RECHTBANK NOORD-HOLLAND Bestuursrecht zaaknummer: HAA 21/3267 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juni 2022 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. M.J.S. Spanjersberg), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad, verweerder (gemachtigde: mr. Y. Kliphuis). Procesverloop In het besluit van 19 maart 2018 (primair besluit) heeft verweerder geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van twee woningen en het legaliseren van vier woningen aan de [adres 1] - [adres 2] in [woonplaats] . In het besluit van 18 juni 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 24 maart 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door [naam 1] (bouwadviseur) en zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ook waren voor verweerder aanwezig [naam 2] (vakspecialist milieu en ruimte), [naam 3] (advies en toezicht) en [naam 4] (vergunningverlener). Overwegingen Inleiding 1.1 Eiser is eigenaar van het gebouw aan de [adres 1] - [adres 2] in [woonplaats] . Eiser heeft in dat gebouw appartementen gerealiseerd. Het gebouw bevindt zich binnen de geluidzone van het naastgelegen industrieterrein 'Zetmeelbedrijven de Bijenkorf'. Aan de zuidkant van het gebouw ligt de snelweg A8. 1.2 Op 23 april 2015 is een toezichthouder voor controle op het adres [adres 3] - [adres 2] geweest. Tijdens dat bezoek is geconstateerd dat de brandcompartimentering van de woning zonder vergunning is veranderd voor het creëren van drie appartementen. Bij besluit van 9 maart 2016 heeft verweerder eiser gelast om vóór 1 juli 2016 'de zonder vergunning gewijzigde bouwconstructie' te verwijderen en verwijderd te houden. 1.3 Eiser heeft op 27 februari 2017 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het legaliseren van 6 wooneenheden in het bestaande gebouw aan de [adres 1] - [adres 2] . Ter plaatse geldt het bestemmingsplan 'Oud Koog Rooswijk' (het bestemmingsplan). Op het perceel rust de bestemming 'Gemengd'. Het gebouw ligt ook in het gebied met de aanduiding 'Geluidzone – industrie'. Verweerder heeft geweigerd om de omgevingsvergunning te verlenen. Eiser heeft daar bezwaar tegen gemaakt. Bestreden besluit 2. In het bestreden besluit staat – samengevat – het volgende. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat niet wordt voldaan aan de geluidsnormen. Artikel 25.1 van het bestemmingsplan heeft tot doel om te voorkomen dat een te hoge geluidsbelasting op nieuwe geluidsgevoelige functies (de woningen) ontstaat. Verweerder wenst geen gebruik te maken van zijn afwijkingsbevoegdheid. Eiser heeft niet aangetoond dat de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein op de gevels van de aangevraagde woningen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde. De aangeleverde geluidsonderzoeken voldoen niet aan de daarvoor geldende vereisten. In het akoestisch onderzoek is de gecumuleerde geluidsbelasting van industrie en wegverkeerslawaai niet berekend. Ook is van de gevels de mate van geluidwering niet door een geluidsisolatiemeting of een berekening aangetoond. Daardoor is niet aannemelijk gemaakt dat de geluidsbelasting voldoet aan het 'Actieplan omgevingslawaai 2019-2023 en beleidsregel hogere waarde gemeente Zaanstad' (het beleid). Eiser heeft geen (nader) rapport aangeleverd waaruit blijkt dat het bouwplan zo kan worden aangepast dat wel wordt voldaan aan de geluidsnormen. Volgens verweerder is de gevraagde omgevingsvergunning daarom terecht geweigerd. Beoordeling van het beroep 3. Eiser heeft beroep ingesteld op gronden die hierna worden besproken, voor zover voor de beslissing van belang. 4. Op de zitting heeft eiser de situatie van de woningen toegelicht: - nummer [adres 2] -1: Deze bevindt zich op de eerste verdieping. Ten tijde van de controle in 2015/2016 was dit een kantoor, daarna is het woonruimte geworden; - nummer [adres 2] -A: Deze bevindt zich op de tweede verdieping en heeft een woonfunctie sinds 2005; - nummer [adres 2] -B: Deze bevindt zich ook op de tweede verdieping en heeft ook sinds 2005 een woonfunctie; - nummer [adres 1] -A: Deze bevindt zich op de tweede verdieping en heeft een woonfunctie sinds 1997; - nummer [adres 2] -C: Deze bevindt zich op de derde verdieping. Na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan werd dit appartement voor het eerst bewoond; - nummer [adres 1] -C: Deze bevindt zich