ECLI:NL:RBNHO:2022:4634
Rechtbank noord-holland Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 20/6430 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 mei 2022 in de zaak tussen [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser (gemachtigde: A. Öztürk), en de heffingsambtenaar van de gemeente Haarlem, verweerder.
Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak van verweerder op zijn bezwaar tegen de tot de erfgenamen van [naam 1] gerichte beschikking van 27 juli 2020 (hierna: de WOZ-beschikking) waarbij krachtens artikel 26 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [woning] (hierna: de woning) voor het kalenderjaar 2020 is vastgesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiser heeft een nader stuk ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden 21 april 2022 te Haarlem. Namens verweerder is mr. [naam 2] verschenen. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Blijkens gegevens van PostNL is de op 9 februari 2022 per aangetekende post aan de gemachtigde van eiser toegezonden uitnodiging om op de zitting te verschijnen op 10 februari 2022 door de gemachtigde ontvangen. Eiser is daarom tijdig en op de juiste wijze uitgenodigd, zodat de zitting doorgang kon vinden.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om eiser in de gelegenheid te stellen zich over een ontvankelijkheidskwestie uit te laten.
Eiser heeft niet gereageerd op de brief van de rechtbank van 21 april 2022, waarin hem de hiervoor bedoelde gelegenheid is geboden en die volgens gegevens van PostNL op 23 april 2022 is ontvangen door zijn gemachtigde.
Nadat partijen zijn gewezen op hun recht ter nadere zitting te worden gehoord, heeft geen van de partijen verklaard dat zij gebruik wil maken van dit recht. De rechtbank heeft daarop het onderzoek gesloten.
Overwegingen Feiten 1. Op 1 september 2020 is uit naam van eiser bezwaar gemaakt tegen de WOZ-beschikking. Verweerder heeft dit bezwaar bij uitspraak van 27 november 2020 ongegrond verklaard.
Geschil 3. In beroep voert eiser aan dat de voor de woning vastgestelde waarde te hoog is. Ambtshalve ziet de rechtbank zich evenwel eerst voor de vraag gesteld of verweerder het uit naam van eiser gemaakte bezwaar terecht ontvankelijk heeft geacht.
Beoordeling 4. Eiser is slechts gerechtigd bezwaar te maken als de WOZ-beschikking tot hem is gericht of als een vermogensbestanddeel van hem is begrepen in het voorwerp waarop die beschikking betrekking heeft (vergelijk artikel 30, eerste lid, Wet WOZ, gelezen in verbinding met artikel 26a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, en artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht). Geen van beide is het geval.
Proceskosten 8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Het beroep is slechts gegrond op een ambtshalve door de rechtbank bijgebrachte grond die ertoe leidt dat het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk wordt verklaard in plaats van ongegrond. Niet kan worden gezegd dat eiser daardoor geheel of gedeeltelijk in het gelijk is gesteld (vergelijk Hoge Raad 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1336). Eiser heeft geen enkel rechtens relevant belang bij de beslissing zijn bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren.
Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt de uitspraak op bezwaar; verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk; bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar, en draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48 aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J. Blokland, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2022. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen: