← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:4341

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 9665174 \ WM VERZ 22-94 CJIB-nummer : [nummer] Uitspraakdatum : 18 maart 2022 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting in de zaak van [betrokkene] Gemachtigde : Boete.nu (M.J.M. Bergers) Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 18 maart

  1. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is niet verschenen. De vertegenwoordiger van officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren en het verzoek op vergoeding van de proceskosten af te wijzen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat in het dossier een plattegrond van het geslotengebied ontbreekt, dat daarom niet is voldaan aan het Beleidskader en sprake is van een schending van artikel 4:84 Awb. Dit verweer faalt naar het oordeel van de kantonrechter op grond van het volgende. In dit geval is het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden, versie augustus 2018, (hierna: het Beleidskader) van toepassing. In het Beleidskader staat dat het tot doel heeft de uniformiteit en de kwaliteit van de handhaving te waarborgen. Dit houdt onder meer in dat het openbaar ministerie een aanvraag van een gemeente om een geslotenverklaring met camera’s te mogen handhaven slechts toewijst als aan de uitgangspunten zoals opgenomen in het Beleidskader is voldaan. Het Beleidskader houdt onder het kopje Randvoorwaarden en uitgangspunten voor zover hier van belang in: “De gemeente stelt een plan van aanpak op waarin wordt voldaan aan de eisen zoals in dit beleidskader beschreven. De locaties van de camera’s en de borden waarop gehandhaafd wordt, worden op een plattegrond van het gesloten gebied helder weergegeven. Deze plattegrond wordt in het plan van aanpak opgenomen en als bijlage bij het algemeen proces-verbaal (zie bijlage 1) gevoegd. (…)” In het Beleidskader en Bijlage 1 staat dat een gemeente die wenst over te gaan tot digitale handhaving van een geslotenverklaring een algemeen proces-verbaal, met als bijlage een plattegrond met daarop de plaats van de camera’s, de te handhaven borden, een afbeelding van de bebording en eventuele vooraankondigingsborden aan het Parket CVOM moet toezenden en dat dit proces-verbaal wordt beoordeeld alvorens gestart wordt met de digitale handhaving. Het betreft hier algemene stukken over het instellen van de handhaving van de geslotenverklaring met camera’s die - anders dan de gemachtigde stelt - geen deel hoeven uit te maken van het zaakoverzicht. Het ontbreken van genoemde stukken in het zaakoverzicht betekent niet dat sprake is van strijd met het Beleidskader. De kantonrechter sluit hier aan bij de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 december 2021 (te vinden op www.rechtspraak.nl, onder ECLI:NL:GHARL:2021:11950 rov. 10) en niet bij de door de gemachtigde genoemde uitspraak van deze rechtbank (zaaknummer 9270254 WM VERZ 21-285), omdat de uitspraak van het Hof van recentere datum is. De kantonrechter stelt op grond van het voorgaande vast dat in dit geval niet is gehandeld in strijd met de geldende beleidsregels en dat er daarmee ook geen sprake is van schending van artikel 4:84 Awb. De boete is dus terecht opgelegd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Nu het beroep ongegrond wordt verklaard ziet de kantonrechter geen aanleiding om proceskosten toe te kennen. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond; ‒ wijst het verzoek op vergoeding van de proceskosten af. Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Slijkhuis, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,
  2. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.