op de derde verdieping en heeft een woonfunctie sinds 2007. Verweerder heeft op de zitting toegelicht dat hij nummers [adres 2] -1 en [adres 2] - C als nieuwe appartementen aanmerkt en dat het wat verweerder betreft bij de andere appartementen gaat om legalisatie. De rechtbank stelt vast dat de zes appartementen allemaal gerealiseerd zijn na de vaststelling van de geluidzone in 1988. Het bestemmingsplan 5. In artikel 25.1 van het bestemmingsplan staat het volgende. “Artikel 25.1.1 Ter plaatse van de aanduiding 'Geluidzone – industrie' zijn de gronden, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting op nieuwe geluidgevoelige bebouwing als gevolg van industrielawaai en mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte in verband met de nabijheid van een inrichting als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder. Artikel 25.1.2 In afwijking van het bepaalde bij de andere aangewezen bestemmingen geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'Geluidzone – industrie' – met uitzondering van herbouw ten behoeve van een bestaande geluidgevoelige functie – het niet is toegestaan om gebouwen ten behoeve van geluidgevoelige functies als bedoeld in de Wet geluidhinder te bouwen dan wel het gebruik van gebouwen ten behoeve van niet-geluidgevoelige functies om te zetten in het gebruik van gebouwen ten behoeve van geluidgevoelige functies. Artikel 25.1.3 Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 25.1.2 teneinde het bouwen van nieuwe woningen en andere geluidsgevoelige bebouwing overeenkomstig de andere bestemmingen toe te staan, mits de geluidbelasting vanwege het industrieterrein op de gevels van deze woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde.” Is er strijd met het bestemmingsplan? 6.1 Eiser voert aan dat voor de situatie van vóór 2012 gekeken moet worden naar het van 1971 tot 2012 geldende bestemmingsplan. Volgens eiser is er geen reden om aan te nemen dat er strijd is met dat bestemmingsplan. Ook kan hier beroep gedaan worden op eerder verleende vergunningen. Er zijn diverse bouwvergunningen verleend voor het bouwen of aanpassen van een woning, zo stelt eiser. Op de zitting is gesteld dat de vier appartementen die gerealiseerd zijn vóór de inwerkingtreding van het bestemmingsplan, legaal waren, dat die appartementen toegestaan waren op grond van het overgangsrecht en dat die appartementen dus niet in strijd zijn met het bestemmingsplan. 6.2 Eiser heeft niet gemotiveerd en niet concreet onderbouwd waarom de vier onder het vorige bestemmingsplan gerealiseerde appartementen niet in strijd waren met de ook toen geldende geluidzone met bijbehorende bepalingen. Hier voegt de rechtbank aan toe dat niet in geschil is dat voor geen van de zes appartementen eerder een bouwvergunning is aangevraagd en dat een (met succes) gedaan beroep op het overgangsrecht geen bouwtitel oplevert, zodat een omgevingsvergunning vereist blijft. De beroepsgrond van eiser slaagt daarom niet. 7.1 Eiser stelt ook dat het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan. Volgens hem is het niet zo dat het gebruik van een niet-geluidgevoelige functie wordt omgezet in een geluidgevoelige functie. Er rustte namelijk al een geluidsgevoelige functie op de objecten. Op de zitting heeft eiser zijn standpunt uitgelegd. Hij heeft aangevoerd dat de bestemming 'gemengd' was en daar valt ook de functie wonen onder. Dit is een geluidsgevoelige functie, zo stelt eiser. 7.2 De rechtbank volgt eiser hierin niet. De woonfunctie is niet eerder planologisch gerealiseerd. Dit betekent dat er bij de aangevraagde omgevingsvergunning wel sprake is van omzetting van een niet-geluidgevoelige functie in een geluidgevoelige functie. Deze omzetting is in strijd met artikel 25.1 van het bestemmingsplan. Moest verweerder de vergunning in afwijking van het bestemmingsplan verlenen? 8 Verweerder wil geen gebruik maken van zijn bevoegdheid om af te wijken van het bestemmingsplan, zoals opgenomen in artikel 25.1.3 van het bestemmingsplan om de volgende reden. Op vrijwel alle zijden van de appartementen is de geluidsbelasting vanwege industrie meer dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Medewerking kan alleen als verweerder een hogere waarde besluit neemt. Dat hogere waarde besluit kan verweerder niet nemen omdat: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.