← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2022:4662

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9139103 \ CV EXPL 21-2274 Uitspraakdatum: 18 mei 2022 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar buitenlands rechtAirHelp GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiser hierna te noemen: Airhelp gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de rechtspersoon naar buitenlands rechtUnited Airlines Inc. gevestigd te Wilmington (Verenigde Staten) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. R.L.S.M. Pessers en J.I.J. van Pelt 1Het procesverloop 1.

  1. Airhelp heeft bij dagvaarding van 17 maart 2021 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord. 1.
  2. Airhelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. 2De feiten 2.
  3. [betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagier diende te vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport via George Bush International Airport Houston (Verenigde Staten) naar Cancún International Airport (Mexico), hierna: de vlucht. 2.
  4. Het eerste deel van de vlucht is geannuleerd. 2.
  5. De passagier heeft haar vermeende vorderingsrecht overgedragen aan Airhelp Limited. Airhelp Limited heeft het vorderingsrecht op haar beurt overgedragen aan Airhelp GmbH. 2.
  6. Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde annulering. 2.
  7. De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan. 3De vordering 3.
  8. Airhelp vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf datum vlucht tot aan de dag der algehele voldoening; - de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  9. Airhelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht gehouden is te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,
  10. 4Het verweer 4.
  11. De vervoerder betwist de vordering. Hij voert aan dat de annulering het gevolg is van de nationale 24-uurs staking van het openbaar vervoer op 28 mei 2019 in Nederland. De luchthaven Schiphol heeft vanwege de staking luchtvaartmaatschappijen opgeroepen om vluchten te annuleren. De staking van het openbaar vervoer betrof een staking van derden en niet van personeel van de vervoerder. De vervoerder heeft hier dan ook geen invloed op kunnen uitoefenen en een dergelijke staking kan dan ook niet inherent worden geacht aan de normale uitoefening van het bedrijf van de vervoerder. De annulering is derhalve het gevolg van buitengewone omstandigheden. De vervoerder voert aan er alles aan te hebben gedaan om de gevolgen van de buitengewone omstandigheden zo beperkt mogelijk te houden. 5De beoordeling 5.
  12. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 5.
  13. Vast staat dat de vlucht van de passagiers is geannuleerd. Nu gesteld, noch gebleken is dat de vervoerder zich kan beroepen op artikel 5, eerste lid, onder c sub i, ii of iii van de Verordening, geldt er in beginsel een compensatieplicht voor de vervoerder. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. In de considerans van de Verordening heeft de gemeenschapswetgever erop gewezen dat dergelijke omstandigheden zich met name kunnen voordoen in geval van politieke onstabiliteit, weersomstandigheden die uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen, beveiligingsproblemen, onverwachte vliegveiligheidsproblemen en stakingen die gevolgen hebben voor de vluchtuitvoering van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert. 5.
  14. De vervoerder voert aan dat de vlucht is geannuleerd als gevolg van de staking van het openbaar vervoer op 28 mei 2019 in Nederland. Op 27 mei 2019 is definitief duidelijk geworden, na onderhandelingen en een gerechtelijke procedure, dat de staking doorgang zou vinden. De staking heeft grote gevolgen gehad voor transport dat van en naar Amsterdam-Schiphol rijdt. Om te voorkomen dat de openbare orde zou worden verstoord kregen alle luchtvaartmaatschappijen de instructie van Schiphol om vluchten te annuleren dan wel passagiers om te boeken zodat het aantal passagiers van en naar Schiphol gereduceerd zou worden. 5.
  15. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder voldoende heeft aangetoond dat Schiphol naar aanleiding van de staking alle luchtvaartmaatschappijen heeft verzocht maatregelen de nemen om de voorkomen dat de openbare orde te Schiphol zou worden verstoord. Voorts heeft de vervoerder voldoende onderbouwd dat hij gevolg heeft gegeven aan dit verzoek en is overgegaan tot het omboeken van passagiers en annuleren van vluchten met bestemming Amsterdam-Schiphol Airport. De vraag die voorligt is of deze omstandigheden kunnen worden aangemerkt als buitengewone omstandigheden in de zin van de Verordening. De kantonrechter overweegt dat het in eerste instantie aan de vervoerder is om aan te tonen dat hij geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. In onderhavige geval had de vervoerder een keuze, maar heeft hij er voor gekozen - gezien de uitzonderlijke omstandigheden - om gevolg te geven aan de oproep van de luchthaven om het aantal passagiers op Schiphol te reduceren. Alle feiten en omstandigheden van het onderhavige geval maken dat de kantonrechter van oordeel is dat sprake is van buitengewone omstandigheden. Immers, indien de vervoerder (en andere luchtvaartmaatschappijen) geen gehoor hadden gegeven aan de oproep is niet uitgesloten dat dit tot ernstige verstoringen zou hebben geleid op Schiphol. 5.
  16. Vervolgens dient de vraag beantwoord te worden of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de gevolgen van de buitengewone omstandigheden zo beperkt mogelijk te houden. De vervoerder heeft, kort nadat bekend werd dat de staking doorgang zou vinden, de passagier kosteloos omgeboekt naar een alternatieve vlucht met vertrekdatum 29 mei
  17. Airhelp betwist dat de passagier is omgeboekt naar een alternatieve vlucht ‘bij eerste gelegenheid’. Uit het arrest van het Hof van 11 juni 2020 (C-74/19) volgt dat, indien de passagier met een door de vervoerder zelf uitgevoerde alternatieve vlucht de dag na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomt dit in beginsel geen redelijke maatregel vormt. Hierbij gaat de kantonrechter voor de interpretatie van het hiervoor genoemde woord ‘dag’ uit van een tijdruimte en voor de uitleg ervan wordt aangesloten bij de algemeen geaccepteerde uitleg, zijnde een tijdsduur van 24 uur. Vaststaat dat de passagier is omgeboekt naar een vlucht waarmee zij 24 uur en 11 minuten later op haar eindbestemming is aangekomen. Airhelp heeft gesteld dat er andere, eerdere mogelijkheden waren om de passagier naar haar eindbestemming te vervoeren. Zo wijst Airhelp op een rechtstreekse vlucht uitgevoerd door TUI van Amsterdam naar Cancun op 28 mei 2019, en een indirecte vlucht via Mexico City uitgevoerd door KLM op 28 mei
  18. De vervoerder heeft aangevoerd dat omboeking naar deze vluchten niet mogelijk was, omdat ook deze vluchten onderhevig waren aan de capaciteitsreductie op Schiphol. Naar het oordeel van de kantonrechter is echter niet vast komen te staan dat deze vluchten geen doorgang hebben gevonden. Het enkele feit dat de genoemde vluchten gepland stonden om op 28 mei 2019 te vertrekken, betekent niet dat deze vluchten per definitie zijn geannuleerd. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om aan te tonen dat ook deze vluchten wegens de staking van het openbaar vervoer geannuleerd waren, en dat omboeking daarom niet mogelijk was. Niet gebleken is dan ook dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagier te voorkomen dan wel te beperken. De vordering van Airhelp tot betaling van compensatie wegens annulering van de vlucht zal dan ook worden toegewezen. 5.
  19. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar. 5.
  20. De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat deze ongelijk krijgt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5.
  21. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door Airhelp worden gemaakt. 6De beslissing De kantonrechter: 6.
  22. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening; 6.
  23. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Airhelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 103,83;griffierecht € 507,00;salaris gemachtigde € 248,00;vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening; 6.
  24. veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 62,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door Airhelp worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening; 6.
  25. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 6.
  26. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.