← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:3419

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknummer : 9629450 \ WM VERZ 22-3 CJIB-nummer : 237382938 Uitspraakdatum : 1 maart 2022 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) in de zaak van [betrokkene] Het verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 15 februari

  1. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op parkeergelegenheid met ander doel dan aangegeven wijze. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene stelt dat de situatie ter plaatse onduidelijk was. Tevens stelt betrokkene dat de situatie ter plaatse, vlak nadat de boete is opgelegde, is aangepast en dat deze nu wel duidelijk is. De officier van justitie heeft een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal is onder andere het volgende vermeld: “(…)Betrokkene geeft aan dat het voertuig 3 meter voor de rood-witte paaltjes/bebording geparkeerd stond, probeert dit te verduidelijken middels bijgevoegde foto’s waarop het voertuig van betrokkene heel anders geparkeerd staat als op de foto’s bij het brondocument. Betrokkene zijn foto’s wijken dus af van de foto’s bij het brondocument, hier staat betrokkene binnen 0,5 meter van het bord af geparkeerd. Betrokkene geeft aan dat het vak gold ter hoogte van de rood-witte paaltjes maar het bord staat hier duidelijk één meter voor. Volgens het genomen verkeersbesluit geldt het parkeren van hulpdiensten direct onder de bebording (…).” De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant en de daarbij overgelegde foto’s van de gedraging – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene heeft ter hoogte van de bebording onvoldoende ruimte overgelaten voor de eventuele hulpdiensten door op ongeveer een halve meter van het bord te parkeren. Dat de situatie inmiddels is gewijzigd doet niet af aan de gedraging. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,
  2. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.