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [de passagier] , wonende te [woonplaats] eiseres hierna te noemen: de passagier gemachtigde: Yource B.V. procesgemachtigde: Verdex B.V. tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht, Transavia gevestigd te Schiphol gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M Reevers 1Het procesverloop 1.

  1. De passagier heeft bij dagvaarding van 16 oktober vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord. 1.
  2. De passagier heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. De passagier heeft, hoewel hiertoe in de gelegenheid gesteld, geen akte meer genomen. 2De feiten 2.
  3. De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagier diende te vervoeren van Ibiza Airport (Spanje) naar Amsterdam Schiphol Airport op 2 maart 2020, hierna: de vlucht. 2.
  4. De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
  5. De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 3De vordering 3.
  6. De passagier vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 90,75 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.
  7. De passagier heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht gehouden is de passagier te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,
  8. 4Het verweer 4.
  9. De vervoerder betwist de vordering. Hij voert primair aan dat de vlucht niet geannuleerd is. Voorts voert de vervoerder aan dat de vertraging van de vlucht het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen hadden kunnen worden. De luchthaven van Ibiza had op 2 maart 2020 te kampen met aanhoudende slechte weersomstandigheden in de vorm van hevige wind en windschering. Tevens was de wind wisselend in richting, waardoor opstijgen en landen zeer gevaarlijk kan zijn. De gezagvoerder heeft, in het kader van de vliegveiligheid, besloten om het vertrek uit te stellen. 5De beoordeling 5.
  10. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 5.
  11. In de dagvaarding stelt de passagier eerst dat zij vertraging heeft opgelopen op de vlucht van Amsterdam-Schiphol Airport naar Ibiza Airport. Vervolgens stelt de passagier dat hij als gevolg van de annulering met meer dan drie uur is vertraagd en vordert de passagier, omdat de vervoerder de vlucht heeft geannuleerd, compensatie. De passagier stelt vervolgens bij repliek dat de vlucht is geannuleerd zonder dat sprake was van een bijzondere omstandigheid. Doordat de passagier zowel over annulering als over vertraging spreekt, blijft het onduidelijk of de passagier compensatie vordert op grond van annulering of op grond van vertraging van de vlucht. Het had, mede gelet op bovenstaande, op de weg van de passagier gelegen om hier helderheid over te verschaffen, alsmede te stellen hoe laat zij op haar eindbestemming is aangekomen. 5.
  12. De vervoerder heeft de annulering van de vlucht gemotiveerd weersproken. De vervoerder voert aan dat de vlucht vertraagd is uitgevoerd. Het toestel is vanwege aanhoudend slecht weer om 19:12 uur lokale tijd vertrokken vanuit Ibiza, en om 21:41 uur lokale tijd in Amsterdam geland. Ter onderbouwing hiervan heeft de vervoerder onder andere de ‘Flightviewer’ en ‘Aircraft Flight Log’ overgelegd. De vervoerder heeft naar het oordeel van de kantonrechter hiermee voldoende aannemelijk gemaakt dat de vlucht niet is geannuleerd. 5.
  13. Voor zover de passagier compensatie heeft willen vorderen op grond van vertraging, had het op de weg van de passagier gelegen om dit nader te onderbouwen. Weliswaar heeft de passagier een vluchtschema overgelegd, maar onduidelijk is of passagier van dat vluchtschema gebruik heeft gemaakt. Onduidelijk is dan ook wat het alternatieve vluchtschema van de passagier is geweest en met hoeveel vertraging hij op de eindbestemming is aangekomen. De passagier heeft naar het oordeel van de kantonrechter dan ook onvoldoende gesteld dat zij met meer dan 3 uur vertraging op haar eindbestemming is aangekomen. De vordering zal worden afgewezen. 5.
  14. De proceskosten komen voor rekening de passagier, omdat deze ongelijk krijgt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5.
  15. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagier, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. 6De beslissing De kantonrechter: 6.
  16. wijst de vordering af; 6.
  17. veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 150,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder; en veroordeelt de passagier tot betaling van € 37,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis; 6.
  18. verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.