vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie Zittingsplaats Haarlem zaaknummer / rolnummer: C/15/326569 / HA ZA 22-212 Vonnis van 4 mei 2022 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FRAPPAND HOLDING B.V., gevestigd te Monnickendam, eiseres, advocaat mr. T.W. Jaburg te Amsterdam, tegen [gedaagde] , wonende te [plaats], gedaagde, niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding het tegen gedaagde verleende verstek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2Gronden van de beslissing 2.
- Eiseres legt een met gedaagde gesloten kredietovereenkomst, namelijk een geldleningsovereenkomst, aan haar vordering ten grondslag. Gedaagde is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn. Eiseres heeft in haar dagvaarding niets gesteld over haar hoedanigheid of de hoedanigheid van gedaagde. 2.
- De rechtbank overweegt dat zonder nadere toelichting uit de (summiere) stellingen van eiseres niet kan worden opgemaakt of al dan niet de bepalingen van titel 2a van boek 7 BW inzake het consumentenkrediet (artikel 7:57 e.v. BW) van toepassing zijn. Indien sprake is van een consumentenkredietovereenkomst in de zin van artikel 7:57 BW, dan betreft de vordering een onderwerp dat op grond van artikel 93 aanhef en onder c Rv exclusief door de kantonrechter wordt behandeld, ongeacht het beloop of de waarde van de vordering. 2.
- De rechtbank kan daarom op basis van de beschikbare stukken niet ambtshalve beoordelen of zij bevoegd is van de zaak kennis te nemen. Daarvoor heeft de rechtbank meer informatie nodig over de hoedanigheid van gedaagde en de hoedanigheid van eiseres. Doorslaggevend daarbij is of gedaagde aangemerkt moet worden als ‘consument’ en eiseres aangemerkt moet worden als ‘kredietgever’ in de zin van artikel 7:57 lid 1 BW. 2.
- De rechtbank zal de zaak dan ook naar de rol verwijzen voor een akte aan de zijde van eiseres, zodat zij zich gemotiveerd kan uitlaten over de hoedanigheid van partijen in hiervoor bedoelde zin en de vraag of sprake is van een consumentenkredietovereenkomst in de zin van artikel 7:57 BW. Tevens zal eiseres in de akte uiteen moeten zetten wat dit betekent voor de bevoegdheid van de rechtbank. 2.
- Iedere verdere beslissing wordt in afwachting van de door eiseres te nemen akte aangehouden. 3De beslissing De rechtbank 3.
- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 18 mei 2022 voor het nemen van een akte door eiseres over hetgeen is vermeld onder 2.4, 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 4 mei
- type: 1685 coll: